Wij van het lectoraat Change Management vermoeden dat we de ontwikkeling van de organisatiekunde een dienst bewijzen als we ook buiten ons vakgebied ons licht opsteken. Inspiratie en confrontatie, zoiets.

Grensoverschrijdend lezen en denken is niet zonder risico’s. Want wat doe je met een boek als Compartimenten van Vernietiging: over genocidale regimes en hun daders?

20150916_170222Mag je dit fraaie boek van Abraham de Swaan aangrijpen om op zoek te gaan naar overeenkomsten tussen killing fields en werkvloer? Kun de je meedogenloze praktijken van de Hutu Power-milities in alle redelijkheid vergelijken met die van kantoorpesters? Is het grotesk om het personeelsbeleid van Amazon op hetzelfde continuüm plaatsen als het terreurbewind van Stalin? En de bankier, die zijn klant minacht en uitlacht terwijl hij hem giftige financiële producten door de strot duwt, heeft dat toch niet wat weg van de vernietigingsvoorbereidende handeling van de ‘dehumanisering van een gedoodverfde doelgroep’ (woorden van De Swaan)?

Eerst maar eens kijken waar De Swaan op uit is.

Volgens de emeritus socioloog zijn we nog steeds in de ban van het situationisme. Hannah Arendt sprak over de Banaliteit van het Kwaad, Stanley Milgram zou hebben aangetoond dat gewone mensen onder een beetje autoritaire druk onschuldige medeburgers zullen elektrocuteren, en ook Philip Zimbardo’s rollenspelexperiment met gevangenen en bewakers zou bewijzen dat de mens voor de mens een wolf is.

Overall conclusie: als de omstandigheden ernaar waren zouden u en ik hetzelfde hebben gedaan als die andere genocidale moordenaars.

Dat gaat De Swaan wat te snel en spreekt over een overgesocialiseerd mensbeeld. Natuurlijk is de mens een sociaal wezen, stelt hij, maar als we het gedrag van de mens (ook de mens als dader) willen snappen, moeten we wel het hele plaatje meenemen. En dat levert een complex beeld op van de massamoordenaar – jammer voor de mensen die op zoek zijn simpele causale relaties en quick fixes voor genocide, maar het is niet anders.

Volgens De Swaan kunnen we genocide en daderschap alleen goed begrijpen met analyses op vier verschillende niveaus: maatschappelijk/macrosociologisch (welke grote veranderingen heeft een maatschappij ondergaan), institutioneel/mesosociologisch (de infrastructuur die de genocide mogelijk maakt en regelt), situationaal/microsociologisch (zeg maar groepsdynamiek) en persoonlijk/psychosociologisch (‘dispositie’).

Compartimenten van Vernietiging is een boek met tamelijk wat wetenschappelijk jargon maar niettemin zeer goed leesbaar, ook voor niet-sociologen. De Swaan laat zien langs welke universele lijnen massamoorden en de voorbereidingen daarop zich voltrekken, met als kernbegrippen identificatie (van en met eigen groep) en desidentificatie (met de ander). Het onvermijdelijke proces van in- en uitsluiting bij groepsvorming is algemeen bekend, maar de genocide-casus laat nogal pijnlijk zien waar een en ander toe kan leiden: projectie van kwalijke eigenschappen (doortraptheid, luiheid, machtswellust) op de ander, verabsolutering van verschillen tussen wij en zij, en de ‘essentialisering’ van de ander. Daarmee wordt – in de ruimste zin van het woord – afstand genomen van de doelgroep, een grondvoorwaarde voor haar vernietiging.

Terugblikkend op de 401766670_b7c2711002bekendste voorbeelden van massamoord in de moderne geschiedenis komt De Swaan tot de volgende reeks van opeenvolgende processen: identificatie en registratie (een min of meer heldere groep in beeld), desidentificatie (middels haatzaaierij en ontmenselijking), isolatie (bijvoorbeeld in getto’s), deportatie (onttrekking aan het zicht) en ten slotte massale vernietiging.

Terug naar de vraag: kun je, mag je (met zoveel miljoenen slachtoffers genocideslachtoffers) je afvragen of De Swaan stiekem ook iets zegt over organisaties, de uwe en de mijne. Mag je parallellen zien?

Dat is natuurlijk wel het hele idee van een neutrale wetenschapstaal zoals die van de sociologie; die moet zich per definitie over meer dan een specifieke casus kunnen laten uitstrooien. Misschien zag ik daarom overeenkomsten tussen het boek van De Swaan en Dit kan niet waar zijn, van Joris Luyendijk. Ook Luyendijk plaatst ‘daderschap’ (in zijn geval van ontspoorde bankiers) in een bredere, faciliterende context. Dat maakt het allemaal niet eenvoudiger – weg mogelijkheid van de belofte dat je met het wegnemen van wat rotte appels een nieuwe rampspoed kunt afwenden – maar het biedt wel zicht op algemene, casusoverstijgende mechanismen.

“Bij ‘normale mensen’ zou toch enige gewetensnood, wat schuldgevoel, een grein van schaamte, verdriet of berouw te verwachten zijn. Niets van dat alles. Keer op keer … vertonen de daders opvallend weinig tekenen van rouw, medelijden, schuldgevoel of schaamte.”

“De daders waren niet volledig gespeend van enig moreel gevoel jegens hun slachtoffers, noch van enige empathie of mededogen. Hoezeer ze ook gedehumaniseerd werden, die slachtoffers bleven onmiskenbaar mensen. En het vergde een psychologische inspanning omdat te negeren of te verloochen.”

De citaten komen uit Compartimenten van Vernietiging, maar ook Luyendijk had de woorden kunnen optekenen. Dat geeft te denken – en dat is toch een beetje wat we hier proberen te doen –, bijvoorbeeld over de manier waarop je daders zou moeten benaderen. Misschien een Waarheid- en Verzoeningscommissie naar aanleiding van de financiële crisis? Een verplichte omgangsregeling tussen bedrijven en hun klanten, zodat laatstgenoemden niet veilig op afstand kunnen worden gezet als sukkels die het verdienen om te worden bedrogen?

Organisatiekunde is een vakgebied dat drijft op sociologische termen. Group think, socialisatie, teambuilding, esprit de corps, wij-zij denken, teamcoaches, ga maar door. Natuurlijk kunnen we wat leren van Compartimenten van Vernietiging, en dan hoeven we nog niet eens onze manager als kampcommandant voor te stellen.

Zoals wel vaker is de kracht van een buitenboek erin gelegen dat het concepten opdringt die niet tot het mainstream begrippenapparaat van een vakgebied kunnen worden gerekend. Concluderen dat de organisatiekunde voor inzichten in de gevolgen van een tekort aan mededogen, empathie en medelijden eens moet buurten bij de genocidestudies is misschien minder vergezocht dan je zou willen.