“De vloer op”, “on stage zijn”, “een podium krijgen”, “opkomen”en “afgaan”, “achter de schermen”, “het doek valt”, “in de spotlight staan” en “speelruimte hebben”: allemaal termen uit de theaterwereld die als metaforen in organisaties veelvuldig worden gebezigd.

Laten we eens kijken naar die laatste: hoeveel speelruimte is er eigenlijk in onderwijsorganisaties?

En dan bedoel ik niet de Playground die sinds de zomer het Atrium van de Haagse Hogeschool siert, ook al is die naam ongetwijfeld niet toevallig gekozen, maar professionele ruimte in het onderwijs.

Professionele ruimte komt als begrip veelvuldig in onderzoeksliteratuur en beleidsnota’s voor, maar blijkt niet scherp gedefinieerd te zijn en ruimte te bieden voor vele percepties en interpretaties. Er is niet alleen in de theorie veel discussie over de betekenis van het begrip professionele ruimte, de inhoud en de invulling ervan, maar ook in de praktijk: “Benutten docenten hun professionele ruimte wel goed (genoeg)?” vragen manager zich (soms) af, terwijl docenten zich begrensd voelen door kaders en werkdruk. Daarentegen wordt een beroep op professionele ruimte wel eens uitgelegd als vrijblijvend gedrag en als onwil om verantwoording af te leggen (Zestor, 2014).

Wagen we ons tot een voorzichtige, generieke beschrijving van professionele ruimte en het belang ervan, dan luidt die: “Het gaat om de mate waarin docenten zeggenschap hebben over de onderwijswerkprocessen. Verondersteld wordt dat professionele ruimte belangrijk is voor het vergroten van eigenaaarschap, het versterken van onderlinge leernetwerken, de motivatie en de professionalisering. Vormgeving van de professionele ruimte in een onderwijsorganisatie vindt plaats door docenten in samenspel meet hun collega’s, bestuur en management. Alleen, het is onbekend hoe die processen verlopen”(Hulsbos et al, 2012).

Dat professionele ruimte belangrijk is, daar is ieder het over eens, omdat er een direct verband is tussen professionele (handelings)ruimte en onderwijskwaliteit. Wanneer een hogeschool streeft naar het creëren van hoge onderwijskwaliteit, het opleiden van optimaal gekwalificeerde bachelors en wil beschikken over een sterke kwaliteitscultuur, en dat alles wil de Haagse Hogeschool, dan is het van groot belang ook juist hierover het goede gesprek te voeren: een kritische onderlinge en continue dialoog over de perceptie van professionele ruimte, de motivatie, het vermogen en ook de gelegenheid om die ruimte te benutten (Zestor, 2014). Dat gesprek kan plaats vinden op de dagelijkse werkvloer: van , oefenruimte (docentwerkruimte) tot in de coulissen (gang), de klas of de Playground. Dat gesprek gaat door, ook wanneer we op tournee zijn (de ontmoeting met onze externe relaties en onderwijspartners). In feite biedt elke plek waar onderwijs een rol speelt ruimte voor verkenning, ontwikkeling en versterking van de professionele ruimte en daardoor kwaliteit: Toon initiatief, pak dat podium en speel dat spel samen!