Onlangs las ik in de Volkskrant een interview met de Amerikaanse schrijver Ta-Nehishi Coates. Coates is niet alleen schrijver van veelgeprezen boeken als ‘Tussen de wereld en mij’, maar geeft ook les aan de Howard University in Washington. Red de wereld, schrijft Coates in zijn laatste boek De boodschap. Een oproep die hij niet alleen richt tot schrijvers zoals hijzelf, maar ook tot de studenten die zijn colleges volgen.
Volgens Coates staat de wereld er beroerd voor en is het de taak van schrijvers en jonge mensen om tegenwicht te bieden aan te personen zoals Trump die hij beschijft als een volslagen gek. “En er zijn nauwelijks nog vangrails die hem kunnen tegenhouden. De instituten blijken niet in staat om zijn macht in te perken. Daarmee brengt hij ons allemaal in gevaar. Uit die angst komt mijn opdracht aan mijn studenten voort: probeer de wereld te redden. Misschien lukt het je, misschien niet. Maar doe in ieder geval je best” (Volkskrant, 21-12-2025).
Coates oproep om ‘de wereld te redden’ en het feit dat hij die oproep ook richt tot zijn studenten, bleef wel even bij mij hangen. Want wat Coates van het onderwijs lijkt te verlangen is misschien, zo dacht ik, wellicht haar voornaamste taak. Het hbo bereid studenten voor op een toekomst, maar dan moet die toekomst er wel zijn. En, zonder nu in apocalyptische doemdenken te vervallen, er is natuurlijk wel wat aan de hand in de wereld dat op z’n minst enige aandacht, onderhoud en herstel vereist.
Maar stel nu dat ik als docent mijn studenten, gelijk Coates, zou oproepen ‘de wereld te redden’, door actief de strijd aan te binden met klimaatverandering, te vechten voor het in stand houden van de democratische rechtstaat, racisme en discriminatie te bestrijden, de groeiende inkomens- en vermogenskloof te dichten, femicide en ander geweld tegen vrouwen tegen te gaan en op één of andere manier onze solidariteit met vluchtelingen en andere migranten overeind te houden… Dan zou dat toch ook wel wat wenkbrauwen doen fronzen. In de eerste plaats omdat het bijna bespottelijk ambitieus en megalomaan klinkt. “De wereld redden? We zijn de Avengers niet!”.( Ik hoor het ze zeggen…). Daarnaast heeft een dergelijke oproep, zeker als die zo invult, verdacht veel weg van een politiek standpunt. Sommigen zouden het zelfs links of ‘woke’ noemen. Beroepsonderwijs, zo is een veelgehoorde opinie, is ‘neutraal’. Toekomstige professionals moeten vooral kennis en vaardigheden opdoen om hun werk straks naar behoren te kunnen doen. Natuurlijk binnen bepaalde ethische en wettelijke grenzen en algemene principes van fatsoen, maar daar houdt het wel op. Als docent mag je studenten op geen enkele manier jouw eigen, particuliere, mening ‘opdringen’: hoe zij hun toekomstige functie gaan vormgeven en invullen is hun zaak.
Nu is het onderwijs natuurlijk sowieso al ‘gekleurd’. Geen standpunt innemen, of zeggen dat je dat niet doet, is op zichzelf immers al een politieke keuze. Bovendien kan je je afvragen hoe ‘links’ of ‘woke’ het is om je zorgen te maken over klimaatverandering (tenzij je denkt dat het een hoax is), de gelijkwaardigheid van mensen te onderschrijven (tenzij je een ‘white-supremacist’ bent) of de teloorgang van de democratische rechtstaat (tenzij je denkt dat de democratie moet worden ingeruild voor een autocratie, absolute monarchie of ander dictatoriaal systeem waarin burgers geen enkele invloed meer kunnen hebben op de manier waarop ze bestuurd worden).
Gelukkig zijn er veel collega’s die, in verschillende opleidingen, de bovengenoemde thema’s behandelen in hun lessen. Vaak uit de overtuiging dat het bij de beroepsvorming hoort, maar ook omdat ze vinden dat onderwijs meer is dan alleen het ‘kweken’ van professionals. In ieder geval niet het soort professionals dat kritiekloos ondersteunend is aan het economische systeem dat we in de loop van de geschiedenis hebben opgetuigd. Onderwijs, en dat geldt zeker voor het beroepsonderwijs, zou ook ‘wereldgericht’ moeten zijn, zoals onderwijsfilosoof Gert Biesta dat noemt. Dat houdt in dat studenten niet alleen de kennis en vaardigheden opdoen om hun werk naar behoren te doen, maar dat ze ook verantwoordelijkheid nemen voor ‘wat de wereld van hen vraagt’. Elke functie en elk beroep speelt zich af binnen, en heeft invloed op, een bepaalde sociale, maatschappelijke en ecologische omgeving. Je daar rekenschap van geven en daar een bepaalde positie in nemen behoort bij elk vak of beroep.
Zitten jonge mensen daar nu eigenlijk wel op te wachten? Misschien niet, maar waarom zou dat een argument moeten zijn? Onderwijs is geen ‘product’ dat je op de markt verkoopt en waarbij je zoveel mogelijk ‘klanten’ probeert te trekken door ‘ze te geven waar ze om vragen’. Integendeel, onderwijs heeft ook de taak, zoals Gert Biesta dat ook schrijft, jongeren “meer te geven; om ze datgene te geven waar ze niet om hebben gevraagd, waar ze niet naar op zoek waren en waar ze niet eens van wisten dat ze erom konden vragen of naar konden zoeken”.
En misschien onderschatten we onze studenten ook wel. We hebben de neiging studenten vooral te zien als individualistisch, materialistisch en in politiek opzicht nauwelijks betrokken, maar dat komt ook omdat het najagen van het eigen, individuele, genot en geluk in het neoliberale klimaat van de laatste decennia het voornaamste paradigma lijkt te zijn geweest als het gaat om de vraag wat een ‘goed leven’ is.
Uit diverse onderzoeken blijkt echter dat veel jongeren snakken naar een leven dat ‘betekenis’ heeft. Ze zoeken naar inspiratie die hen helpt om hun leven een bepaalde zin mee te geven. Bovendien lijken die onderzoeken soms ook te suggereren dat de mentale problemen waar jongeren mee kampen voortkomen uit hun terechte zorgen over waar de wereld op af lijkt te koersen. Je zou dus van het onderwijs mogen verwachten dat ze die zorgen en de problemen adresseert, concretiseert en jongeren uitzicht biedt hoe die het hoofd te bieden. En dan niet door die zorgen en problemen om te zetten in technocratisch-instrumentele ‘uitdagingen’, maar ook in te gaan op de existentiële vragen die daar achter schuil gaan.
Onlangs lanceerde De Haagse Hogeschool haar nieuwe onderwijsvisie. In de hoop daar steun te vinden voor onderwijs dat een bijdrage zou leveren aan de het ‘redden van de wereld’ heb ik die eens goed doorgelezen. Ik was behoorlijk teleurgesteld, moet ik zeggen. Omdat het allemaal zo vaag en veilig geformuleerd staat. Ondanks alle woorden over het werken aan de ‘ontwikkeling tot kritisch denkende en lerende wereldburgers die toegerust zijn om in de beroepspraktijk bij te dragen aan een duurzame en rechtvaardige wereld’, worden dit verder nergens uitgewerkt of geconcretiseerd. De woorden ‘democratie’ of ‘klimaat’ komen in het stuk niet één keer voor. (Da’s niet helemaal waar, trouwens. Maar als er over klimaat wordt geschreven gaat het over het leer– of studieklimaat. Alleen in een apart tekstblokje over de SDG’s wordt het woord klimaat gebruikt in het kader van de vernietiging van het wereldwijde ecosysteem.)
Racisme en discriminatie worden in het stuk wel genoemd, maar vooral als ‘bottleneck’ die het studentsucces (ook zo’n aan het neoliberalisme ontleent modewoord) van bepaalde (minderheids-) groepen in de weg staan. Dat discriminatie en uitsluiting historisch zijn verweven in de manier waarop onze Westers-kapitalistische samenleving ook nu nog functioneert en, zoals schrijvers zoals Coates meerdere malen in boeken en essay hebben aangetoond, meer is dan een ‘weeffout’, komt niet ter sprake.
Goed, misschien zou je over dat laatste nog kunnen discussiëren. Maar uit de onderwijsvisie valt niet op te maken of die discussie, (of het redden van de wereld) sowieso een plek zou moeten krijgen in ons onderwijs. Studenten worden weliswaar opgeleid om “complexe maatschappelijke vraagstukken [te] herkennen en, afhankelijk van het opleidingsniveau, [te] handelen, interveniëren of innoveren om tot duurzame en rechtvaardigvaardige uitkomsten te komen”, maar de visie lijkt op geen enkele manier een uitspraak te willen doen over hoe een ‘rechtvaardige en duurzame wereld’ er dan uit zou moeten zien.
Studenten vragen om meer, vermoed ik. Ze willen bepaalde perspectieven op die toekomst, alternatieven, mogelijkheden, kansen, idealen wellicht. En dan niet geformuleerd in vage, holle formuleringen waarmee je alle kanten op kunt en die ‘complexe maatschappelijke vraagstukken’ reduceert tot ‘uitdagingen’ in een ‘snel veranderde wereld’. Dat klinkt mij te veel naar de typische makelaarstaal, waarin een bouwval wordt verkocht als een huis met ‘veel potentie’. Er ontbreekt m.a.w. een beeld, een visie dus, van een mogelijke, gewenste toekomst. Aan welke toekomst wil de Haage Hogeschool een bijdrage leveren en wat is daarin de rol van het onderwijs? Duurzaam? Ok, maar wat is dat dan? Rechtvaardig? Prima, maar wat betekent dat dan?
Daarnaast wordt de bal volledig bij de individuele student gelegd. Onderwijs wordt gepresenteerd als een activiteit die vooral de individuele ontwikkeling van de student (persoonlijk leiderschap, persoonlijke leerpaden, ‘regie over eigen leerproces’) dient te ondersteunen maar zonder duidelijke inhoud, zonder richting, zonder antwoord dus op de vraag waartoe dat leiderschap, leerpad of leerproces zou moeten leiden. Ze moeten daar zelf, op eigen kracht, invulling aan zien te geven. Het is een opvatting over onderwijs die toont dat de student in het huidige onderwijs grotendeels op zichzelf is aangewezen. De rol van de docent is teruggebracht tot een ‘coach’ die de studenten in die (eenzame) zoektocht begeleidt maar er nadrukkelijk voor waakt de student iets ‘op te leggen’.
Nou zou je zou natuurlijk kunnen stellen dat ook dat, dat onbepaalde, een (liberale) visie is en dat het laat zien dat de HHS vindt dat studenten zelf moeten bepalen of ze later in hun professionele en persoonlijke leven zich met de wereld moeten bezig houden en op welke manier. En daar zit natuurlijk ook wel wat in. Niemand heeft het recht de ander voor te schrijven hoe te denken en te handelen en niemand is verplicht de wereld te redden.
Maar toch vraag ik mij af of je als HBO-instelling op dit punt misschien niet wat meer stelling zou moet nemen. Want ook een liberale visie op de wereld is niet geheel verstoken van bepaalde waarden. En die waarden staan onder druk: onze democratische instituties (pers, wetenschap, rechtssysteem) worden bedreigt, het klimaat staat er beroerd voor, het geweld tegen vrouwen neemt toe, ons parlement kent partijen die zonder schroom kiezen voor ‘remigratie’… En zo kan ik nog wel even doorgaan. Het zijn ontwikkelingen die appel doen op het onderwijs en haar wijzen op haar taak die waarden te beschermen en te onderhouden. En ja, dat is een politiek standpunt.
Iemand als Coates realiseert zich dat, zeker in de context van de ontwikkelingen in de VS, meer dan wie dan ook. En hij weet dat, wanneer het om de democratie gaat, die in principe kan afglijden naar een autoritair systeem als je daar geen tegenwicht tegen biedt en duidelijk stelling neemt.
Voor zover ik weet heeft ook de HHS zich aan democratische rechtstaat verbonden. Maar waarom komt dat dan nergens in onze onderwijsvisie zo duidelijk terug? Waarom worden deze waarden (en de bedreiging er van) nergens expliciet benoemd? En waarom wordt slechts in een enkel, losstaand, tekstblokje verwezen naar de Sustainable Development Goals, maar wordt nergens geconcretiseerd wat dat dan voor opleidingen zou moeten betekenen?
De visie van De Haagse Hogeschool lijkt alle standpunten die naar ‘politiek’ of ‘ideologie’ ruiken te willen vermijden. Wellicht uit angst om niet langer als neutraal te worden gezien. Maar neutraal onderwijs bestaat niet en betekent in de praktijk vaak niet meer dan ‘flexibel’ meebewegen met ontwikkelingen zonder daar iets tegenover te stellen. En ik vraag mij af of je daarmee studenten (en hun toekomst) wel een dienst bewijst. En de wereld al helemaal niet.
Natuurlijk dekt een onderwijsvisie niet alles en wellicht moet ik er ook niet teveel van verwachten. Uiteindelijk draait het om de keuzes die docenten uiteindelijk zelf maken met betrekking tot wat en hoe ze hun onderwijs vormgeven en ik weet dat er op veel opleidingen wel degelijk werk wordt gemaakt van pogingen de wereld een stukje beter te maken.
Maar er zou nog wel een tandje bijgeschakeld kunnen worden, denk ik. Het zou een enorme steun in de rug zijn voor de collega’s die nu, op eigen initiatief en op grond van een duidelijke opvatting van wat het betekent om in het huidige tijdsgewricht docent te zijn, proberen te doen wat Coates van het onderwijs vraagt. Want het zou, gezien de huidige stand van zaken in de wereld, toch mogelijk moeten zijn een visie te ontwikkelen die meer ambitie toont dan alleen in te zetten op lege termen als ‘persoonlijk leiderschap (2 x) studentsucces’ (4 x), ‘individuele leerpaden’ (9 x) en het belang van ‘eigen regie’ (13 x)?