Op 19 september 2016 vond in het Ministerie van OCW het jaarlijks Debat van het Onderwijsbestuur plaats, dat aangekondigd was met de vraag:

“Is er ruimte in het onderwijs om een gezonde organisatie te worden?”

Een prikkelende aankondiging, omdat het nieuwsgierig maakt naar welk type ‘ruimte’ verwezen wordt (financieel, professioneel of…?) én wat er onder ‘gezond’ wordt verstaan (financieel, professioneel of …?). Voor mij, nieuwsgierig onderzoeker naar professionele ruimte in het hoger onderwijs, een interessante kans om te ervaren op welke wijze de krachtenvelden en de fricties tussen kaders en dialoog, sturing en eigen initiatief aan bod zullen komen bij de aanwezige bestuurders, de Minister en de overige belanghebbenden op basis van deze aankondiging. Ik meldde me aan.

Kees Boele, bestuursvoorzitter van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), verrichtte met zijn lezing ‘Passie voor Onderwijsbestuur’ de aftrap: een inspirerend betoog waarin hij op overtuigende wijze de urgentie tot verandering in onderwijskundige besturingssystemen duidelijk maakt, onderbouwde veranderings- en verbeterings-richtingen signaleert en deze met voorbeelden illustreert.

In dit blog worden de taken van onderwijsbestuurders opgesomd, althans diegene die Boele als hun belangrijkste taken beschouwt. In volgende blogs staan andere onderwerpen uit zijn betoog zoals “Professionals Governance, “Kwaliteitscultuur” en “Vertrouwen” centraal. Deze zijn noodzakelijk om een gezonde onderwijsorganisatie te worden, omdat, volgens Boele, “de ziel van een school niet in de begroting zit“.

Minister Bussemaker gaf in reactie op Boeles betoog aan dat door “Professionals Governance” de aandacht naar docenten gaat, die echt het verschil maken in onderwijs, dat besturen vooral communiceren is om draagvlak te creëren, want iedereen moet eigenaar kunnen zijn in de onderwijsorganisatie. De Minister raadt daarom aan samenspraak én tegenspraak te organiseren. De Ranitz, bestuursvoorzitter van InHolland, sloot daarop aan met de opmerking dat je als bestuurder ook een veilige omgeving moet bieden, want ‘andersom denken‘en ‘andersom organiseren‘ vraagt tijd. “Docenten weten zich vaak geen raad met de ruimte“, vervolgde zij, “Je moet het daarom samen bespreken, want binding en verbinding tussen bestuur, docenten en studenten is essentieel“. Ook Boele is het hiermee eens: “Verbinding via procedures leidt tot ontbinding!”

Het bovenstaande maakt al duidelijk dat er sprake is van een verschuiving. Afscheid lijkt te worden genomen van het adagium ‘Vertrouwen is goed, controle is beter’. Gezonde organisaties maak je met elkaar in vertrouwen en met ruimte. Hoe is dat inzicht ontstaan?

Er is urgent verandering nodig, volgens Boele, omdat er een kanteling gaande is van een verticaal geordende, centraal aangestuurde, top-down samenleving naar een horizontale, decentrale bottom-up samenleving. Bestaande instituties en organisaties worden vervangen door gemeenschappen, coöperaties en sociale en fysieke netwerken. Hij vertaalt dit door naar de wereld van onderwijs en stelt dat wij ons op de drempel van een nieuw paradigma bevinden, waarin drie zaken centraal zullen staan:

Passie, Professionals Governance en Vertrouwen.

Belangrijke rollen in deze paradigmshift zijn weggelegd voor alle deelnemers in een onderwijsorganisatie. Als eerste benoemt Boele de taken van de bestuurder(s):

1 Beschikken over passie: een must voor ieder in het onderwijs

Zonder passie, dus als je niet werkelijk van studenten houdt, als je je maar half bewust bent van het grote voorrecht om een bijdrage te mogen leveren aan de persoonlijke ontwikkeling van jonge mensen samen met je collega’s, heb je niets in het onderwijs te zoeken, ook niet als bestuurder of als toezichthouder” en “Aanspreekbaarheid op deze passie is niet te verzekeren, die heb je of die heb je niet. In het laatste geval: snel wegwezen uit het onderwijs, wan studenten en docenten voelen een gebrek aan werkelijke passie onmiddellijk aan“.

2 Kennen van publieke verantwoordelijkheid

Bestuurders hebben als belangrijkste taak, volgens Boele, vanuit hun passie te sturen op de mate van interactie tussen student en staf, want dat is dé factor van generieke betekenis voor studenten, zoals onderzoek aantoont. Volgens Boele zijn onderwijs-bestuurders goed wanneer ze, vanwege het belang van interactie, de nadruk leggen op:  “de inhoud (niet op de functies en de middelen), op de persoon van de student (die geen ‘klant’is), op aandacht (niet op service), op betekenis (niet op produktiviteit), op kwaliteit (niet op kwantiteit), op de lange termijn (niet op de korte termijn), op gezag (niet op macht) en op waarden (niet op indicatoren)“.

3 Mogelijk maken van experimenten en belonen van initiatief

Verder stelt Boele dat bestuurders ruimte dienen te bieden aan experimenten – inclusief de bijbehorende risico’s – en initiatieven dienen te belonen, dat zij ruimte durven te geven aan ‘adhocratie’, waarin professionals zich in wisselende combinaties organiseren:       “Dat is wel erg onwennig soms, maar het is wel de organisatievorm die het best past bij professionele complexiteit en diversiteit in een dynamische omgeving“.

4 Kwaliteit

Boele geeft aan dat je als goed onderwijsbestuurder streng moet zijn op kwaliteit:  “Behalve de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek hoort ‘de kleine kwaliteit’ daar zeker bij: in de ogen van studenten is dat namelijk vaak de grote kwaliteit: roosters en informatievoorziening bijvoorbeeld. Dat moet in orde zijn“.

5 Autoritair zijn

” Autoritair komt van ‘augere’, wat ‘helpen groeien’ betekent. Dat doe je door aan te sluiten op de sterkste drijfveren van docenten en onderzoekers: inhoud van het werk, de zelfstandigheid en verantwoordelijkheid waarmee je het vak beoefent én de sfeer met collega’s“.  Boele stelt dat het sturen op deze drie drijfveren sterk bijdraagt aan het creëren van een kwaliteitscultuur.

Nieuwsgierig geworden?

In volgende blogs komen onderwerpen als “Professionals Governance”, Kwaliteitscultuur” en “Vertrouwen” aan bod. Voor wie daar niet op kan / wil wachten biedt het lezen van het volledige essay uitkomst; eenvoudig te downloaden via:

https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-onderwijs-cultuur-en-wetenschap/documenten/publicaties/2016/09/22/passie-voor-onderwijsbestuur 

Passie voor Onderwijsbestuur, 2016, Kees Boele