Voor 2016 staat eigenlijk één datum echt in mijn agenda gemarkeerd, de nacht van 13 augustus op 14 augustus om precies te zijn 03.35 uur. De Olympische finale van de 100 meter voor vrouwen, met hoogstwaarschijnlijk Dafne Schippers aan de start. Voor het eerst sinds Fanny Blankers-Koen doet Nederland weer mee, met misschien wel de belangrijkste sportwedstrijd: de 100 meter sprint. Even zo bijzonder is het feit dat weer een blanke vrouw meedoet om de medailles en zelfs één van de favorieten voor goud is. Voor het programma Holland Sport is Wilfried de Jong op bezoek gegaan bij Dafne Schippers en haar coach die op dat moment in Tenerife zijn voor een trainingskamp. Dit resulteerde in een prachtige aflevering waarin onder andere antwoord gegeven wordt op de vraag: wat maakt Dafne Schippers nu zo goed?

3a6f21a7-c807-4fff-aec1-481192189d24

Allereerst kunnen we vaststellen dat Dafne Schippers een geweldig sprintlichaam heeft. Bert Otten, hoogleraar Neuromechanica aan Rijksuniversiteit van Groningen zegt dat het lichaam van Dafne Schippers te vergelijken is met dat van Usain Bolt. Hij zette met zijn lengte van 1,96m de sprintwereld op z’n kop waarin men tot dan dacht dat de ideale lichaamslengte rond de 1,80m lag. Hoewel traag in de start, weet hij door middel van grote passen zijn tekortkoming bij de start te compenseren en de tegenstanders zelfs te overtreffen. Hetzelfde geldt voor Daphne Schippers.

Toch is het niet alleen haar lichaam dat haar zo goed maakt. Vooral op het mentale vlak behoort zij tot de sterkste sprinters, aldus coach Bart Bennema. Dafne Schippers zegt zelf het volgende over haar mentale toestand tijdens een race: ‘je voelt alsof je in een soort vertraging zit, alsof je in een soort waas zit’.

Even later zegt ze: ‘ik kan heel goed nergens aan denken op dat moment, gewoon alleen maar racen. Het is echt gewoon alleen maar gaan. Ik moet het op dat moment echt loslaten en niet bezig zijn met technieken. Want alles dat waar over je nadenkt in een race, dat vertraagt. Lekker vooral ontspannen zijn, dat is voor mij het allerbelangrijkste’.

Later voegt zij daar aan toe: ‘het eerste moment dat ik dat ervaarde over dat vliegen en dat gevoel dat je in een soort waas zit en dat dat het goede gevoel is, was heel mooi. Ik finishte en het eerste wat ik tegen Bart zei dit kan niet goed zijn, dit was een soort van vertraging, dit voelt raar. (…) Enne, daarna heb ik het nog een paar keer ervaren en toen wist ik van, dus, als ik dit heb is dat het goede gevoel. Dus als ik in een soort van flow of waas zit, dan loop ik hard.’

Dafne Schippers geeft hierboven een mooie omschrijving van een veel voorkomend verschijnsel: het verkeren in een ‘flow’ of ‘in the zone’. Eén van de kenmerken van een flow is dat de ervaring een doel op zich wordt. De flow is een autotelische ervaring (‘auto’ betekent zelf, ‘telos’ betekent doel) die  gepaard gaat met een intrinsieke beloning. Deze ervaring zelf transformeert zich tot de beloning, oftewel deze valt samen met de beloning.

De vraag blijft, hoe komen we in een flow? Allereerst leert de wetenschap ons dat er mensen zijn met een autotelische persoonlijkheid. Hoogstwaarschijnlijk is Dafne Schippers er één van. Volgens Mihalyi Csikszentmihalyi zijn mensen met zo een persoonlijkheid beter in staat om frequenter in een flow te raken, deze langer vast te houden en er plezier aan te ontleden. Een ander kenmerk van een autotelische persoonlijkheid is het vermogen om plezier te ontlenen aan het zoeken van uitdagingen en te willen werken aan verbetering van de skills. Deze laatste twee kenmerken bieden perspectief voor individuen die graag op zoek gaan naar de flowervaring. Ga uitdagingen niet uit de weg en probeer plezier te beleven aan deze uitdaging, is dus het advies.

Een ander advies om op zoek te gaan naar de flowervaring, is in het ‘hier en nu’ te zijn. Coach Bart Bennema zegt hierover: ‘Dafne is nog wel heel sterk in één ding. Ze is heel goed in het hier en nu. Ik vraag ook weleens: ‘heb je er zin in over een maandje ofzo in dat toernooi’. ‘Ben ik nog niet mee bezig’. (…) Ze is heel goed in van ‘ik ben nu hier bezig’. Ik ben niet bezig met vanavond die wedstrijd. Dus ze kan relax op de hotelkamer haar ding doen en s ’avonds gaat ze hardlopen’.  Mihalyi Csikszentmihalyi onderschrijft dat ‘centrering’ inderdaad een belangrijk kenmerk is van het verkeren in een flow. De focus op de activiteit is misschien ook wel de belangrijkste voorwaarde voor het raken in flow. Een mentale focus op die ene activiteit en niets anders dan die activiteit!

Te beginnen met focus de aflevering van Holland Sport te bekijken…

http://www.npo.nl/holland-sport/04-02-2016/VPWON_1243243