Zoeken

LECTORAAT CHANGE MANAGEMENT

Artful Business Creations III (@The Hague University of Applied Sciences)

A brand new double minor for students who want to to explore the value of arts for business. Exciting, quirky. Come and join us. Click below to find out more.

Artful Business Creations II (@The Hague University of Applied Sciences)

 

Earth on Doorstep

‘Blijf de aarde trouw. Pleidooi voor een Nietzscheaanse terrasofie’ heet het nieuwste boek van filosoof Henk Manschot. “De aarde is ziek en die ziekte heet de mens,” sprak Friedrich Nietzsche al 150 jaar geleden. Op het ogenblik is de aardse ziekte onderwerp van pogingen om greep te krijgen op symptomen en -in toenemende mate- op oorzaken. Dat de filosofie niet de Mens centraal moet stellen maar de Aarde en de manier waarop wij deel zijn van wat op die aarde gaande is, is bijvoorbeeld een aspect van wat de hedendaagse filosoof Bruno Latour bezighoudt. In Den Haag is dat aanleiding tot een project dat zowel op Latour als Nietzsche teruggrijpt, met Manschot als een gids.

Manschot herhaalt in zijn boek het motto van Nietzsche: Blijf de aarde trouw. Dat vereist wijsheid omtrent het leven op aarde, een terrasofie. Dat die wijsheid veel mensen lijkt te ontbreken komt door de termen die we op het ogenblik gebruiken. Alleen al het begrip duurzaamheid inspireert niet om ‘aards’ te handelen. Dat wil niet zeggen dat met wijsheid aards handelen niet in het vermogen ligt van de niet in duurzaamheid geschoolde burger, integendeel. Voorwaarde is dat de aarde zich zichtbaar, tastbaar, ruikbaar aandient. Geen abstracties en moraliseren, maar handelen, in een bos dat zich laat kennen bijvoorbeeld.

Dat is waar het project Earth on Doorstep voor staat. Nu eerst als een experiment dat in een virtueel Moerwijk plaatsvindt, met als doel het in die feitelijke Haagse wijk ook te gaan uitvoeren. Een onderdeel van het laboratorium programma is Tiny Forest. Zie: www.ivn.nl/tiny-forest-nl/over-tiny-forest.  ‘Elke wijk zijn eigen mini bos’ is het motto. In Moerwijk te beginnen met een van 10 bij 10 meter. Earth on Doorstep gaat op den duur het station Moerwijk door de wijk verbinden met het Zuiderpark. Natuur in de buurt is aanleiding om aardse zaken zo aan de orde te stellen dat de dagelijkse tarrasofie van burgers wordt benut. Het past in de ontwikkeling van een circulaire wijkeconomie zoals die in Moerwijk gaande is.

Het principe dat achter Earth to Doorstep beperkt zich niet tot duurzaamheid in ecologische zin. De mens is goed in handelen, het samen met anderen maken en al doende rekening houden met de belangen die verder reiken dan de persoonlijke en sociale sferen. Op het moment dat stedelijke vraagstukken in menselijke termen worden verteld, in termen van angst, de drang iets ‘eigen’ te noemen, verbondenheid, liefde, verzet, woede en dat soort zaken, ontstaan er nieuwe mogelijkheden om te interveniëren voordat het goed zijn van mensen zich uit in wat we met zijn allen niet willen.

De Haagse Hogeschool ontwikkelt samen met de gemeente Den Haag stedelijke innovatie laboratoria. Waarde van experimenteren in de stad is onder meer de noodzaak te werken met de verhalen die achter de fenomenen schuilgaan die nu met generieke beleidstermen als armoede, radicalisering, polarisatie, diversiteit, duurzaamheid, worden aangeduid. Het benutten van die verhalen vergt meer dan het binaire begrijpen van de wereld dat leidt tot het benadrukken van tegenstellingen. Van het tegenover elkaar staan naar het samen in de controversen stappen die samengaan met het delen van een klein stuk aarde, dat is het motto. En dat niet alleen met andere mensen, maar in Moerwijk straks ook met een bos dat aan de beraadslagingen deelneemt. Of zoals het in het projectplan wordt beschreven:

“We plan to grow an Autonomous Tiny Forest in Moerwijk The Hague. A 10 meter by 10 meter dense 600 trees forest with its own governance interacting with us through sensors and other instruments. A forest generating its own electricity. Ever imagined you can really have a chat with a tree?”

Het mag als een ecologische droom klinken maar de bottom line is dat we ons geplaatst zien voor uitdagingen die meer vergen dan ze uitbesteden aan overheid, academici, professionals, experts. Actief burgerschap wordt een cruciale schakel in de aanpak van stedelijke vraagstukken. Dat vergt meer dan burgers meenemen in beleidstermen, kennis, data sets, en het bevorderen van hun smartness. Nu eerst is het van belang dat de aanpak wordt gebaseerd op de wijsheid die burgers blijken te hebben als uitdagingen in hun dagelijkse termen worden gepresenteerd. Duurzaamheid is noodzaak, maar leg het uit aan de hand van een eigen bos.

(Het project is een initiatief van Border Labs in samenwerking met TerraO, IVN, Living Light, Wunderpeople en de Haagse Hogeschool. ‘Blijf de aarde trouw. Pleidooi voor een Nietzscheaanse terrasofie’ van Henk Manschot wordt uitgegeven bij Vantilt – www.vantilt.nl/boeken/blijf-de-aarde-trouw.)

Artful Business Creations (@The Hague University of Applied Sciences)

 

Studenten in the spotlight stelen show

Professionele ruimte in het onderwijs is belangrijk en altijd gericht op het realiseren van kwaliteit. Voor de individuele professional geldt dit en nog beter wordt het wanneer je de krachten bundelt als professionals: professional’s governance.

Je zou dit bijna vergeten in tijden dat het gesprek lijkt te worden gedomineerd door kwantiteiten als student-docent ratio’s, aantal fte’s, docentbelastinguren, aantal contact- en zelfstudie-uren van studenten, rankings: NSE, Keuzegids. Getallen die niet per definitie vrolijk stemmen. Tot je als onderwijsprofessional op je vrije vrijdagavond, helemaal vrijwillig, oog in oog staat met uitzonderlijke kwaliteit, van studenten.

In het Atrium van het Haags stadhuis ‘de huiskamer van Den Haag’ werden op 29 september de Echo Awards uitgereikt aan veelbelovende studenten wo en hbo met niet-westerse achtergrond: één voor hbo, één voor wo en de derde voor bèta-technisch.

De genomineerden betreden opeenvolgend het podium, delen in korte interviews hun ideeën met de volle zaal en van elk wordt een jaloersmakend mooi digitaal power profile getoond. Al deze mensen zijn echt bijzonder: door hun passie, hun studie, wat ze naast hun studie doen én hun talent zichzelf zo treffend uit te drukken. Het lijkt onmogelijk daar drie winnaars uit te kiezen. Gelukkig is daar een jury voor.

Als medewerker van de Haagse Hogeschool duim ik wel dat één van de twee genomineerde studenten van de Haagse de hbo Award ontvangt.

Oordeel zelf maar: de quote van Zunaica Phillips, studente HRM, “I have been inspired to inspire others.”  en.. de quote van Ewing Amadi Salumi, student Communicatie: “You have to find a common ground in all discussions even if it’s difficult to talk. Always find a way to stay in dialogue with all groups and be a pathfinder who guides but don’t forget to integrate yourself if you want to build your future in harmony. You can make a difference! Do it, now.”

En.. ja, hoor Zunaica sleept de Echo Award hbo in de wacht. Fijn, ook wel jammer dat Ewing dus niet wint. Fout! Een scheidend jurylid heeft in de slotact nog een verrassing in petto: eenmalig wordt de UNESCO Peacebuilding Award uitgereikt aan.. ja, Ewing!

Onmiddellijk daarna ontstaat een spontaan feestje op het podium wanneer de aanwezige collega’s van de Haagse Hogeschool zich melden om de winnaars te feliciteren. Het maakt niet uit of je docent, ondersteuner of opleidingsmanager bent. Ieder herkent kwaliteit, is blij en trots en is verbonden met de twee studenten en elkaar.

Dat is dus professional’s governance gericht op het USP van de onderwijsinstelling: de student!

Nieuwsgierig geworden? Kijk dan op http://echo-net.nl

 

Blik: vooruit, achteruit

Benieuwd wat we bij het lectoraat Change Management van De Haagse Hogeschool hebben gedaan, doen en gaan doen? Klik en lees!

Vragen? Meer weten? Tips? Meedoen? Koffie? Neem gerust contact op met lector Jacco van Uden, bijvoorbeeld via de mail: j.c.vanuden@hhs.nl

 

Frictievol lezen in het HBO

Volgende week dinsdag geef ik op de HHS (Slinger, 6e etage, iedereen welkom) een praatje over een collegereeks die ik verzorg waarin lezen als onderwijsactiviteit centraal staat. Deze blog loopt een beetje op dat praatje vooruit, maar snijdt ook een ander punt aan: hoe lezen, juist in het HBO, vol frictie is.
In de eerdergenoemde collegereeks las ik, samen met studenten, een lang essay (minimaal 200 pagina’s) waarin een kritisch betoog wordt opgesteld m.b.t. de rol van technologie in de samenleving. De cursus duurde, exclusief opstart en toetsing, zo’n zes tot zeven weken. Dit betekent dat studenten zo’n 30 pagina’s per week moesten lezen (in ieder geval voor dit college), en zij ervaren dat doorgaans als “veel”. Dusdanig veel dat men dikwijls gebruik maakte van samenvattingen, recensies en uittreksels die snel werden gescand om mee te kunnen komen tijdens het college.

Ik zag hier een uitdaging in: hoe kon ik studenten zover krijgen dat ze daadwerkelijk het te lezen materiaal gingen bestuderen? Ik koos voor een, in onderwijsland, wat controversiële oplossing. Naast het leeswerk gaf ik de studenten wekelijks een opdracht mee (een schrijfopdracht, het maken van een mindmap, presentatie of redeneerschema e.d.), over het gelezen werk. Aangezien dit dus ging over een klein deel van het boek was het bijna onmogelijk om de opdrachten te maken a.d.h.v. samenvattingen e.d. Dit model bleek effectief: studenten maakten de opdrachten en deden geëngageerd mee met de discussie in de klas. Waar zat dan de controverse in? Voor elke opdracht kregen de studenten een deelcijfer, ongeveer 10-20% van het totaal. Niet ingeleverd betekende een 1 en een herkansing voor die opdracht.

Enigszins geïnspireerd door de Pavlov reactie, werkte mijn methodiek met het geven van een beloning i.p.v. de intrinsieke motivatie van studenten te stimuleren. Je kunt terecht vraagtekens zetten of dit de beste manier van motiveren is, maar net als met die vorm van het aanleren van bepaald gedrag, bleek ook in mijn situatie dat de studenten de externe stimulans steeds minder nodig hadden; in de latere weken was er een debat over de stof waar geen punten aan verbonden waren, maar dat zich ontvouwde als een levendige en geëngageerde discussie.

De tweede controverse bestond uit het feit dat de eindopdracht door de studenten zelf werd vormgegeven, inclusief een beoordelingsrubriek. De studenten gaven tevens feedback op elkaars voorstellen en rubrieken. Dat leidde tot een boeiend gesprek over de waarde van studiepunten en het gewicht van de prestatie die studenten zouden moeten leveren. Daarnaast waren de eindopdrachten zeer creatief, divers van aard en oefeningen in verbeeldingskracht: ze maakten o.a. foto-essays, comics en documentaires. Echter was ook dit controversieel onder collega’s: in hoeverre zijn studenten in staat om het eigen onderwijs, zij het onder begeleiding, te ontwerpen?

Bij het herontwerp van de cursus wilde ik vooral inzetten op het respecteren van het intellect van de student. Daar bedoel ik mee dat we een onderscheid maken tussen de potentie en de ambitie die een student heeft; een mens kan over een aanzienlijk intellectueel vermogen beschikken, maar wanneer we dat niet kunnen richten of oriënteren, zijn we grotendeels stuurloos in welke richting en op welke wijze dat vermogen zich ontwikkeld. In een lezing van zeven jaar geleden, schrijft mijn promotor Frans-Willem Korsten het volgende:

“Het levend houden van de vaardigheid om in brede zin, volhoudend, en zo genuanceerd mogelijk te luisteren en lezen met een zo breed mogelijk ontwikkeld gevoel voor fricties en spanningen vraagt om discipline, training, volgehouden aandacht en liefde. Het is een vorm van werk. Zolang wij mensen politieke wezens zijn, is dit ons werk en is dat lezen en luisteren het begin waaruit wij volgen” (37).

Bij deze boodschap sluit ik me graag aan. De eerste frictie bij lezen begint bij de vraag of we bereid zijn om daadwerkelijk te lezen, en andere mensen aan het lezen te zetten. Pas dan kunnen we de fricties van de verschillende kwesties die een tekst kunnen aandragen bespreekbaar maken, en op zorgvuldige en genuanceerde wijze positie innemen.

Waarom organisatie-ontwikkelaars het beter niet over leren kunnen hebben

Taal speelt volgens Ruijters en Veldkamp (2012) een cruciale rol in het succes van organisatieontwikkeling. De taal die een opdrachtgever hanteert is echter anders dan de taal van een organisatieontwikkelaar. Probleemeigenaren willen een oplossing en ‘kopen’ daartoe een aanpak in, terwijl ontwerpers van organisatieontwikkeling een geheel eigen ‘interventietaal’ spreken: die hebben een eigen vocabulaire waarbij het gaat om ‘trajecten’, ‘leerdoelen’, een bepaald ‘programma’ en specifieke ‘werkvormen’.

Een van de uitdagingen voor het vormgeven aan organisatieontwikkeling is volgens Ruijters en Veldkamp het opzoeken van vertraging: ‘Het is logisch dat opdrachtgevers van ontwikkelvragen in organisaties verwachten dat er vrij snel een ‘aanpak’ of ‘programma’ ligt. Zeker wanneer ze eenmaal een doel geformuleerd hebben. Ze hebben immers al voorgesorteerd door hun vraag te formuleren in een processoort en een inhoud (‘ik wil graag een cultuurtraject dat gaat over…’). Een gesprek over ‘de vraag achter de vraag’ wordt dan als lastig, bijna irritant ervaren. ‘Hoe maak en krijg ik ruimte voor dit gesprek?’ is misschien wel de meest gehoorde worsteling van ontwerpers en (interne) adviseurs die deze vraag hebben gekregen’.

Er vanuit gaande dat het bij ‘de vraag achter de vraag’ bij Ruijters en Veldkamp om het achterhalen van de leervraag gaat: als het niet goed past om het daarover te hebben, wat staat je als organisatieontwikkelaar dan wèl te doen? Ruijters en Veldkamp geven daar gelukkig ook aanwijzingen voor: in plaats van het over leren liever over de ambitie vanuit de organisatie hebben. Want ‘het verhaal van de organisatieontwikkeling begint niet bij de vraagstelling, maar bij de achterliggende ambitie. Daar leeft het, daar zit de betrokkenheid, daar heeft het betekenis’. Dus aan de de initiators van een nieuwe ontwikkeling vragen stellen als:

  • Waar gaan jullie voor en waar geloven jullie in?
  • Hebben jullie al beelden op je netvlies staan, en zo ja welke dan en waarom?
  • Wat heeft prioriteit en waar zit de grootste zorg?
  • Wat zien jullie als belangrijkste winstpunt?
  • Is het een tussenstap of een eindstap?
  • Waar zitten de kansen en bedreigingen?

Ruijters en Veldkamp waarschuwen dat het bij het verkennen van deze vragen belangrijk is om in de ‘werkwereld’ te blijven: ‘Voer het gesprek in werktaal en vraag niet naar leren en interventies. De scheiding tussen de werelden is dermate groot dat er anders vertekening optreedt. Dus wel vragen: ‘welke verandering is nodig om stappen te maken als organisatie?’ en niet vragen: ‘wat wilt u dat mensen leren?’ 

Ik ben benieuwd naar pogingen van organisatieontwikkelaars om ruimte te maken voor leren, vooral als er geen plek voor lijkt te zijn: heb je het met je opdrachtgever juist wel of liever niet over leren? En wat zijn de consequenties van die keuze (zowel voor de start als voor het verdere verloop van het traject)?

Reacties zijn welkom!

 

Literatuur:

Ruijters, M. & Veldkamp, I. (2012). Drie. Vormgeven aan organisatieontwikkeling. Deventer: Kluwer.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: