Heb nogal wat verbaasde reacties gekregen van vrienden en collega’s op mijn aanmelding bij kenniskring Change Management. “Jij bent toch ethicus? En bent toch bezig met publieke reacties op beledigingen? Waarom breng je je onderzoek dan onder bij een lectoraat Organisatieverandering? “Omdat ik ben geïnteresseerd in de wederzijdse beïnvloeding van institutionele normen en morele attitudes van mensen.” De vraag was goed, dus leerde de stilte die volgde mij dat ik nog geen pakkend antwoord paraat heb voor bij de koffieautomaat. En ook geen antwoord dat thematisch aansluit op deze site. Voor wie nu nog leest: hier een eerste poging tot wat loopplanken naar twee omringende blogs die wél over Change Management gaan. Wel wat kritisch voor een novice dus dit blog zal ik vast bezuren later. Maar hey, zonder rimpeling geen kring.

Lees eerst nog even deze blogs ‘Dead Man Working’ van Jacco en Professionele paradoxen I van Fer en stel je dan voor dat jijzelf organisatieverbeteraar van beroep bent. Dan voel je ongeveer wel aan dat consultants elke nacht existentiële angsten te overwinnen hebben om dit vak überhaupt uit te kunnen oefenen. Weinigen brengen dat voor elkaar terwijl de meesten zich overdag blijven gedragen alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Dat is althans het beeld dat ik met veel collega-docenten deel over de consultants en verandercoaches die wij in WO en HBO zagen langstrekken de laatste paar jaar.

Omgekeerd is dat beeld misschien juist veelzeggend over onderwijsprofessionals. ‘Die hebben allang besloten om tot hun pensioen niet meer te bewegen’ zoals een adviseur mij laatst toevertrouwde – mijn eigen leeftijd schatte zij daarbij fors verkeerd in. Ik zie dat wat anders –maar daar kan een misplaatst gevoel van eigenwaarde aan ten grondslag liggen.

De ervaren docent is voor mij iemand die de explosieve groei van de vraag naar hoger onderwijs in de afgelopen decennia aan den lijve heeft ondervonden maar die de levensader van het dagelijkse contact met jonge mensen heeft weten te benutten om de eigen motivatie vast te houden, ondanks enorm gestegen werkdruk.  Zo’n docent wil niets liever dan boeiend contactonderwijs en gezamenlijke leerervaringen tot stand brengen. De ervaren docent zie ik ten tweede als het lid van een professionele organisatie dat zich veilig zou kunnen voelen met een (in de regel) vast dienstverband, maar zich toch speelbal voelt van een explosief gegroeide overhead. Of concreter, als iemand die het geheel van de hem of haar omringende systemen inmiddels vaker als hindermacht-,  dan als ondersteunend heeft ervaren  (een bijkomende verklaring hiervoor is dat krenkende ervaringen dieper doorvreten in de menselijke geest; zie The Ethics of Memory van Avishai Margalit).

tramconducteur op Segway, bron: wikimedia

Welk verwachtingspatroon zal zo’n docent vervolgens hebben over coaches en consultants die door managers zijn binnengehaald met de opdracht om – in Fer’s treffende beschrijving- ‘te sturen op zelfsturing’? Het antwoord laat zich raden: onverschilligheid, argwaan en cynisme. Soms ook leedvermaak. Enkele jaren terug bijvoorbeeld tok een spontaan gedeelde lach door de aula van mijn schoolgebouw, toen daar twee consultants met glimmend gesoigneerde schedels op hun Segways binnenreden.  Ik stel me zo voor dat de Papua’s destijds net zo gelachen hebben toen die de eerste zendelingen door hun branding zagen waden – want ook dat waren mensen die zich op onbekend terrein begaven en zichzelf daar hardop de exclusieve gave toedichtten van ‘het inspireren’. Deze zendelingen hebben hun bezoek goed overleefd, maar onze lust in organisatieverandering hebben ze niet merkbaar verhoogd.

Kortheidshalve trek ik dit betoog breder dan onderwijsland: niet de verandercoaches maar sociale geografie, economie en technologie veranderen onze organisaties – en razendsnel ook. Dát sociologisch realisme deel ik geheel met Carl Cederström en Peter Fleming. En wie van werknemers in zulke omstandigheden hipsters wil maken die heeft even niet om zich heen gekeken, dat ben ik eens met Jacco.

Verandermanagement in het algemeen is (of dat vindt de filosoof in mij) zo’n riskant begrip omdat de ambitie van sturing-van-buitenaf al in die term ingebakken zit. Zou deze tak van organisatiekunde zich niet beter kunnen richten op het vermogen dat aan mensen wel of niet) mag worden toegekend, uitgaande van de door hen zelf ingevulde sociale rollen, om veerkrachtig te reageren op de altijd al aanwezige omgevingsveranderingen?  En dus minder op de illusie dat veranderingen van omgeving en organisatie ‘ab initio’ stuurbaar zijn? Want reactieve attitudes van mensen in sociale verbanden zijn niet per definitie conservatief gericht. Net zoals verandercoaches niet per definitie progressief zijn – met of zonder Segway.