CFTConfessies van een financial

 …woorden en beelden in jaarverslagen en studieboeken, die een wereld van cliché schetsen… (Peters, 2014, p. 50)

Inleiding

Voordat ik docent werd heb ik diverse financiële functies gehad. Gedurende mijn universitaire studie bedrijfseconomie en vooral toen ik bezig was met het schrijven van mijn scriptie, voelde ik de behoefte en de noodzaak om het vakgebied te vernieuwen. Toen ik ruim twee jaar geleden de mogelijkheid kreeg om docent en onderzoeker te worden, heb ik dat met twee handen aangegrepen. Want om het vakgebied te vernieuwen en te ontdoen van niet meer werkende clichés, moet je toch die twee gebieden met elkaar verbinden. De lector van het lectoraat Change Management attendeerde mij op het boek Cliché en organisatie van Luc Peters. Met behulp van onder andere de filosoof Deleuze en films als The Big Lebowski wordt een wereld getoond die wij niet meer zien, door onze focus op clichés. Met veel plezier en interesse heb ik dat boek gelezen. Dat bleek wel uit het aantal genoteerde interessante citaten, zaken waar ik mij in kan vinden en mij helpen om mijn bekentenissen te verwoorden. Hierboven treft u al een citaat, verderop zult u er nog een aantal tegenkomen.

PDCA-cyclus

Ik kan mij het moment dat ik zelf verantwoordelijk was voor het opstellen van een begroting nog goed voor mij halen. Hoe stel ik zo’n begroting op. Wat gebruik ik daarvoor als basis, als uitgangspunten? Tijdens mijn verschillende studies op het gebied van bedrijfseconomie had ik wel veel opgaven gemaakt en geleerd over budgetten, maar hoe je nu daadwerkelijk een begroting op moest stellen wist ik niet goed.

Later in mijn carrière heb ik mij eerlijk gezegd wel verbaast hoe een begroting werd opgesteld: kijken naar de begroting van vorig jaar, een scheutje actualiteit erbij en dat was het (gechargeerd) wel. Zat er een verband tussen beleid en cijfers? Dat was regelmatig ver te zoeken. Zoals een goede PDCA-cyclus betoogt, volgde later een managementrapportage, waarin verantwoording werd afgelegd over in hoeverre de doelen behaald werden en of binnen het budget geacteerd zou worden. De mooiste verhalen werden opgeschreven. Werden wel echte doelen beschreven, of alleen om de schijn op te houden? Is die chronologische doelgerichtheid wel haalbaar? Hielden we elkaar niet een beetje voor de gek? Het jaar erop ging het precies zo. Je werd als het ware meegezogen in het cliché.

Alle door Peters genoemde kenmerken van clichés kwamen er wel in voor: teleologie, transparantie, efficiency, coöperatie, veroveringsdrang, het vertrouwen op de sterke leider, een nadruk op moeten en willen, een sequentieel verloop van de tijd, een duidelijk begin- en eindpunt en een happy end (p. 107). Het echte  nadenken bleef voor mijn gevoel op de achtergrond.

Cliché en organisatieCliche en organisatie

Peters (2014) geeft aan dat onder echt nadenken bezinnend nadenken wordt verstaan en niet calculerend nadenken. Terwijl ik dit opschrijf bedenk ik mij dat ik mij enigszins moet nuanceren. Ik zou sommige mensen tekort doen. Natuurlijk werd er wel nagedacht over het beleid (er werden toch heisessies gehouden?), maar dat werd niet vertaald in de cijfers. Toch is er voor denken vaak geen tijd, moet er worden gehandeld, waardoor je uitspraken krijgt als “we doen het toch altijd zo?” of “zo gaat dat hier”. Het zijn deze inhoudsloze clichématige kreten die organisaties vormen (Peters, 2014, p. 247). Wat mij bovendien in de praktijk opviel was de enorme doorlooptijd van het begrotingstraject en de stress bij het opstellen van de managementrapportages. Op een gegeven moment bereikte ik een punt dat ik het die stress niet meer waard vond. Ik voelde mij soms een Peter uit de film Office Space (https://www.youtube.com/watch?v=Fy3rjQGc6lA) die zich steeds aan de regels van de firma en aan de grillen van managers en collega’s confirmeert. Voor hem is de werksituatie echter onduidelijk, zinloos en volstrekt onbevredigend. Het confirmeren vormt daardoor een spanningsveld (Peters, 2014, p. 253). Ik voelde mij daardoor genoodzaakt om dit werk te beëindigen en iets anders te gaan doen. Daarbij wilde ik het vakgebied bedrijfseconomie niet verlaten, maar voelde dus wel heel erg de behoefte om het vakgebied te vernieuwen.

Dat had ook te maken met het beeld dat in jaarverslagen wordt geschetst van organisaties, een programmeerbare machine waarbij het doel de middelen heiligt (doel-middel rationaliteit). Er wordt een waarneembare en maakbare werkelijkheid beschreven. Jaarverslagen gaan uit van rationeel handelende medewerkers. Dit rationele negeert het lichaam en haar zintuigen (Peters, 2014, p. 288). Alle neuzen moeten dezelfde kant op staan en de organisatie moet transparant zijn over wat zij doet en waarom en wat het kost. Transparantie maakt controle en beheersing mogelijk. Dit is eveneens van belang omdat het gevaar in de buitenwereld schuilt. Om zich hier tegen te wapenen zijn de transparantie, de doelgerichtheid en de saamhorigheid van belang. We hebben geconcludeerd dat dit resulteert in clichématige organisaties. Een organisatie waarbij we gevangen zitten in clichés (Peters, 2014, p. 235). Er is dus veel sprake van kopieergedrag.

Daarbij weten we inmiddels dat mensen niet altijd rationeel handelen. Het is een uitgangspunt van de traditionele economie. Dat emoties een belangrijke rol spelen is wel gebleken uit de zeer recente kredietcrisis en uit bijvoorbeeld een film als Wall Street (1987) en recenter The Wolf of Wallstreet (2013), die ook was te zien bij het Corporate bodies filmfestival eerder in februari . Je kunt het lichaam en haar zintuigen niet negeren. Daarnaast wordt er teveel uitgegaan van een overzichtelijke wereld. Die transparantie is een utopie.

In de jaarverslagen zie je het managementdenken terug, dat vaak maar één beweging kent, namelijk vooruit. Het ontkent onzekerheid en onmacht. Voor het denken is geen plaats, evenals voor stilstand (Peters, 2014, p. 250). Het is een versimpeling van de werkelijkheid die in het boek wordt omschreven als een clichématige werkelijkheid.

Nu ik u een aantal bekentenissen heb gedaan, is het de vraag hoe we het echte nadenken vorm kunnen geven in het onderwijs en in organisaties.

Voor ideeën houd ik mij aanbevolen.

Wordt vervolgd…

 

Bronnen:

Canaday. (2011, November 11). Office Space TPS Reports. Opgehaald van https://www.youtube.com/watch?v=Fy3rjQGc6lA

Peters, L. (2014). Cliché & Organisatie. Denken met Deleuze en film. Utrecht : Uitgeverij IJzer.