(Nederlandse samenvatting van mijn PhD hieronder)
After five years of working on my PhD, Articulating Embodiment in Knowledge-Intensive Institu-Situations, I successfully defended my dissertation on September 2, 2026, in the Senate Hall at Utrecht University, surrounded by dear family, friends and colleagues.
PhD defences can sometimes remain a somewhat hidden or “behind-closed-doors” ceremonial event. I have therefore chosen to share the video documentation here for those who were unable to attend the live event and also to experiment with a different format of sharing some of my PhD research (spoken vs. written).
The video recording above includes the layman’s introductory talk, which provides a general overview of the project, followed by the defence and exchanges with my PhD committee members: Prof. Catherine Malabou, Prof. Maggie MacLure, Prof. Bregje van Eekelen, Prof. Willemijn Ruberg, and Dr. Noortje van Amsterdam. The defence is followed by the awarding of the PhD diploma by my supervisor, Prof. Iris van der Tuin, and concludes with an eulogy by my co-supervisor, Dr. Joost de Bloois. The two gentlemen by my side are Dr. Andries Hiskes and Sander Uitdehaag whom I asked to fulfill the role of my paranymphs, a typical Dutch tradition in PhD defences.
Please feel free to get in touch for a chat, coffee, or access to the dissertation.
See also: Pro-motion (NWO Doctoral Grant for Teachers) and Still in Motion: Reflections on Four Years of PhD.
Summary in Dutch of the PhD
Nederlandse Samenvatting
Dit proefschrift articuleert belichaming in ‘kennisintensieve institusituaties’: academische en culturele omgevingen waarin kennisproductie en -circulatie, organisatiestructuren en geleefde ervaring nauw met elkaar verweven zijn. In plaats van instellingen te beschouwen als stabiele, afgebakende entiteiten, kennisontwikkeling als vooruitgang of belichaming als een individueel kenmerk, benadert het proefschrift het institutionele leven, kennis en belichaming als relationele, contingente en emergerende processen die in de praktijk worden beleefd. Het onderzoekt hoe lichamen, kennis en instellingen elkaar op gesitueerde manieren wederzijds vormen, en hoe een zorgvuldige afstemming op deze wederzijdse vorming de voorwaarden voor het ontstaan van kennisintensiviteit ethisch en methodologisch kan herorganiseren.
Methodologische gezien ontwikkelt het proefschrift een benadering die zich verzet tegen een ‘blik vanuit het niets’ (bijv. Donna Haraway) en in plaats daarvan vanuit het midden vertrekt (bijv. Maurice Merleau-Ponty). Deze methodologische benadering en de daarbij behorende ethiek erkennen de betrokkenheid van de onderzoeker bij het analyseren van verschijnselen en beschouwen analyse als een belichaamde, gesitueerde praktijk in plaats van een afstandelijke handeling. Articuleren, in plaats van anatomisch ontleden, wordt de modus operandi. Vanuit dit standpunt bezien, hield mijn opleiding in de geesteswetenschappen in dat ik leerde de striktheid van kritische afstand te integreren met een houding van ethische verantwoordelijkheid in situaties waarin culturele fenomenen en hun analyse wederzijds met elkaar verweven zijn.
Methodologie van Glowing Concepts
Een belangrijke methodologische bijdrage van dit proefschrift is de ontwikkeling van het werken met glowing concepts. Voortbouwend op Maggie MacLure’s (2010) notie van ‘data that glows’ introduceer ik een kader voor conceptuele betrokkenheid dat responsief en situationeel is en afgestemd op de ontvouwing van belichaming in kennisintensieve institu-situaties. Net zoals institu-situaties de gesitueerde, relationele en affectieve aard van kenniswerk op de voorgrond plaatsen, bieden glowing concepts een methodologisch instrumentarium om met deze fenomenen om te gaan zonder ze voortijdig vast te leggen of te reïficeren. Ze stellen me in staat aandacht te schenken aan momenten van intensiteit, relationaliteit en materiële resonantie, en te navigeren door de onbepaalde dimensies van belichaming, temporaliteit en affect die daarin op het spel staan. In plaats van vooraf gegeven analytische categorieën toe te passen, komen glowing concepts voort uit ontmoetingen tijdens veldwerk als gevoelde intensificaties—momenten waarop iets begint te ‘gloeien’ omdat het ertoe doet, resoneert of kracht uitoefent over lichamen, praktijken en institutionele structuren heen. In die zin gloeien concepten door de gesitueerde betrokkenheid van de onderzoeker.
Het Articuleren van Belichaming in Drie Kennisintensieve Institu-Situaties
De hoofdstukken zijn gebaseerd op veldwerk op drie locaties, waaronder diepgaande, open interviews, aanhoudende participerende observatie en langdurige betrokkenheid bij institutionele praktijken. De drie locaties – de European Graduate School (EGS) in Saas-Fee, de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam en het Centre for Unusual Collaborations (CUCo) in Utrecht – dienen als casestudy’s om te articuleren hoe kennis circuleert, hoe lichamen daarin deelnemen en hoe het institutionele leven affectief wordt beleefd. Elk hoofdstuk, ontwikkeld rond een specifieke locatie en een bijbehorend glowing concept dat naar voren kwam door een relationele en evoluerende affectieve afstemming tussen onderzoeker, deelnemers en data, onderzoekt hoe belichaming, affect en temporaliteit zich ontvouwen en in de praktijk gearticuleerd worden.