Momo

Ik moet het van aankondigingen en andere samenvattingen hebben. In mijn vorige blog ging ik in op de aankondiging van een boek; nu gaat het over een lezing.

” ‘Oikofobie’ is een term die door Thierry Baudet wordt gebruikt als titel van een verzameling uiteenlopende eigen columns en artikelen. De fobie betreft een ‘angst voor het eigene’, en dat eigene is in Baudets visie ‘dit herkenbare thuis van ons, dit Nederland’. De oikos wordt ‘stukgemaakt’ door drie fenomenen: immigratie plus multiculturalisme, de Europese Unie, en ‘het modernisme’ in de kunsten, dat schoonheid heeft afgeschaft en ‘ontheemding’ centraal stelt. “

Het is deel van de aankondiging van een lezing die Baudet geeft op de Haagse Hogeschool. Het lijkt op een provocatie, maar met welk doel? Wellicht moet bekend worden wie zich thuis voelt in ‘dit herkenbare thuis van ons, dit Nederland’, en vooral ook wie niet. Mijn eerste impuls is te twijfelen aan mijn plek daarin. Vertrekken? Eerst maar eens mijn verstand gebruiken.

In mijn vorige blog had ik het over kunst en noemde Momo Okabe, een hedendaagse Japanse fotograaf die zijn vrienden fotografeert. Vrienden die zich verzetten tegen het dominante eigene, het herkenbare thuis van anderen dat hen uitsluit. Inderdaad staat ‘ontheemding’ erin centraal, hoe kan het anders? Schoonheid is er nauwelijks in traditioneel esthetische zin in te vinden. Het zijn wrede beelden, die zijn te begrijpen als de illustratie van particuliere wanhoop van mensen; en als de uitkomst van oikos.

De beelden leveren mij beslist een milde oikofobie op, gegeven het plezier dat ik beleef in het mij herkenbare Japanse huis. Ik kan niet zelfvergenoegzaamd rusten in de veronderstelling dan oikos synoniem is van ‘goed’. Het is geen zelfhaat dat ik oikos voortdurend onder de loep neem en met verwondering beschouw.

Nu we het toch over het oude Athene hebben, de oikos waar ik deel van ben is gegrondvest op het doen en laten van een uiterst irritante man, die er voortdurend en met weinig schoonheid de vanzelfsprekendheid die in eigenheid sluipt ontmantelde. Hij moest dat met de dood bekopen. Ziedaar de Januskop die mijn oikos is.

Het is niet alleen nu dat eigenheid gebaseerd wordt op het supermarkt principe dat het mogelijk maakt om tot een aangename en vooral eigen selectie te komen. Een selectie die heel begrijpelijk de particuliere belangen bedient. Eigenheid voor zover het mij persoonlijk uitkomt, ik ontkom er ook niet aan.

Het zoeken is dan naar concrete beelden die eigenheid herkenbaar maken. Zwarte Piet, Oranje, Deltaplan, Cruyff, Rembrandt, Aardappeleters, KLM, de Efteling, Jan van Schaffelaar. Met die laatste wordt het al ingewikkeld. Historische daden die ‘dit Nederland’ mee maakten wat het is blijven niet hangen. Wat Oranje oranje maakt, en Zwart zwart is nauwelijks bekend.

We hebben het met eigenheid vooral te doen met een enorme variëteit aan eigentijdse keuzen en arrangementen. Het is interessant de aard van die arrangementen te testen door te kijken naar wat in staat is ze stuk te maken. Wat is eigenheid waard als het door kunst, door de Europese Unie, door multiculturaliteit kan worden stukgemaakt? Mijn stelling is dan dat het toont dat louter symbolen makkelijk omver kunnen worden geblazen, en terecht.

De supermarkt is niet louter aanbod waaruit ik kan kiezen. Het is ook als geheel een idee. Ik heb mijn boodschappenlijstje en zij de hunne. Dat ik mijn arrangement kan samenstellen uit de bouwstenen van ‘eigen’ impliceert dat anderen dat ook kunnen. Dat zou –als het goed was—het gemeenschappelijke moeten zijn van ‘dit herkenbare thuis van ons, dit Nederland’.

Oikos is er voor zover ik me erin kan wentelen, maar tegelijkertijd als wrede reflectie op mijn boodschappenlijstje. Oikos vraagt erom gevierd te worden met schone kunst. Tegelijk is het onze er een die smeekt om kunst die schoonheid overstijgt en meer blootlegt dan representeert. Blootlegt bijvoorbeeld dat de supermarkt nu eenmaal ook mededogen in de schappen heeft. Maar wie heeft dat nog op zijn particuliere boodschappenlijstje?

Wie meent dat oikos wordt ‘stukgemaakt’ door immigratie, multiculturalisme, Europese Unie en ‘het modernisme’ in de kunst miskent de kracht van de oikos die ik de onze noem. Die is vooral gebaseerd op het idee dat we het niet hebben over een staat van zijn maar op een manier van doen die nu juist resulteert in de fenomenen waarvan Baudet meent dat ze oikos stukmaken.

Daarmee plaatst hij zich in een wel heel bepaald deel van ‘dit herkenbare thuis van ons’. Het is het deel dat, wanneer ongemoeid, wel eens de echte stukmaker zou kunnen zijn; van binnenuit.

Maar van stukmaken is voorshands geen sprake. Wat hooguit gebeurt is dat de rust wordt verstoord van degenen die in de supermarkt beperken tot de afdeling comfort food. Dat trek ik me aan.

Of is het opportunisme? Het is niet moeilijk om eigenheid louter in corroderende symbolen te beschrijven. De angst voor het verlies van een herkenbaar thuis is voor velen reëel. Tegen die achtergrond is het opkomen voor volk en vaderland voor velen een hart onder de riem.

De weerloosheid die ‘eigenheid’ kenmerkt die verder gaat dan tijdelijke symbolen van herkenning heeft al eerder de gedachte opgeleverd dat er goede en slechte kunst is, en dat we kunnen wijzen naar degenen die met hun aanwezigheid ons huis stukmaken. Dat slechte kunst ons eigene stukmaakt. Entartete Kunst. Ontheemdende kunst die schoonheid heeft afgeschaft; weg ermee. En over Ausrottung heb ik het in de vorige blog al gehad.

Maar zo erg zal het wel niet zijn, de wereld die Baudet tekent. Tegelijk is er alle reden om scherp te stellen dat ‘thuis’ bij Baudet niet in goede handen is. ‘Dit herkenbare thuis van ons, dit Nederland’ heeft zich gelukkig steeds verzet tegen degenen die er huismeester willen worden.

Wat heeft dit met change management te maken? In dat verband toch nog even Neêrlands grootste filosoof, Spinoza. ‘Het doel van de staat is de vrijheid,’ zo stelt hij. Daartegenover staat de beperkende beslotenheid van de eigen kring, zo ervoer Spinoza. Hij werd ‘ontheemd’, verstoten uit de Sefardische gemeenschap in Amsterdam. Waarom precies is nooit duidelijk geworden. Zijn mening over de beleving van het Joodse geloof was er een waarmee hij zich niet populair maakte. Er werd zelfs een moordaanslag op hem gepleegd. Ik vermoed dat het niet ging om aanwijsbare zaken maar meer om de dreiging die in tijden van twijfel uitgaat van degene die ‘thuis’ niet uitsluit dat de deur open kan.

Wat we meer zijn dan wat in de ogen van Baudet het herkenbare thuis van ons is, wordt door hem opgeslokt door dat schijnbaar onschuldige ‘ons’. Het is het soort ‘ons’ dat Spinoza naar het leven stond.

Ik houd me met veranderingen in overheidshandelen bezig. Juist daarin is het onderscheid tussen de eigen kring waarin mensen verkeren, en die hun geborgenheid geeft enerzijds, en de wereld anderzijds cruciaal. Die wereld, het domein van de zaken die ons allen aangaan, het publieke domein, daar waar politiek wordt bedreven, is wreed ten opzichte van de beslotenheid van de eigen kring. Overlast. Al was het alleen omdat die wereld rechtvaardigheid vergt, en keuzen die geborgenheid verstoren.

Een overheid die er niet in slaagt om de juiste verbinding te leggen tussen het particuliere en sociale leven van mensen enerzijds, en het publieke domein anderzijds schept de ruimte voor het propageren van een perverse eigenheid als referentie, ook voor gemeenschappelijk handelen. Verandering, en het management daarvan in de overheid, moet dat risico als drijfveer hebben.

Juist nu wordt duidelijk dat de burger een veel grotere stem verdient in de aanpak van die zaken die ons allen aangaan. Die stem mag niet die van degenen zijn die als zelfbenoemde vertolker van het foute sentiment aanmoedigen tot het sluiten van de poorten rond herkenbare symbolen van eigenheid. Dat voorkomen is niet louter een politieke aangelegenheid. Het is de invulling van de publieke beroepsbeoefening, die van de gemeentesecretaris tot en met de straatveger, die de basis is voor gezond publiek verstand.

Interview Rob Ruts Wat doe je bij De Haagse Hogeschool? Sinds 2010 ben ik docent bij de opleiding Integrale Veiligheidskunde aan de Faculteit Bestuur, Recht & Veiligheid van De Haagse Hogeschool. Daarvoor heb ik een aantal jaar advies gegeven over de ontwikkeling van onderwijs in integrale veiligheidskunde, IVK. Ik houd me al twintig jaar bezig met professionalisering in het veiligheidsdomein. Daaraan een heel directe bijdrage te leveren door ook echt samen met studenten op te trekken, was een aantrekkelijke propositie. Het leerbaar maken van een complex beroep als integraal veiligheidskundige is avontuurlijk, maar beslist geen sinecure. Wat erg helpt, is dat de opleiding een prachtig team heeft. Onderwijs maken doe je samen en dat kan op de hogeschool. Maar wat vooral inspireert is mijn lidmaatschap van twee kenniskringen: van het lectoraat Change Management en het lectoraat Informatie, Technologie en Samenleving. Wat is je achtergrond? Ik ben integraal veiligheidskundige van de generatie van vóór de IVK-opleidingen. De pioniers in het vak waren er in vele soorten en maten. We hebben het vak al doende geleerd, al werkend en pratend met elkaar, met daders, met slachtoffers, met belanghebbenden. Ik heb me veel beziggehouden met de inzet van de politie in relatie tot burgers, en met veiligheidskundige vraagstukken die samenhangen met geweld. Zo ben ik betrokken geweest bij de ontwikkeling van de aanpak van huiselijk geweld. Geweld als aspect van jeugdcultuur, en fenomenen als radicalisering en terreur zijn thema's waar ik me al veertig jaar mee bezighoud. Het heeft me naar vele hoeken van de wereld gebracht. Op het ogenblik doe ik projecten in Kaapstad, Mumbai en New York. Toen ik 35 was startte ik met een studie filosofie. Die studie gaat nog steeds door, waarbij ik vooral kijk naar de vertaling van filosofische inzichten naar de beroepspraktijk. Ik voel me met name thuis bij het Pragmatisme, en bij denkers zoals Richard Rorty en Bruno Latour. Verder ben ik kunstenaar. Beeldende kunst en theater zijn mijn disciplines. Hoe zich dat verhoudt met integraal veiligheidskundige zijn, is een heel verhaal. Kern ervan is dat veiligheid en andere maatschappelijke vraagstukken om een rijker scala aan benaderingen vragen. Hoewel ik bedreven ben in het maken van risicoanalyses en veiligheidsbeheerplannen en ander veiligheidskundig handwerk, onderzoek ik ook achtergronden van veiligheidsvraagstukken door middel van kunstzinnige middelen. En ik toon ze bijvoorbeeld door middel van bijvoorbeeld documentaires en theatervoorstellingen. Wat doe je voor onderzoek? Ik ben gevraagd lid te worden van beide kenniskringen omdat ik professioneel bezig ben met complexe stedelijke vraagstukken en tegelijkertijd kunstenaar ben. De lectoraten Change Management en Informatie, Technologie en Samenleving onderzoeken gezamenlijk hoe kunst een rol kan spelen in verandering, en daar richt ik me op. Dat gebeurt vooral in een laboratorium dat beide lectoraten zijn gestart. Ik doe onderzoek naar hoe een dergelijk laboratorium een functie kan spelen als interventie in de manieren waarop maatschappelijke vraagstukken aandacht krijgen, en dat tegen de achtergrond van de inzet van kunst. In het laboratorium kijk ik verder naar innovatieve benaderingen van stedelijke veiligheidsvraagstukken. Zo zijn we bezig met de vraag hoe nieuwe vormen van wijkaanpak politiek en bestuurlijk passend kunnen worden verantwoord. Ook kijken we naar radicalisering en naar een context gebonden handhaving van de rechtsorde.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: