Het vergelijken van een individu met een acteur of een organisatie met theater gebeurt dikwijls, bijvoorbeeld door de socioloog Goffman, die al in 1959 stelde dat individuen als acteurs, publiek of als regisseurs kunnen worden gezien in een performance-context.

Vergelijkingen met de theaterwereld worden- juist nu – binnen organisaties veel gemaakt. Er zijn dan ook plenty metaforen beschikbaar. We kennen ze voor individuen: de leidinggevende regisseert, een ander is hoofdrolspeler, of vervult slechts een bijrol, terwijl “all-rounders” meerdere rollen kunnen spelen. Ook gebruiken we graag uitdrukkingen uit de toneelwereld als metafoor voor organisaties, zoals: een idee ‘voor het voetlicht brengen’ tot ‘afgang’ en ‘het doek valt’; in dat laatste geval is het: over en uit.

Wanneer we gaan experimenteren met theater als een interventie voor verandering of vernieuwing in een organisatie wordt het spannend, want dan moeten we de daad bij het woord voegen. Dit vindt wel steeds meer plaats op zoek naar vernieuwing met creativiteit. Laten we eens kijken in welke mate een evenement als THNK FST voldoet aan een aantal criteria die horen bij een toneelrepetetie.

Het oefen- of repeteerproces in toneel is belangrijk om met elkaar (regisseur, spelers, dramaturg, kostuum-, decor, lichtontwerper enz. enz.) tot een voorstelling te komen. Zandee en Broekhuijsen, die vanuit Nijenrode University onderzoek hebben gedaan naar toepassing van theaterprincipes binnen organisaties, vooral met repetitie of rehearsal, benoemen vier essentiële principes voor dit oefen- of repeteerproces (Zandee & Broekhuijsen, 2009):

Vier principes voor een toneelrepetitie of een rehearsal:

  1. Responsiveness de interactie: het op elkaar reageren, inspelen
  2. Workability al spelend mogelijkheden zoeken, uitproberen wat werkt
  3. Unsettledness ruimte bieden voor een creatieve flow / verrassingen
  4. Embodiment een fysieke actie, want ideeën alleen leiden niet tot realisatie

Repetitie: Wat nu, een repetitie? Niet aan de orde, niet eens een generale, geen try-out; hooguit een solo-check of eventuele apparatuur het doet in de afzonderlijke ruimtes en dan gelijk ‘on stage’, waar dat dan ook is binnen de hogeschool.

Responsiveness: in de aanloop naar THNK FST zijn een aantal bijeenkomsten georganiseerd die vooral tot doel hadden mensen te enthousiasmeren om deel te nemen en een positief virus binnen de school te verspreiden voor THNK FST. Vooral ook om te wennen aan het idee dat alles in principe mogelijk was en mocht. Dat leidde wel tot interactie en was eigenlijk vooral een oefening in moed, want, er was geen regisseur, organiserend comité, wel ondersteuning. Het bleek een ultieme uitnodiging tot zelfregie te zijn.

Workability: ook hiervoor geldt dat in de aanloop naar THNK FST niet is geoefend op een idee: werkt dit wel of niet in een groep, hoe kan het beter, anders enz., opnieuw was het motto: bedenk en doe!

Unsettledness: de THNK FST bijeenkomsten vanaf mei tot en met oktober waren vooral bedoeld om een creatief gedachtenproces op gang te brengen bij de deelnemers van het eerste uur en er meer mensen bij te betrekken door met elkaar te zijn en erover te spreken en het virus te verspreiden.

Embodiment: wordt duidelijk tijdens THNK FST

Conclusies

Responsiveness: voor THNK FST is niemand op elkaar ingespeeld: het wordt een bonte verzameling van activiteiten.

Workability: hooguit zijn de afzonderlijke activiteiten het resultaat van individuele oefenprocessen in verschillende hoofden, die zich tijdens THNK FST in de praktijk zullen laten zien als goed, enigszins of minder geslaagd, maar wel gedurfd.

Unsettledness: ieder bepaalt uiteindelijk zelf of hij/zij wat doet en wat dan precies. Het ontbreken van criteria of een beslisgroep zorgde aanvankelijk wel voor ongemakkelijke gevoelens.

Embodiment: tijdens THNK FST zal blijken wat al die collega’s met lef in actie brengen!

Zeker is al dat het positieve virus zich exponentieel heeft verspreid, want vanaf de herfstvakantie tot 1 november is het aantal activiteiten toegenomen van 20 tot 60!

Voor zowel de ‘early adapters’ van het eerste uur als voor de ‘late followers’ is de gelegenheid tot responsiveness, workability en unsettledness zeer gering; de embodiment blijkt tijdens THNK FST zelf.

Een vergelijking met THNK FST als toneelrepetitie gaat dus op alle principes mank.

Dit bewijst des te meer over hoeveel moed de deelnemers beschikken om zonder veel voorbereiding en met ultieme zelfregie de confrontatie met het publiek, collega’s en studenten, aan te gaan. Geef daarom deze personen vertrouwen en kom: beleef THNK FST mee, want: “zonder publiek: geen voorstelling!”

THNK FST is veeleer een prachtige case vanuit het oogpunt van professionele ruimte, maar dat zal in een volgende blog aan de orde komen.

Ik wens ieder een prachtige THNK FST ervaring met veel speelplezier: the floor is yours!

 

Literatuur:

Goffman: The presentation of self in everday life (1959).

Zandee & Broekhuijsen: Will it work? Theatrical rehearsal as relation form giving process (2009).