Er is waarschijnlijk nergens zoveel over geschreven als over management en leiderschap. Als we kijken naar een willekeurige opsomming, die genoemd worden als kanshebbers van ‘Het Managementboek 2016’ dan zien we de volgende titels voorbij trekken: Agile managen, Naar 100% performance, Zakelijk succes in nieuwe tijden, Briljante businessmodellen in finance, Effectief gedrag veranderen met het 7E -model. Grofweg zou je een onderscheid kunnen maken in enerzijds literatuur die zich richt op bedrijfsprocessen en het inrichten van organisaties volgens een bepaald businessmodel/ managementmodel/ organisatiemodel. Anderzijds is er nogal wat te vinden op het gebied van gedrag: het omgaan met weerstand, meer waarde uit teams halen en hoe je het beste veranderingen ‘uitrolt’ of ,versnelt’. Een andere categorie is leiderschap. Dat kan gaan over visionair leiderschap of persoonlijk leiderschap (geef sturing aan je eigen loopbaan en leven! al dan niet met behulp van een coach of training) of zoals de laatste jaren  in opkomst is; dienend of faciliterend leiderschap. En soms wordt er aandacht geschonken aan de persoonlijkheid van leiders, al dan niet ‘pathologisch’ en de effecten daarvan op een organisatie zoals bijvoorbeeld Kets de Vries. Naast de vakliteratuur, vliegen de managementgoeroes, webinars en congressen je om de oren. En natuurlijk wordt er ook wel commentaar op geleverd getuige de coverstory van januari  van Managementsite *:

‘Managementgoeroes: net zo waardevol als chimpansees die pijltjes gooien naar managementboeken’

Er zijn twee dingen die er uitspringen bij dit soort vakliteratuur. De suggestie dat als je maar het juiste model inzet succes gegarandeerd en maakbaar is. En er wordt opvallend weinig aandacht besteed aan wat er eigenlijk met leiders gebeurt tijdens de weg naar de top of als ze bij de top zijn aangeland of op zijn minst iets van reflectie hierop. Hoe verdragen ze de mythe van de alwetende leider, die zowel besluitvaardig en meevoelend als sturend en dienend is incl. de projecties van medewerkers als ideale ouder? Hoe gaan ze om met macht, paradoxen, spanningsvelden en organiseren ze tegenspraak? Hoe houden ze verbinding met zichzelf en anderen, zonder een narcistische egotripper te worden? Wat maakt zo’n positie eigenlijk begerenswaardig?

Popcornbaasjes

Ook speelfilms over leiders en leiderschap zijn populair. Soms gebaseerd op fictie, soms gebaseerd op (semi) autobiografische verhalen zoals van Mandela of Steve Jobs. Nu gaan films vaak over oerthema’s en universele scripts *. Helden die op avontuur gaan, die te maken krijgen met verraad, verlies, loyaliteit, tegenslag en meestal zegevierend uit de strijd komen (en soms ook niet…). Een toeschouwer van speelfilms geeft het de mogelijkheid voor identificatie en associatie om in een relatieve korte tijd te doorleven hoe het is om in de schoenen van een leider te staan. Het raakt emoties, niet alleen verstand en roept op tot reflectie. Leiders zijn in speelfilms een soort popcorn baasjes; geromantiseerd, verdicht en gefragmenteerd, maar geven wel de gelegenheid om een ander soort vragen te stellen over leiderschap en management dan de vakliteratuur. En in een wereld die steeds visueler wordt door allerlei technologieën en onder handbereik voor grote groepen mensen, lijkt mij dit een andere bron van kennis. In ieder geval de moeite waard voor een onderzoek wat het kijken naar speelfilms in opleidingen zou kunnen opleveren.

Studenten van de Master Organisatiecoaching kregen op het , Corporate Bodies Film Festival- where film meets organization’ twee films te zien over leiderschap: ‘Steve Jobs’ (2015, Danny Boyle) en ‘The boss of it all’ (2007,Lars van Trier). Ik was in de eerste plaats nieuwsgierig wat de films hadden opgeroepen en of er een reflectieve dialoog zou ontstaan over leiderschap en hoe die eruit zou zien. Een paar uitspraken van deelnemende studenten: ‘Met een hele sterke overtuiging kun je alles bereiken’ (nav Steve Jobs) ‘Zijn verbinding met de wereld was zijn rechterhand Joanna Hofman en ze bleef tot het einde toe loyaal, dat was voor mij de meest aansprekende figuur in de film’. ‘Er wordt macht toegekend door anderen aan een figuur die eigenlijk niet bestaat’ (nav The boss of it all). Er ontspon zich een discussie over machtsmisbruik (‘foute leiders’) in organisaties en hoe hier door een ieder werd mee omgegaan (‘je mond houden ‘of ‘vermijden’). Ook de uitspraak van  Steve Jobs over  zijn klanten: ‘It’s no use, people don’t know what they want’ gaf aanzet tot discussie over visionair leiderschap. Het zelf inzetten van films tijdens een organisatiecoachtraject werd nuttig gevonden als spiegel of het bewustzijn  van diverse perspectieven, maar dan wel filmfragmenten. (praktische overwegingen over de duur, maar ook een lange zit).

Een aantal thema’s komen dan naar voren: macht, loyaliteit, kracht van eigen overtuigingen en het laten beïnvloeden door anderen. Thema’s die er mijn inziens toe doen als leider of manager in ieder geval om er vragen over te blijven stellen en op te reflecteren.

Although for some people cinema means something superficial and glamorous, it is something else. I think it is the mirror of the world.   –Jeanne Moreau

  • Campbell, J (2009) The hero with a thousand faces  uitg.Harpercollins Publisher
  • Dols,R  (2015) Houston we’ve got a problem-leiderschapslessen uit films-  Boom/Nelissen,