In Havo is geen optie beschrijft Martje van der Brug hoe ouders in het Wassenaarse hun schoolgaande kroost proberen te behoeden voor een bestaan zonder kennis van Chinese taal & cultuur of uitschakeling in de interscolaire Nationale Shell Schoolhockeycompetitie. Alles uit de kast, en alles uiteraard in het belang van het kind.

Ook bij ons thuis, op nog geen steenworp afstand van Wassenaar, zou havo niet gaan gebeuren. Met het naderen van de eindmusical werd duidelijk dat met wat duwen en trekken de Theoretische Leergang mogelijk moest zijn. Vmbo dus.

Ik had met alle plezier een openhartige column willen schrijven waarin ik zou bekennen dat ik het als hoogopgeleide vader niet eenvoudig vind om in het reine te komen met de cito-score van de stamhouder. De wens om uiteindelijk te worden afgetroefd door je kind schijnt diep te zitten. Maar de waarheid is dat ik het eerste bindende studieadvies betrekkelijk neutraal heb geïncasseerd .

Dit was uiteraard aanleiding voor zelfonderzoek. Ik ben niet alleen hoogopgeleid, ik heb er ook nog eens mijn werk van gemaakt jonge mensen op te jutten en aan de bovenkant van de arbeidsmarkt af te zetten. Waarom dan toch dan zo weinig jaloezie richting bevriende ouders die ene gymnasiast na de andere hoogvlieger afleveren?

Schoolvoorbeeld van cognitieve dissonantie? Verwar ik neutraliteit met verslagenheid? Misschien ben er ik wel gelaten onder omdat ik vermoed dat mijn zoon een laatbloeier zal blijken te zijn. Eind goed, al goed – met als bonus een goed verhaal over doorzettingsvermogen.

De overgang naar de middelbare school zet je wel aan het denken. Welk opleidingsniveau moet je je kind willen toewensen – juist in het belang van het kind?

Recent onderzoek van het CBS leert ons dat hoger opgeleiden meer verdienen en dat grootverdieners vaker “zeer gelukkig” zeggen te zijn dan de minder bedeelden. Helder verhaal, ondubbelzinnige conclusie: in Wassenaar zijn ze niet op hun achterhoofd gevallen.

Maar er is ook ander onderzoek. Zoals dat van de Amerikaanse antropoloog David Graeber, verbonden aan de London School of Economics. Graeber concludeert meer dan de helft van de banen moet worden aangemerkt als ‘bullshit job’: “a form of paid employment that is so completely pointless, unnecessary, or pernicious that even the employee cannot justify its existence”. Let wel: het zijn dus de mensen zelf die aangeven dat hun baan nergens over gaat.

Zo’n bullshit job mag dan zinloos zijn en niks toevoegen, hij komt je niet aanwaaien. Volgens Graeber vinden we holle banen vooral in de werelden van finance, juridische dienstverlening, human resource management, consultancy en public relations. Inderdaad, sectoren waar je niet zomaar binnenkomt. We hebben het hier over beroepen waarvoor je moet doorleren.

Ik zou de studiegidsen er eens op moeten naslaan maar ik betwijfel of we onze studenten waarschuwen voor de gevaren van hun studie. Zou ook onverstandig zijn, als we onze uiterst zinvolle banen als opleiders niet willen verliezen.

Misschien een bijsluiter bij de bul?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: