Aanklagers, premiejagers en snelrechters ineen. Carl Cederström en Peter Fleming zijn mannen met een missie: voorkomen dat het kapitalisme zich onttrekt aan het zicht om in het geniep haar vernietigende werk te doen.

De organisatiewetenschappers stellen in Dead Man Working dat het lopendebandwerk van weleer weliswaar goor, gevaarlijk en vernederend was, maar we noemden elkaar in ieder geval geen mietje. De situatie was overzichtelijk en, belangrijker nog, het kapitalisme kende en respecteerde haar grenzen. De uitbuiting duurde van negen tot vijf en met het uittrekken20150907_175229
van de werkkleding, mocht je weer mens zijn.

Dat veranderde toen het kapitalisme afhankelijk werd van de dienstensector. Werk mocht niet langer openlijk geminacht worden, een van de weinige voorrechten van de fabrieksarbeider. En dus moest de stewardess faken dat ze de ongezonde cabinelucht en het gemekker van kinderen en zakenlieden als dolletjes en belonend ervoer.

De uitvinding van de neplach en de gescripte beleefdheid markeerde geenszins het eind van het dehumaniseringsproject van het kapitalisme. Het groeiende besef van de klant dat hij in de ogen de front office medewerker zomaar eens geen koning zou kunnen zijn en dat hij ieder moment in z’n gezicht kan worden gespuugd – dat is natuurlijk gewoon bad for business. Het tegenovergestelde doen dan maar. En wat krijg je als je onoprechtheid spiegelt? Precies: authenticiteit! De werknemers moet voortaan zichzelf kunnen zijn. Dat moet. Van de baas.

De grootste vrees van de Human Resource Management afdeling is al lang niet meer absenteeism, schrijven Cederström & Fleming; het ware kwaad schuilt in presenteeism: “being present only in body with every other part of you being far, far away (on a beach, making love, setting a building on fire, etc.)”. Om te voorkomen dat de werknemer zich niet thuis voelt op zijn werk – dûh – wordt hij aangemoedigd de grens tussen werk en (privé)leven uit te wissen. Met spulletjes van thuis mag de werkplek worden opgeleukt, en een kniesoor die er aanstoot aan neemt dat de baas je ’s avonds nog even stoort (voor zover je al niet zat te werken op de laptop die je is ‘aangeboden’). We hebben geen baan meer, zeggen Cederström & Fleming, we zijn onze baan. Werk is een way of life.

De kolonisatie van het leven door het werk is totaal. Aan de ene kant zien we geformaliseerde informaliteit, spontaniteit op bestelling en de plicht om het leuk te hebben, mede mogelijk gemaakt door “fun-sultants”. Heb je daar geen zin in, ook goed want het moderne kapitalisme ziet ook wel mogelijkheden aan de andere kant, dat wil zeggen in de verzilvering van je anarchistische, anti-corporate sentimenten:

Rather than radicalism being silenced as a dangerous or subversive element, it is now welcomed in cardboard cut-out form, even featuring in the boardroom … Perhaps elegiac Kurt Cobain-types are now ideal pinup models for an unconventional kind of management consultant, one who hates the firm while simultaneously being supine and conformist … The fact that they are cynical and overtly against their own employer poses no problem. Because they are going nowhere.

Niks ‘frictieloos’ of ‘vriendelijk’ kapitalisme, waarschuwen Cederström & Fleming, trap niet in de belofte van een wereld waarin iedereen wint. Het leed is alleen maar toegenomen. Het ongerief van de stewardessen bestond er nog uit dat ze niet zichzelf konden zijn. Een lachertje, achteraf gezien, want de moderne werknemer treft het een stuk slechter; hij moet zien te dealen met ongemak om juSalaryman_asleep_on_the_Tokyo_Subwayist wel zichzelf te zijn.

Een opdracht van formaat, en we falen dan ook hopeloos. Collectief. Het totalitaire moderne kapitalisme heeft onsCederström waar het ons hebben wil: wat we ook doen – alles tussen onderwerping en verzet – leidt tot een verdere inperking van ons privéleven. En waar
werk voor Cederström & Fleming samenvalt met de dood, blijft van de moderne werknemer dus weinig over dan een Dead Man Working.

Terwijl we reikhalzen uitkijken naar de Tsunami die ons zal meesleuren en bevrijden, laten we ons intussen van onze beste kant zien: als de hipster-medewerker. De modelarbeider van nu (nou ja, Dead Man Working dateert van 2012) overziet de hopeloosheid van de situatie aardig maar een heeft een list verzonnen door ironie in te brengen:

While [hipsters] seems perfectly aware that the frenetic search for authenticity is a dead end, they continue to persue it nevertheless … the hipster fully understands the inconvenience of being yourself. But instead of trying to escape that structure, the hipster voluntarily remains a dead man working.

Een zelfverkozen dood dan maar, om een eind te maken aan al dat ongemak?  & Fleming wijden een heel hoofdstuk van hun handzame boekje (72 pagina’s) aan de zelfmoordoptie maar helaas, ook dit, zelfs dit levert geen opbeurende verhalen op. Er is begrip voor de dolgedraaide bankiers, de moderne slaven in Foxconn City en de getraumatiseerde werknemers van France Telecom (“a life neither distinguishable from the deadness of work nor the lightness of death is a life not worth living”), maar de sprong de uit het raam van je gekmakende kantoor biedt geen soelaas. Een groots maar zinloos gebaar, “a wasted death, a gift to an undeserving Other who in the end doesn’t even care”. Of erger, een (onbewuste) daad van loyaliteit aan het bedrijf, in de zin van een vervolmaking van de dood die je werkgever je toch al toewenste.

En dan, na zoveel heerlijke treurnis en het onvermijdelijke besef dat je kapitalisme niet kunt aanpakken zonder dolk in de eigen borst te duwen (en zelfs daarmee blijk je dus het kapitalisme te dienen), een postscript.

How does one resist what appears to be life itself? We think it involves a process of de-working our bodies and social relations, seperating life from what that which has now colonized it. This means not mistaking the commonwealth we create together for capitalism. Not mistaking life and its conduct for work. Not mistaking the body and its sensibilities for a human resource.

Een boodschap van hoop, een handelingsperspectief bij het sluiten van de markt. Slimme jongens, die Cederström & Fleming. Hebben zich natuurlijk gerealiseerd dat boeken dat zonder lichtpuntjes niet zo lekker verkopen. Wilden onderstrepen dat ook organisatiewetenschappers ook maar gewoon dead man working zijn. Het kapitalisme aanklagen en opjagen om er geld mee te verdienen. Een vertrouwd recept, maar het smaakt nog steeds prima.

Maar wat mij betreft hadden ze ook gewoon hier kunnen stoppen:

Night has fallen for the last time. You like awake and listen to the dead silence surrouding you. That’s when you hear it. It is still far away, but you are not mistaken. You have waited long enough now. It is dark. You cannot even see your own body. It draws closer. Finally. No more early morning meetings. No more emails. The wave is here. It wipes you away.