“Demokratie ist gewiß ein preisenswertes Gut, Rechtsstaat aber ist wie das tägliche Brot, wie Wasser zum Trinken und wie Luft zum Atmen, und das Beste an der Demokratie gerade dieses, daß nur sie geeignet ist, den Rechtsstaat zu sichern.”  

Zolang er geen werkbaar alternatief voorradig is voor onze parlementaire democratie zullen we het er mee moeten doen. En omdat ik al wist wat ik zou gaan stemmen dacht ik door extra selectief browsen en zo min mogelijk tv, 15 maart fluitend te kunnen halen.

Niet dus. Een mist van zware gedachten over Nederland vouwt zich nu al weken om mij heen. Zo erg als in de VS is het in dit land politiek gezien zeker niet, desondanks gaf dit artikel The Emotional Divide uit Time Margazine ook mijn gemoed redelijk weer. Zelfs de mooie macroeconomische cijfers, een heerlijk weekje in de sneeuw en twee Kundera romans bleken niet in staat om me uit mijn gesomber te krijgen.

Twee componenten uit het Nederlandse publieke debat deze weken ergeren mij in het bijzonder, ondanks mijn sterk aangepaste consumentengedrag:

  • De ongegeneerd abstracte praat over ‘onze normen en waarden’ (‘Hollands fatsoenlijk’ zijn? Asielzoekers verplicht naar Karnaval? Koot en Bie all over again…) en
  • het wijdverspreide dedain over de rechtsstaat (hebben onze volksvertegenwoordigers nog enig besef van rechtsgelijkheid? Van de grondwet? Van internationale verdragen?).

Een beetje psychotherapeut zal mij willen overtuigen dat dit een privedingetje is. Toegegeven, ik maakte ooit geheel onbewust van mijn beroep een roeping. In een volgend leven geen ethiek meer en ook geen rechtsfilosofie voor mij.

Maar mocht u nou zelf iets herkennen van mijn onbestemde somberheid over het publieke politieke debat over Nederland deze weken, dan is een tweede, rechtspsychologische verklaring wellicht interessanter.  Die luidt dat een stabiele rechtsstaat verantwoordelijk is voor een veel groter deel van ons alledaagse psychische welbevinden dan we beseffen. Zelfs columnist Folkert Jensma, toch een van Nederlands meeste ervaren journalisten op het gebied van recht en veiligheid, kwam er pas afgelopen week achter:  Een rechtsstaat zorgt ook voor nachtrust.

Dit klinkt nog wat amateurpsychologisch allemaal. Is het objectief  aantoonbaar dat de rechtsstaat zoals we die nu in Nederland kennen, rechtstreeks wordt bedreigd door de politieke partijen die nu op het stembiljet staan?  Nee, dat gelukkig niet, en om een welbekende structurele reden: het ‘echte’ besturen van dit land wordt pas weer hervat na afloop -ooit- van de aanstaande coalitieonderhandelingen.

Dat neemt niet weg dat politieke partijprogramma’s en het dagelijkse uitschreeuwen daarvan nu een groot deel van onze sociale realiteit uitmaken – en dus effect op de psyche van u en ik als burgers hebben. Wat daarin beweerd wordt blijkt bovendien significant bedreigender voor de rechtsstaat dan vier jaar geleden het geval was. Zie onderstaande samenvatting van het recente onderzoek van hoogleraren van vier rechtenfaculteit (dat opvallend weinig aandacht kreeg in de media):

polprgrammas-over-rechtsstaat

Het resultaat valt zelfs nog slechter uit wanneer je (zoals ik) grote twijfels hebt over de rechtsstatelijke impact van plannen met referenda, of over de effectiviteit van sommige voorstellen om discriminatie tegen te gaan (dan worden de groene balken een stuk kleiner).

Kortom….volhouden maar. Tot 15 maart bestrijd ik mijn eigen somberheid middels reciteren van dit mantra: ‘democratie moet de rechtsstaat dienen, niet andersom’. Dat ontleen ik aan Rechtsfilosoof Gustav Radbruch, die bovenstaand citaat ooit opschreef (en helaas toch ook weer veel beklemmender, want in 1946).