We houden ons in dit lectoraat flink bezig met de manier waarop kunstenaars te werk gaan en wat we van ze kunnen leren. Het overheersende beeld bij kunstenaars is dat ze zelfstandig en solitair werken; de schilder in z’n atelier, de schrijver achter z’n bureau etc. Maar er zijn uiteraard ook kunstenaars die juist in groepen samenwerken. Wellicht is de meest voorkomende vorm hiervan de rockband: een stuk of vier jongens (of meiden) die samen muziek maken.

Op papier klinkt dit simpel genoeg, maar in de praktijk ligt het toch een stukje ingewikkelder. Instrumenten, apparatuur, opnames en op tournee gaan; het kost allemaal flink wat geld, dus hoe moet je dat gaan bekostigen? Veelal hebben bands daarom een eigen management en agent die de concerten inplant, en is er een contract met een platenmaatschappij nodig om dat felbegeerde album te kunnen realiseren. Dit betekent echter dat die partijen ook een vinger in de pap willen hebben m.b.t. het ‘eindproduct’. De muziek en teksten moeten het liefst toegankelijk zijn voor een breed publiek, de concerten plaatsvinden op aantrekkelijke locaties.

Uiteraard willen lang niet alle bands hier zomaar in meegaan; enter Fugazi. Fugazi was een band uit Washington D.C. die bekend stond om zijn DIY (do it yourself) manier van werken. De band wilde niet samenwerken met wat zij zien als partijen die enkel commerciële belangen hebben bij hun muziek. Zanger/gitarist Ian MacKaye riep daarom zijn eigen label in het leven, Dischord Records.
Daarnaast wilde ze de CD- en concertprijzen graag laag houden, CD’s voor 8$ en  concerten tussen de 5 en 15$ (weet je gelijk dat je standaard te veel betaalt!). Tevens organiseerde ze deze concerten vaak op atypische plekken zoals pizzarias en kunstgalerieën. Om het tournee proces te simplificeren verkocht de band geen merchandise, want dan zouden ze weer iemand moeten aannemen om een stand te bemannen. Mocht je dus ooit een Fugazi t-shirt spotten, dan kun je er van uitgaan dat deze door fans is gefabriceerd!

Maar het ging verder. De band vond dat ‘politieke’ muziek vaak weinig effect had. Aangezien ze een politieke (en dan vrij linkse) band wilde zijn, betekende dit ook dat je je als band politiek moest opstellen. Ze speelde daarom veel voor allerlei verschillende goede doelen.
Filmmaker Jem Cohen volgde de band 10 jaar lang. Het resultaat was de documentaire Instrument, te zien via onderstaande Youtube link. Het geeft een interessant inzicht in hoe Fugazi (als organisatie!) buiten de mainstream het hoofd boven water heeft weten te houden (bekijk de video vanaf 18.40, waar de bandleden over de organisatie van de band vertellen).