constantinetalksbollocks1Begin een beetje moe te worden van dat Tegenlicht. Als je uit een TROS-nest komt, wil je lang geloven dat de VPRO per definitie kwaliteitstelevisie maakt, maar ik heb vorige week zondag niet gekeken. Gewoon, om een stevig signaal af te geven.

Doorslaggevend was nog niet eens dat de rode loper zou worden uitgelegd voor IJdeltuit des Vaderlands Jan Rotmans. Het is de Tegenlichtformule zelf die me tegen begint te staan. Verblind door de glans van het nieuwe doen de frontliniejournalisten wekelijks verslag. Uit Brazilië, uit Silicon Valley, uit Alkmaar.

Voor die laatste aflevering zat ik een tikkeltje gespannen op bank. De dood van de manager werd aangekondigd. Zou papa morgen nog wat te onderzoeken hebben, vroegen ook mijn bloedjes van kinderen zich meelevend af.

Het begint allemaal lekker vertrouwd schematisch. ’s Ochtends heel veel mensen op een druk perron filmen, suggereren dat ze zo chagrijnig kijken omdat ze naar hun werk moeten, zwart-wit beelden van een lopende band uit een oude fabriekshal toevoegen en opgewekt claimen dat er sindsdien eigenlijk niks is veranderd. Daarna voeren we een verlichte ambtenaar, agent en aannemer op om te laten zien dat het heus wel anders kan. En moet. Iets met ziekteverzuim omlaag, innovatie omhoog en bureaucratie weg.

In de strijd om de kijker is de nuance natuurlijk het eerste slachtoffer. Ook bij de VPRO moet de schoorsteen roken en dan mag je best 132 duizend managers (telling 2011) de stuipen op het lijf jagen en een veelvoud aan geknevelde werknemers valse hoop bieden. Het is nog niet eens de roekeloze conclusie van de redactie die me tegenstaat. Ter geruststelling c.q. vette pech: die “controlerende manager, de baas die daar ergens boven in het bedrijf zit te controleren” zit er nog wel even. Durf ik een lectoraat om te verwedden.

Wat me vooral stoort is de gretigheid waarmee we (de noodzaak van) grote veranderingen omarmen. Voor organisaties wordt de verklaring daarvoor altijd buiten onszelf gezocht, namelijk in een snel veranderende omgeving. Maar misschien moeten we het dichter bij huis zoeken.

Afgelopen week las ik een recensie van Edwoud Kiefts Oorlogsenthousiasme. Het plezier waarmee de eerste wereldoorlog werd aangevangen, zo is de stelling, zou voortkomen uit een “existentiële crisis waarvoor de weinig heroïsche en zielloze burgermaatschappij verantwoordelijk werd gehouden”. Een leegte die alleen kon worden gevuld met het grote gebaar van een totale oorlog. Noem me een kniesoor, noem het achteraf praten, maar met een kleine tien miljoen doden kun je je afvragen of een kleiner ingrijpen ook niet had volstaan na de moord op Franz Ferdinand.

Helder verhaal, lijkt me. Verveelde oorlogshitsers zijn het, die valse profeten van de radicale verandering. Allemaal.