Artformutations is a project that is subtitled as “when management questions contemporary mutations through art”. Perhaps this subtitle is the core of the project. Questioning what ‘management’, ‘questioning’, ‘contemporary’, ‘mutations’, and ‘art’ are is a prerequisite for discussing the issue the sentence brings together.

The proposition that ‘management’, ‘contemporary’, ‘mutations’ actually exist in a validatable sense generates an unease when in the hands of artists. The urge to disentangle terms that otherwise, in their entanglement are taken for granted and valued, is huge. Or it ought to be huge as art is here to disentangle in order to create space for new representations instead of the permutations ‘management’ suggests as the preferred way of dealing with –for instance—staff resisting change.

At a concluding conference[1] at the Paris-Dauphine university that hosted the project, experiences came together, and as a consequence art met academia and the world of organisational management. In such a circumstance, the unavoidable controversies show themselves as the fuel of inspiring discussions.

It starts with the unease felt by artists present to be the object of research and –in the artist’s perception perhaps worse—of conclusions drawn.

While one of the justified warnings sounded to not oversimplify things related to management and organisation, the simplification of ‘art’ was unavoidable, if only as a precondition to be able to talk about something within the confines of a grand conference room at Paris-Dauphine.

“Art is everywhere,” was an intervention of one of the participating artists, who stressed the complexity generated by his inability to separate ‘artist’, ‘artistic creation’ and ‘artefact’. “Art is everywhere in organisations also,” he added. Which makes research difficult. The urge of the academic to discern between art and not-art is dominant.

There is one way to at least picture what art can do in an academic way. My guess is that it is true that art is everywhere, even in an organization. This makes the issue of accessibility an interesting focal point of research. In the world of managed organisation, the appreciation and use of art is not widely spread. The chance to use art in daily goings-on seems to be confined to those in management positions. If art is everywhere, the research question is who benefits.

Subsequently we can then look into how –for instance—art can be used in resisting the change management propose? Now it seems academia is interested in how management is utilized to be more effective in moving people towards new goals, or towards the exit for that matter.

Interestingly the conference did offer insight in a project aimed at documenting through theatre the resistance of personnel against the closure of the lingerie workshop they made bras in. That however is a feat after the managerial fact.

Art has always questioned contemporary mutations. Interestingly the mutations we need to question now are those in the way the world is represented and –subsequently- exemplified. Representations and exemplifications have always been self-serving to very specific groups. They require constant questioning if only because exclusivity that has been brought into art and many other modes of representation does not work anymore. The challenges we all face require an artful representation and exemplification that helps those who are now disengaged from these challenges to become meaningfully connected.

‘Contemporary mutations’ require not just ‘management’ to ‘question’ them. They require stories, performances, pictures, sounds, rhythms and riffs that move all into an inclusive approach. Perhaps the main answer that managerial questioning contemporary mutations in an artful way emits is that these mutations require a tribal approach to management, rather than the current regal one.

One outcome of Artformutations is a magazine called DISFUNCTION. Gain access through: dysfunction-journal.tumblr.com.

[1] http://www.abrir-project.org/fr/accueil/actualites/detail-de-lactualite/article/artformutations.html

Interview Rob Ruts Wat doe je bij De Haagse Hogeschool? Sinds 2010 ben ik docent bij de opleiding Integrale Veiligheidskunde aan de Faculteit Bestuur, Recht & Veiligheid van De Haagse Hogeschool. Daarvoor heb ik een aantal jaar advies gegeven over de ontwikkeling van onderwijs in integrale veiligheidskunde, IVK. Ik houd me al twintig jaar bezig met professionalisering in het veiligheidsdomein. Daaraan een heel directe bijdrage te leveren door ook echt samen met studenten op te trekken, was een aantrekkelijke propositie. Het leerbaar maken van een complex beroep als integraal veiligheidskundige is avontuurlijk, maar beslist geen sinecure. Wat erg helpt, is dat de opleiding een prachtig team heeft. Onderwijs maken doe je samen en dat kan op de hogeschool. Maar wat vooral inspireert is mijn lidmaatschap van twee kenniskringen: van het lectoraat Change Management en het lectoraat Informatie, Technologie en Samenleving. Wat is je achtergrond? Ik ben integraal veiligheidskundige van de generatie van vóór de IVK-opleidingen. De pioniers in het vak waren er in vele soorten en maten. We hebben het vak al doende geleerd, al werkend en pratend met elkaar, met daders, met slachtoffers, met belanghebbenden. Ik heb me veel beziggehouden met de inzet van de politie in relatie tot burgers, en met veiligheidskundige vraagstukken die samenhangen met geweld. Zo ben ik betrokken geweest bij de ontwikkeling van de aanpak van huiselijk geweld. Geweld als aspect van jeugdcultuur, en fenomenen als radicalisering en terreur zijn thema's waar ik me al veertig jaar mee bezighoud. Het heeft me naar vele hoeken van de wereld gebracht. Op het ogenblik doe ik projecten in Kaapstad, Mumbai en New York. Toen ik 35 was startte ik met een studie filosofie. Die studie gaat nog steeds door, waarbij ik vooral kijk naar de vertaling van filosofische inzichten naar de beroepspraktijk. Ik voel me met name thuis bij het Pragmatisme, en bij denkers zoals Richard Rorty en Bruno Latour. Verder ben ik kunstenaar. Beeldende kunst en theater zijn mijn disciplines. Hoe zich dat verhoudt met integraal veiligheidskundige zijn, is een heel verhaal. Kern ervan is dat veiligheid en andere maatschappelijke vraagstukken om een rijker scala aan benaderingen vragen. Hoewel ik bedreven ben in het maken van risicoanalyses en veiligheidsbeheerplannen en ander veiligheidskundig handwerk, onderzoek ik ook achtergronden van veiligheidsvraagstukken door middel van kunstzinnige middelen. En ik toon ze bijvoorbeeld door middel van bijvoorbeeld documentaires en theatervoorstellingen. Wat doe je voor onderzoek? Ik ben gevraagd lid te worden van beide kenniskringen omdat ik professioneel bezig ben met complexe stedelijke vraagstukken en tegelijkertijd kunstenaar ben. De lectoraten Change Management en Informatie, Technologie en Samenleving onderzoeken gezamenlijk hoe kunst een rol kan spelen in verandering, en daar richt ik me op. Dat gebeurt vooral in een laboratorium dat beide lectoraten zijn gestart. Ik doe onderzoek naar hoe een dergelijk laboratorium een functie kan spelen als interventie in de manieren waarop maatschappelijke vraagstukken aandacht krijgen, en dat tegen de achtergrond van de inzet van kunst. In het laboratorium kijk ik verder naar innovatieve benaderingen van stedelijke veiligheidsvraagstukken. Zo zijn we bezig met de vraag hoe nieuwe vormen van wijkaanpak politiek en bestuurlijk passend kunnen worden verantwoord. Ook kijken we naar radicalisering en naar een context gebonden handhaving van de rechtsorde.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: