Ik ben mijn hele leven al behept met een lichte vorm van ADHD, wat zich uit in een heerlijk hoog energieniveau. Ik heb weinig slaap nodig, ik kan hard werken en ik kan lekker snel schakelen in mijn gedachten. Met gemak manoeuvreer ik gesprekken op besluitvorming als ik denk dat dit proces te traag op gang komt. Met twee en een halve baan, altijd actief in heel wat inspirerende projecten en veel moeten reizen voor mijn werk, een fijne levenspartner hebben (die ook aandacht nodig heeft), een leuke vriendenkring die ik regelmatig zie, en met wat vage hobby’s op de achtergrond komt dat energieniveau goed van pas. Met gepaste weerzin heb ik nog nooit iets gelezen over slowmanagement of mindfullness. Het spreekt me niet aan en per slot van rekening heb ik hier ook geen tijd voor. Tot nu toe niets aan de hand zou je zeggen.

Ik ben gevraagd om betrokken te zijn bij een ontwikkeltraject in een organisatie waarbij vakmanschapsontwikkeling van professionals centraal staat. Vakmanschapsontwikkeling in het omgaan met complex gedrag van cliënten met een psychiatrisch ziektebeeld en een auditieve beperking. De vakmanschapsontwikkeling richt zich op het omgaan met escalerend en agressief gedrag van cliënten en heeft als doel om op meerdere niveaus in de organisaties (van hulpverlener tot management) vakmanschapsontwikkeling op gang te brengen. Een klus die mij op het lijf geschreven is. Maandag 11 mei was de kick-off. Mijn plan was om met de professionals in gesprek te gaan over wat zij in hun werk aan escalerend gedrag van cliënten tegenkomen en waar zij tegenaan lopen, dan wel waar al successen worden geboekt. De kick-off zou een soort QuickScan mogen zijn waarin enerzijds de pijnpunten en successen naar voren komen en anderzijds op verschillende organisatorische niveaus helderder zou worden waar behoefte aan is. Zoiets als: wat betekent vakmanschapsontwikkeling rond escalerend gedrag bij jou op de werkvloer? Ik was goed voorbereid en had zin in de kick-off.

De start was ronduit chaotisch. Je kent het wel: ik meld me op de plek waar ik moet zijn (nadat ik een halfuur rond gereden had om een parkeerplek te vinden). Ik had het nodige aan spullen bij me, dus sjouwend van auto naar receptie blijk ik op de verkeerde plek te zijn. Terug sjouwend naar mijn auto (de eerste warme dag van het jaar en ik liep in een driedelig pak) moest ik naar een volgende locatie. Daar aangekomen zat er niemand bij de receptie en na veel omwegen bleek ik op de derde verdieping van een zo goed als leegstand pand te moeten zijn. En leeg was het! Het dwalen door het gebouw deed me denken aan het fenomeen Urban Exploring (het bezoeken van oude, verlaten, en vervallen gebouwen die zo goed als op instorten staan, een van mijn vage hobby’s). Geen ruimte was bemand. Alles leeg en vanuit een gammele lift, die met gemak in een scene van een vage Russische B-film had kunnen dienen als plek des onheils, sjouwde ik me een weg naar de ruimte waar ik iedereen zou ontmoeten. Gelukkig was de chaos nog niet klaar want er waren stoelen te kort, een beamer die niet werkte en bovenal: geen koffie en thee te bekennen. Lekkere start dus! Wederom, tot nu toe niets aan de hand. Want zo gaan deze zaken nou eenmaal vaak. En ondertussen kan ik lekker excelleren in het vlot zaken regelen, mijn spullen klaar zetten, koffie regelen en met behulp van mijn eigen beamer (al doende leert men) de startpresentatie klaar zetten.

Tijdens mijn Urban Exploring tour kwam ik een verdwaalde lotgenoot tegen. Een vriendelijke vrouw die zich ook een breuk sjouwde. We hadden ons ergens bijna opgesloten en dat schept een band. Ik vertelde haar onderweg wat ik ging doen en toen vertelde zij dat zij de tolkvertaler voor de middag was in mijn kick-off. Ze had mijn nieuwsgierigheid. Ik dacht direct: help, ik ben niet voorbereid! Ik wist niet dat een tolk nodig was etc.. Deze aardige dame is een gecertificeerde doven-/gebarentolk. Een groot deel van de professionals hebben namelijk zelf een auditieve beperking waarvoor een gebarentolk de nodige soelaas moet bieden. Deze dame was niet alleen. Ze kwam met drie collega’s die waarschijnlijk op hetzelfde moment ook op een andere etage aan het UrBex-en waren.

Het idee was dat twee schrijftolken letterlijk zouden opschrijven wat er gezegd werd (heb je dat wel eens gezien hoe dat werkt: fantastisch!). En twee live-tolken die live met ondersteunende gebaren de gesproken tekst zouden vertalen (ook een kunst). Over het algemeen typeren mijn presentaties voor een groep zich als lekker vlot, snel gebekt met een vleug humor, to the point en met name gericht om zo snel als mogelijk met elkaar aan de slag te gaan. Mijn opvatting is dat het leuk kan zijn om naar iemand te luisteren, maar dat het toch altijd leuker is om ook over je eigen werk te praten. Maar werken met gebaren- en doventolken vergt een andere souplesse die mij nog niet bekend was. Ik had de instructie gekregen rustig en duidelijk te praten. Dat was de groep gewend en dat zou ook voor de tolken werkbaar zijn. Hier ligt een uitdaging voor me.

Na een rondje voorstellen ging ik van start. Ik werd drie keer onderbroken door de schrijftolken of ik iets rustiger wilde praten. En een van de professionals (zelf auditief beperkt) sprak mij aan dat zij haar eigen tolk groen zag aanlopen van het harde werken om mij bij te houden. Ik had duidelijk moeite om een paar tandjes te vertragen. Toch was ik vastbesloten een succes van de kick-off te maken dus ik moest schakelen. Vertragen in mijn taal en van daaruit aansluiten bij de groep. Na verloop van een half uur had ik de slag te pakken. Het lukte me om minder snel te praten en te vertragen. Ik werd in ieder geval niet meer gevraagd om LANGZAMER te spreken. Fijn. Tijdens de eerste pauze realiseerde ik me dat ik de slag te pakken had. Het blijft vreemd om te ervaren dat er een vertraging van een aantal seconden zit in het krijgen van een antwoord op een vraag die je stelt aan mensen die afhankelijk zijn van een doventolk. Dat geldt ook voor een grapje dat je tussendoor maakt, waar je normaal gesproken mensen mee aan het lachen krijgt en nu even een soort ‘lost in translation’ gevoel krijgt omdat het even lijkt of niemand reageert.

Toch deed ik ook andere ontdekken door het moeten vertragen in mijn taal. Ik merkte dat ik veel bewuster werd van ‘wat’ ik zei. Ik merkte ook dat ik probeerde minder woorden te gebruiken om tot de kern van het verhaal te komen (misschien had ik dit artikel in dat tempo moeten inspreken…) en dat lukte. Ook vond ik, door de kleine pauzes voor de tolken, dat ik meer samenhang ervoer in wat ik dacht en wat ik dan vervolgens verbaal reproduceerde. Ik ervoer meer eenheid in het cognitieve proces en het communicatieve proces bij mezelf. Wat ik zei was beter afgewogen en waren bewust gekozen woorden. Ik vond dat ik overtuigder was van de inhoud omdat ik er tijdens het praten over kon blijven nadenken (woorden gingen eens niet sneller dan de gedachten). Er waren ook andere voordelen: meestal doe ik wel een interactieve oefening waarin de groep zich moet verdelen en iedere groep een opdracht krijgt waarmee ze aan de slag kunnen. Deze, veelal eenvoudige exercities ondersteun ik met een rommelige uitleg waarna iedereen bij de verkeerde groep gaat zitten, met de verkeerde opdracht aan de slag lijkt te gaan en het er even op lijkt of er totale chaos ontstaat. Dit vergt herstel natuurlijk. Maar nu, door het vertraagd te moeten praten werd de uitleg van een oefening ineens congruent en foutloos. Iedereen begreep wat hij/zij kon gaan doen en de groep ging uiteen zonder chaos, zonder vragen, zonder herstelingrijpen van mijn kant. Het leek echt of ik beter aansloot bij de groep omdat ik beter aansloot bij mezelf.

We hebben de kick-off met een succes beëindigd. Ik heb fantastisch met deze professionals gewerkt. Ik kreeg een compliment van de tolken dat het me gelukt was om goed rekening met hen te houden waardoor het vertalen soepel verliep. Bij het afscheid nemen hoorde ik mezelf de tolken bedanken dat het in een woord ZALIG was om eens vertraagd te mogen werken, te praten, te acteren voor een groep. Want daar waar ik na een kick-off meestal de adrenaline door mijn bloed voel gieren, ervoer ik nu aan het eind een soort rust. Op weg naar de volgende klus puzzelde mij deze ervaring en moest ik aan slow management denken. Voor het eerst serieus. Slow management gaat niet over een vorm van traagheid of langzaam aandoen, maar over kwaliteitsverbetering.

De vraag die rees was: wat levert het kwalitatief op om daadwerkelijk te vertragen in het dagelijks werk door simpelweg langzamer te gaan praten. Je zinnen eens echt af te maken en echt na te denken bij wat je zegt en gaat zeggen? Stel nou dat het verbaal vertragen al een gevoel van beter aansluiten bij een groep oplevert, wat levert het een organisatie op als zij vanuit een soortgelijke vertraging tot besluitvorming komen? Wat levert vertraging op? Wat zou het doen met het welzijn van mensen in organisaties als niet ieder besluit met haast en zweet op de bovenlip genomen hoeft te worden? Ik ga maar eens wat lezen over slow management en proberen om hier en daar wat vaker verbaal te vertragen. Onderweg in de auto naar Eindhoven (plankgas naar de volgende klus) bleef de rust nog een beetje hangen. Jammer dat ik weer vier versnellingen omschakelde toen ik uitstapte op de plaats van bestemming.

Mark van Peufflik