Door Sandra van Kolfschoten
Hoeveel verhalen moeten we nog vertellen
Steeds meer maatschappelijke organisaties zijn zich bewust van de kracht van verhalen waarmee zij hun doelgroepen in staat stellen zich te laten horen. Vooral als het gaat om jeugd- en jongerenwerk zijn er talloze voorbeelden, uiteenlopend van theaterstukken, fotoprojecten, verhalenbundels, documentaires tot aan rapnummers en video’s. De verhalen worden gebruikt als inspiratie, vertaling, empowerment en motivatie en brengen verbinding tussen mensen en werelden.
De reikwijdte van de verhalen lijkt echter een grens te hebben in de systeemwereld van de organisatie en wij zijn op zoek naar de de grenzen van die verhalen. Tot waar in de organisatie en op welke manier worden verhalen van doelgroepen beluisterd en meegenomen? Komen ze van de werkvloer, via de professionals tot aan de raad van bestuur en hun strategiesessies? En op welke hobbels, vluchtheuvels, springplanken en grenzen stuiten de verhalen op hun weg door de organisatie? Waar wordt er (nog) wel geluisterd en waar al lang niet meer? Welke (inspirerende) verhalen vinden makkelijk een plek en wat gebeurt er met moeilijke (systeemkritische) verhalen?
In ons verkennend onderzoek focussen we op de kwestie die hier mee samen hangt.
(Hoe) kunnen organisaties ‘moeilijke verhalen’ (systeemkritische verhalen) (1) zien én (2) gebruiken als input om de eigen organisatie (eigen handelen) beter te maken (3) ten gunste van de doelgroep? Wat zijn kernmerken, opvattingen, factoren en processen in en van professionals en organisaties die dit luisteren en benutten bevorderen c.q. belemmeren?
Bovenstaand frame is het uitgangspunt van DE VERKENNING die Hanane Abaydi ik vanuit ons lectoraat Change Management samen aan het ONDERZOEKEN zijn.
Dit alles begon ooit vanuit een (ex) gedetineerde jongere die luid opmerkte ” Hoeveel verhalen moeten we nog vertellen voor dat ze eens gaan luisteren”. Ik schreef er hier een eerste artikel over.
Ik vond het een steengoeie vraag toen. Hoe komt het dat organisaties waar we in vertoeven (onderwijs, detentie, justitie, gemeente, reclassering, politie, jeugdzorg) ons en onze verhalen niet serieus nemen? Of alleen bepaalde verhalen toe laten of aan kunnen horen? En dat ze zelf dan altijd buiten spel lijken te blijven in deze verhalen?
Wie wordt dan de opdrachtgever van dit onderzoek? Is er een lectoraat dat zichzelf deze vraag wil stellen? Of moeten wij eerst iets doen, voordat deze vraag gesteld kan worden. En waar komt de focus dan te liggen? Wat wil ik met deze Verkenning bereiken? Wat is het doel? Wil ik iets aantonen en bespreken wat nog niet voldoende als probleem/vraagstuk wordt gezien? Omdat ik er gefrustreerd en woedend over ben? Is woede überhaupt wel een goed uitgangspunt voor een verkennend onderzoek? Kun je dan nog wel met een open mind iets gaan verkennen? Of is juist een heel gesloten mind en perspectief soms ook handig?
Woede als startpunt van onderzoek
Misschien kan ik mijn woede gebruiken als aanleiding en startpunt. Deze dan even parkeren (in plaats van er helemaal in op te gaan en mezelf zo te verwikkelen dat ik er niet meer uit kom). En dan over te gaan tot De VERKENNING. De verschillende verkenningen kan ik dan in beeld brengen. Als VERHAAL. Schrijvend. Beeldend of artistiek. Ik zie wel een soort vorm voor mij. En dit kan dan een basis zijn om met verschillende doelgroepen (onderzoekers, lectoraten, beleidsmakers, bestuurders, professionals, jongeren, kunstenaars…) in gesprek of artistieke activiteit te gaan. Waarbij onze LECTOR dan benadrukt dat juist de doelgroep van de systeembewakers (bestuurders en beleidsmakers) het meest interessant zijn. ” We moeten het Systeem ook op verhaal laten komen” zegt hij steeds in elk ZOOM-overleg. En dat het belangrijk is om oprecht verwonderd en nieuwsgierig te zijn naar de gegevens, achtergronden, indicatoren, systeemfactoren en eigenschappen van beleidsmakers en bestuurders. En hoe zij de (systeem kritische) verhalen beluisteren en wat het met ze doet en wat ze er vervolgens (niet) mee doen in hun organisaties.
Ik moet er meteen altijd een beetje van zuchten merk ik. En het cynisme neemt het direct over van de nieuwsgierigheid. Ik denk de zinnen al te horen waarmee ze spreken over het thema. De mooie woorden en de organisatietaal. Ik merk dat ik zelf veel minder geïnteresseerd ben in het waarom van hun verhalen. En het functioneren van hun gedrag en denken. Bij het opschrijven van deze laatste alinea voel ik weer dat de woede en frustratie heel dichtbij en de verwondering best heel ver weg te zoeken is. Dit is ook het deel waar mijn collega Hanane Abaydi om de hoek komt kijken. Als Corporate Activist is zij juist op zoek naar het functioneren van organisatiesystemen. Op deze manier hebben wij onze Verkenning verdeeld.
Ik doe iets met DE WOEDE, door deze heel subjectief en ongenuanceerd op tafel te leggen. Samen met Hanane (en Jacco) beschouwen we deze dan met iets meer afstand en kijken we tot welke verkennende vraagstukken dit kan leiden. Waarop Hanane er dan over denkt om een voorbeeld van een VERHAAL als een soort van onderzoeksjournalist helemaal uit te pluizen met allerlei systeemdragers in een organisatie. Bij de gedachte word ik al beetje kriegelig en ben ik ook ongerust of één VERHAAL niet veel te weinig is. Want ik kom dagelijkse allerlei voorbeelden en verhalen tegen en die wil ik ook allemaal op tafel krijgen. Ook al doen we er niks mee. Ik wil graag dat andere mensen die lezen en denken: “Goh hé, dat is inderdaad best wel raar, is me nooit opgevallen”. En dat deze vraag dan leidt tot dat je het ineens overal gaat opvallen. Zoals Cruyff zei “je gaat het pas zien als je het doorhebt” en ik later van Jaap Peters leerde dat je het nog beter ziet op het moment dat je het ooit heb gevoeld ook. Ik wil dat mensen dingen gaan zien en voelen die ze eerder niet zagen en voelden en dat dit hun hele perspectief op de werkelijkheid verandert. Dat je een soort bril op krijgt die je nooit meer af kunt zetten. Je ziet overal zwangere vrouwen in zwarte bmw’s rijden. Ik wil dat mijn woede en verontwaardiging besmettelijk wordt. Maar ja. Dat is nogal pretentieus misschien ook best wel. Ik merk ook dat ik door het nadenken over begrippen als VERKENNING en ONDERZOEK en VRAAGSTELLING en VRAAGARTICULATIE een soort van vertraging krijg in mijn denken en voelen. En ik weet nog niet helemaal of me dit bevalt of juist niet. Misschien is het wel een element van onderzoek doen. Dat je nu eenmaal moet vertragen. En meer afstand moet nemen. Het klinkt best logisch. Maar ik hou niet zoveel van afstand en van focus. Ik ben meer van er middenin en dwars doorheen en overheen en ‘zie je wel hier ook al en daar en overal’ en nu weet ik het dus DOORrrrrrr met alles.
Close reading als vorm
Bij het promotieonderzoek van Andries Hiskes leerde ik over CLOSE READING. Ik lees meestal schuin overdwars al scannend door boeken en artikelen heen. Dat kan ik ook heel bijzonder snel. Bij CLOSE READING lees je heel bewust vanuit een gekozen frame of perspectief, dat bevalt me dan wel weer, want zo lees ik volgens mij altijd alles wat op mijn weg komt. Ik zie niks anders dan mijn eigen frame en perspectief.
Het boek van Milio van der Kamp met de titel “Misschien moet je iets lager mikken” is een enorme bestseller. Ook in het onderwijs zie ik mensen elkaar het boek aanraden. Ik had het toen natuurlijk al lang in mijn bezit. Meestal voordat het mainstream is, heb ik het al besteld en uitgelezen. Dit is namelijk ook echt een boek dat goed in “mijn verhalen frame past”. De lovende reacties en recensies zijn talloos. En Milio wordt overal uitgenodigd om te spreken. Ook ik vind het boek erg goed. Het beschrijft van “binnenuit de doelgroep” hoe het is om vanuit armoede en met vooroordelen op te groeien. Welke negatieve belemmerende rol het onderwijs hier speelt. En wat dit betekent voor schoolloopbaan ontwikkeling en succes. Wat ik me ook afvraag is waarom dit boek en verhaal zo onthutsend goed is. Het is geen nieuw verhaal. Het is een verhaal dat ik al jaren hoor en meemaak uit de verhalen van “doelgroepen”. Het “onthutsende gedrag” van docenten dat gekenmerkt wordt door onverschilligheid, desinteresse en vooringenomenheid is iets dat in onderwijs echt dagelijks gebeurt. En waar veel leerlingen slachtoffer van zijn. Wat er nieuw is, is dat dit boek geschreven is door iemand die inmiddels tot de “gevestigde orde behoort” en socioloog is. Hij heeft daarmee blijkbaar recht van spreken. Het is een verhaal waarnaar geluisterd wordt. Het is iemand “van ons”. Het luisteren en reageren lijkt zich te beperken tot “dit zou toch niet meer mogen gebeuren” en misschien ook nog “hoe krijgen we kinderen en gezinnen die in deze omstandigheden verkeren beter in beeld?”. Nog nergens heb ik het boek zien leiden tot vraagstukken als “de schaamte die dit oproept bij professionals over hun eigen handelen”, het onderzoek naar in hoeverre dit soort gedrag en vooroordelen in eigen scholen voor komt bij docenten. En of leerlingen van nu hier ook ervaringen mee hebben?
Beste Hanane. Misschien is het mogelijk om in de Verkenning dit boek als onderwerp van een gezamenlijke Close Reading en gesprek te nemen? En dan met verschillende perspectieven om de tafel? Of moeten we het kleiner houden en alleen op de bestuurstafel leggen? En hier het gesprek voeren? Wat heeft dit boek betekent voor jou en voor je organisatie? OF wat betekent het. Wat denk jij Hanane ? Is dit en soort voorbeeld om uit te spitten?
Rolmodellen porno
“Jawel Sandra. We hebben wel gesprekken gevoerd met de doelgroep. En we kennen heel veel jongerenwerkers die dagelijks met ze werken. En er zijn ook ervaringsdeskundigen. Rolmodellen met een gelijksoortig verhaal.”
Inspirational porn was een begrip dat voorbij kwam in het promotieonderzoek van Andries Hiskes. Het perspectief van het MOOIE VERHAAL. Het rolmodel dat overal mag optreden. En ik krijg er een dubbel gevoel van. Want ik weet ook de kracht van rolmodellen verhalen. Narratief empowerment. Hoe helend het is voor jezelf om je verhaal te kunnen delen. En hoe hoopgevend en versterkend het is om een verhaal te zien en te horen waar je je zelf in herkent. Of als professional naar een verhaal te kunnen luisteren dat tot meer verstaan en begrip van je doelgroep leidt. Ja het is goed. Maar er is ook die rolmodellen porno. Daar draait mijn hoofd ook meteen op aan!
Ik zie meteen de voorbeelden die ik ken voor me. Ik zou er een ”Artistiek Cynische Productie” van kunnen maken voor onze VERKENNING.
Picture this. We zijn ergens in het land. De zaal heeft zich gevuld met professionals. Het heeft iets te maken met jeugd en met criminaliteit. Op het podium heet de ingehuurde dagvoorzitter iedereen welkom. Er wordt een grapje gemaakt over files en vroeg opstaan. Even opwarmen. Dan de aankondiging van HET VERHAAL.
Het Verhaal mag op uitnodiging naar binnen. Aan een tafel met post it’s. Of op een podium. Er staat een bankje voor de huiselijke sfeer. Iedereen herkent “ Het Verhaal” omdat het duidelijk “ De Doelgroep” is en die is Hier zo duidelijk in de minderheid. Sommige mensen kennen “Het Verhaal” ook die geven “ Het Verhaal” even een boks. Ja man. Goed dat je er bent.
Tijdens het verhaal van Het Verhaal zijn mensen aandachtig en vaak ook ontroert. Zeker als Het Verhaal ook nog een productie is geworden. Een liedje of een toneelstuk of een videoclip. Er wordt geklapt. Soms gehuild. Mensen zijn door Het Verhaal weer even dichterbij gekomen “waar ze het allemaal voor doen”, wat zo betekenisvol is in hun werk. Meestal is het een Geslaagd Verhaal. Eentje waar je voor kunt klappen. Iets dat je begrijpt ook vanuit je eigen perspectief. Je zegt tsjonge jonge dit raakt me wel. En hier moeten we iets mee. Dit Verhaal moet ook verteld aan onze jongens. En onze professionals. Want hier gaat het om. We moeten allemaal luisteren naar dit Verhaal.
Voor mij is het niet meer genoeg. Waar ik vroeger al blij was dat er überhaupt een doelgroep of een verhaal aanwezig was, kan ik het nu vaak niet meer aanzien omdat het altijd zo overduidelijk eenzelfde soort verhaal is. Als je echter verhalen die kritisch zijn op de systemen ook nog eens kritisch of zelfs woedend neer legt. Dan luistert er helemaal niemand meer. Dat is ook wel soort van logisch misschien. Om woedend over te worden verhalen, moet je een soort van woedeloos kunnen brengen misschien. Of liefdevol. Of vol van compassie en begrip.
Beste Hanane,
Wat ik graag zou willen is dat mensen luisteren naar (systeem)kritische verhalen van Doelgroepen en dat ze door het luisteren naar het verhaal gaan reflecteren op hun eigen handelen en het reilen en zeilen in hun organisatie. En liever nog dat ze door het systeemkritische verhaal zelf systeemkritisch worden op hun eigen handelen en organisatie. Dat ze zien welke eigen bijdrage ze leveren aan het zelf creëren van de doelgroepen waar ze voor werken. Dat we samen verantwoordelijk zijn voor de shit. En het daarom ook samen moeten oplossen en aangaan. Even in “onderzoekstaal”
Ik ben beetje klaar met al die mooie moeilijke verhalen merk ik. Die alles al overwonnen hebben en achter zich gelaten en die terugkijken op een leven waar ze niet meer naar terug willen. Zo’n verhaal waar je voor kunt klappen. En dat het klaar is. Een verhaal ook dat je met een gerust hart los kunt laten als je na Het Event. Weer in je auto stapt. Het is gelukt. En morgen is er weer een nieuwe dag met nieuwe verhalen die aan het begin staan van dit Verhaal. Op die manier verandert een verhaal dan eigenlijk weinig tot niets aan de bestaande werkelijkheid en hoef je ook niet over te gaan tot actie of beweging. Ik wil ook dat mensen gaan luisteren naar De Verhalen die zich gewoon voor hun neus afspelen elke dag.
Nog niet helemaal zoals ik het in DE VERKENNING wil opnemen. Maar het begint ergens op te lijken.
Vrijdag in de jeugdgevangenis
Als je een boek over straat schrijft ben je geen straat. Zegt een van de jongens op mijn wekelijkse vrijdag in de prison-les. Terwijl hij het verhaal aan de kant schuift. Ik ben daar aan het werk als onderwijskundige met een opdracht om het onderwijs beter te maken. En ik wil dat natuurlijk doen “vanuit de doelgroep zelf” en verhalen ophalen en goeie ideeën samen ontwikkelen. Niemand vindt dat echt een goed idee. Ook de doelgroep zelf niet. Waarom zouden ze mij vertellen wat hen bezig houdt. Wie denk ik wel dat ik ben? Wat weet jij van wakker worden met niks? U bent vast een aardige vrouw hoor. Maar hier werken de dingen anders.
Dat wat ik in het Lectoraat wil onderzoeken is hier gaande. En ik zit er zo middenin dat er teveel gebeurt op teveel lagen om er iets mee te kunnen doen. Behalve erin rondtollen. Het stof weer van mijn kleren kloppen en weer opstaan. Ik word meegenomen in de energie van het systeem en de mensen die er werken en de jongens die er verblijven en alles gebeurt tegelijk.
Ik heb het plan om het onderwijs daar te maken tot Island of Sanity. Een soort Utopische droomonderwijsomgeving. Hopsitopsiland zegt Frans Douw. Dat is waar we vandaan komen. We zijn hier geland op de maan. Zegt Skaffa. Als een soort buitenaardse wezens. Zowel voor de professionals als voor de doelgroep. Niemand begrijpt ons en wij begrijpen niemand. Terwijl we daar juist eigenlijk specialist in zijn. We aanschouwen het als buitenstaanders die we ook blijven en dat moet ook. Want als we er middenin komen dan komen we er nooit meer uit. Dan zijn we ook gevangen in alles daar. En we moeten er juist middenin komen om ergens verder te komen. Het is best heel ingewikkeld om op een plek te zijn waar alle verhalen als een kluwen in elkaar zijn verstrengeld.
Ik voel dat ik hier weer iets aan het VERKENNEN ben wat ik nog niet wist of weet. Ik wist niet eens dat ik dit aan het verkennen was of ging doen want mijn opdracht en bedoeling is iets anders. En waarschijnlijk weet ik aan het eind pas waar ik aan begonnen ben. Voortschrijdend inzicht met hele lange ij want het is hier echt heel pijnlijk en er is zoveel lijden. Ook en vooral aan en van en door mijzelf.
Ik denk dat ik naar nieuwe verhalen aan het luisteren ben. Niet alleen aan het luisteren maar ik onderga ze ook. Ik onderga dat ik er niet goed naar kan luisteren. Dat het hier over dingen gaat die ik niet kan aanhoren. Die zo (systeem) kritisch zijn dat ik ook mijn eigen systeem ter kritiek moet roepen steeds. En dat ik nu last krijg van inzichten die ik eerder nog niet had. Die maken dat ik wat haper met mijn verkenning waar ik aan was begonnen. Of iets heb van ik moet weer opnieuw beginnen. Steeds weer opnieuw want het begin verandert weer.
Misschien is deze VERKENNING daarvoor bedoelt. Dat als ik het niet meer weet. Als ik kopje onder ga in de golven. Dat ik me dan vast kan grijpen aan de verkenning om mijn hoofd boven water te houden. Of dat je juist zuurstofflessen nodig hebt om daarmee heel lang en heel diep onder de oppervlakte te kunnen duiken op zoek naar werelden waarvan niemand nog wist dat ze bestonden.
Hoeveel verhalen. Het zijn zoveel verhalen en zoveel lagen en zoveel invalshoeken en perspectieven dat ik niet weet waar te beginnen. En als ik ben begonnen dwaal ik er weer van af. Omdat er weer een nieuw verhaal is begonnen. En ik dan de interesse in het eerdere verhaal al een beetje aan het verliezen ben, terwijl dit nog niet eens echt goed in beeld is gebracht. Ik wil al weer door met het volgende. Focus houden en ergens wat langer bij stilstaan. Voelt voor mij soms ook als iets onderzoeken wat ik al weet. Een beetje weten is al genoeg. Maar natuurlijk niet voor echt onderzoek. Dat moet wat verder in de Verkenning. Niet alleen in mijn eigen hoofd met allerlei gedachtes blijven rondraaien, er moet een NEXT STEP KOMEN. OF EEN FIRST STEP MISSCHIEN.
Samenvattende verkenning
Eerste Verkenning : Hoe beleidsmakers en bestuurders (leren) luisteren naar doelgroepen en van hun en met hun verhalen nieuw beleid (zouden kunnen) maken. Tweede Verkenning : Hoe dit niet alleen over succesvolle te begrijpen verhalen gaat die we zelf graag horen en kunnen verdragen. En een Derde Verkenning: Misschien moeten we ophouden met het luisteren naar elkaars verhale en moeten we meer deel gaan uitmaken van elkaars verhalen. Om op die manier een extra perspectief kunnen krijgen in elk je eigen verhaal. En misschien ontstaat er dan een verhaal dat er nog helemaal niet was. Een nieuw verhaal. Waarin je naar elkaar luistert omdat je samen aan het werken en leren en leven bent. En misschien ren ik dan al weer veel te snel door naar het einde en moet ik terug vertragen naar het begin.
Of het woord geven aan mijn collega onderzoeker in Crime.
Beste Hanane Abaydi,
Hoe ver (kennende ) ben jij?