Coaching is gericht op het bevorderen van zelfsturing: op het maken van eigen keuzes door de klant zelf. Een coach heeft dus een paradoxale opdracht: die moet sturen op zelfsturing. Hoe doet een coach dat?

Laatst hoorde ik een collega zeggen: ‘een klant is als een ei dat op uitbreken staat. Om geboren te worden moet het kuiken de eierschaal zelf van binnenuit kapot pikken; dat brengt leven. Als de moederkip van buitenaf gaat pikken brengt dat de dood’. Klinkt mooi. Een beetje al te mooi, wat mij betreft. Zou dat wel kloppen?

1

Een hele tijd geleden maakte ik ook al kennis met de metafoor van de kip en het kuiken . Philip van Praag introduceerde deze metafoor in mijn eigen leersupervisie (in 1994) om de rol van de begeleider te verhelderen: ‘als kip dribbel je zenuwachtig rond het ei dat op uitbreken staat: als je het kuiken gaat helpen door te pikken, loop je het risico dat je het kuiken verwondt’. Een aardige nuancering ten opzichte van die eerder geciteerde collega: als je van buitenaf pikt, loop je het risico de ander te verwonden. Dat is wat anders dan de dood brengen als je eens wat uitprobeert.

2

Uiteraard weet ik ook wel dat een inhoudelijk advies de zelfsturing van de klant om zeep kan helpen. Maar het zenuwachtige gedribbel blijft. De vraag blijft namelijk wat je als begeleider wel kunt bijdragen aan het bevorderen van zelfsturing. Anders geformuleerd: niets doen (behalve zenuwachtig dribbelen) kan ook een vorm van verwaarlozing zijn.

chicken-egg01

Met Marcel Hoonhout en Rinus Merkies heb ik het professionele handelen van een coach in kaart proberen te brengen als het kiezen in zeven spanningsvelden, ergens tussen de uitersten van:

  • Individu – organisatie
  • Smalle focus op de klant – brede focus op de klant
  • Doel – Proces
  • Voorgeschreven functioneren – zelfstandig functioneren
  • Leren – presteren
  • Begeleiden – leiden
  • Zakelijke dienstverlening – persoonlijke ontmoeting

Een coach kan vanuit deze spanningsvelden een heel scala aan keuzes maken. Van zwijgen (zoals die zenuwachtig drentelende kip) tot provoceren (‘blijf jij maar in je ei; da’s een stuk veiliger’), en nog een heleboel meer (waaronder ook adviseren…). Een klant is geen eitje -tenminste niet altijd (maar soms inderdaad wel).

4

Lastig is dat je als coach nooit van tevoren weet of je keuze past. Dat kun je ook niet weten: je leert de situatie juist kennen door iets uit te proberen. Inderdaad betekent dat ook altijd een risico nemen. En vervolgens goed opletten of je bij moet sturen of niet, immers: ‘the situation talks back’ (Schön). Wat bijdraagt aan zelfsturing van de klant is daarmee vooral een zoekproces van coach en klant samen.

De professionele eis is: heb je als coach achteraf (‘after action’) een verhaal bij wat je gedaan hebt, en hoe je (‘in action’) -eventueel- je eigen bijdrage hebt bijgesteld? Verantwoorden dus van het zoekproces, met soms een pikje teveel, en soms eentje te weinig, of op de verkeerde plek (‘au!’).

Bron: Fer van den Boomen, Marcel Hoonhout & Rinus Merkies (2004) Professionele dilemma’s van de coach. Het maken van verantwoorde keuzen. Soest: Nelissen