Als geboren Scheveninger had ik gehoopt een bijzondere band te zullen ontwikkelen met meeuwen. Nee dus. Ook ik en mijn broodtrommel moeten niks hebben van die koude, onderzoekende blik. Ook ik ben op mijn hoede na breed uitgemeten duikvluchten op onschuldige badgasten (#terrormeeuw) en ook ik word woest van de enorme bende die de “hondsbrutale roof- en snaaimeeuwen” achterlaten als ze klaar zijn met onze vuilniszakken.

Maar juist die laatste nare eigenschap heeft me recent wel aan het denken gezet.

Fietsend door een van de laatste Haagse wijken waar afval nog niet ondergronds is gegaan, slingerend langs de meeuwen en hun vertrouwde vuilnisfeest, realiseer ik me waar de haat vandaan komt: de meeuw is een spelbreker. Met containers diep in de grond, mobiele veegteams en flinke boetes voor het laten ‘zwerven’ van afval spelen wij welvaartsmensen kiekeboe voor volwassenen. Consumptie is leuk, maar het bewijs daarvan moet met man en macht aan het zicht worden onttrokken. Want wat we niet zien … 

De meeuw weigert elke rol in het circle-of-life sprookje waarin klerezooi miraculeus verdwijnt, een leuke andere bestemming vindt of gewoon niet zo veel kwaad kan. De meeuw is geen zwijgzame, berustende opruimer. Krijsend stalt ze de aankoopbewijzen van ons consumptiegedrag uit: hier, je blikjes, je verpakkingsplastic, je kledinglabels en de toch maar weggegooide kliekjes. Hier, zegt de meeuw, het ligt hier gewoon. Het is niet weg.

Nee, de meeuw is maar een ongezellig dier.

Daags na het verschijnen van het Intergovernmental Panel on Climate Change rapport schreef dagblad Trouw over de consument als troefkaart voor het klimaat. De analyse van het veranderpotentieel uit die hoek stemt verdrietig. De meeuw weet allang wat wij niet willen weten, namelijk dat we te veel consumeren en dat vrijwillig matigen eenvoudig niet gaat gebeuren. We zullen moeten worden verleid. Dat kan met subtiele hints (“nudging”) richting duurzame keuzes, zegt de een. Zet in op subsidies, taksen en bonussen, roept de ander. Ingrijpende gedragsverandering kan niet zonder uitruil, concludeert een derde. Minder consumptie? “Daar moet wel iets tegenover staan, wil je mensen mee kunnen krijgen naar een andere levensstijl”.

Maar wat als de waarheid is dat we niks aantrekkelijks tegenover het minderen kunnen stellen? Dat het gewoon minder, veel minder moet? Dat we offers moeten brengen?

Ik heb – ook als lector change management – lang gedacht dat verandering zonder draagvlak nooit duurzaam kan zijn. De mensen moeten wel willen, toch? Langzaam, heel langzaam, begint het tot me door te dringen dat draagvlak geen vriend, maar wel eens de grootste vijand van verandering kan zijn.

En soms, heel soms, heb je een dichter nodig om de opgave te snappen. Zoals Ramsey Nasr, in De Fundamenten: “Wij moeten handelen, in het volle besef dat elk keerpunt zowel een moment is als een plek: een goed moment om stil te staan, een rampzalige plek om af te wachten.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: