Interview met Sandra van Kolfschoten

Door Kathy ’t Jong, student AVANS opleiding Zorg & Veiligheid

In de wereld achter slot en grendel, waar regels en controle het dagelijks ritme bepalen, werkt onderwijskundige Sandra van Kolfschoten aan iets dat veel verder gaat dan lesgeven. Ze wil jongeren in detentie weer laten ervaren dat ze mens zijn vol talent, dromen en mogelijkheden. Met haar “Onderwijskunst” gebruikt ze creativiteit als sleutel tot herstel. “Het moet hier natuurlijk geen Center Parcs worden,” zei ooit een directeur tegen haar. “Maar ik vind juist van wel,” lacht Sandra. “Hoe gezonder en helender je bezig bent, hoe groter de kans dat jongeren hier nog een beetje oké uit komen.”

Twee scholen achter muren

Sandra werkt op De Burcht in Teylingereind en Het Kwartier van RJJI De Hunnerberg in Nijmegen . Ze is daar als onderwijskundige en veranderaar ingehuurd om het onderwijs te vernieuwen. “Op De Burcht heb ik een nieuw onderwijsdomein mee opgezet: Creatief Makerschap,” vertelt ze. “Jongeren zijn vaak serieus creatief, ze maken muziek, ze tekenen, ze schrijven teksten. Vaak waren dat losse workshops of vakantieactiviteiten, maar nu is het een volwaardig onderwijsprogramma geworden.” Ze betrekt kunstenaars, artiesten en ervaringsdeskundigen bij het onderwijs. “Ik heb bewust mensen van buiten de muren naar binnen gehaald,” zegt ze. “Niet alleen om jongeren iets te leren, maar ook om de school echt te veranderen. En altijd mét jongeren zelf. Nooit zonder hen, over hen.” In Nijmegen richt Sandra zich op nazorg: hoe jongeren binnen al kunnen werken aan hun leven buiten. “We hebben een Bureau Nazorg opgezet, samen met jongeren. Dat heet ‘Mensen waar je iets aan hebt’. We organiseren netwerklunches, zodat jongeren binnen de muren al kennismaken met mensen van buiten. Want die overgang naar vrijheid begint niet pas bij de poort.”

Een weg vol ‘nee’

Wie denkt dat vernieuwen in een gevangenis eenvoudig is, vergist zich. “Alles begint met nee,” zegt Sandra. “Nee, dat mag niet. Nee, dat is niet veilig. Nee, dat hebben we al gedaan. Dus de grootste uitdaging is dat je bij ‘nee’ begint en dat je daar niet stopt.” Toch lukt het haar telkens om dingen van de grond te krijgen. Ze noemt voorbeelden: “We hebben een podcast opgezet waarin jongeren zelf de hosts zijn. We organiseren voetbalwedstrijden die eigenlijk netwerkevenementen zijn. We hebben een expositie met een foodtruck gedaan. Alles is tegen de regels in begonnen, maar het werkt wél. Je moet gewoon eindeloos volhouden.” Die voetbalwedstrijd wordt zelfs een traditie. “Een jongere kwam met het idee: ‘Ik wil een voetbalteam, Last Generation’. Hij zei: ‘Ik ben de laatste generatie die hierbinnen zit van mijn generatie.’ Dat vond ik zó krachtig. Nu is hij vrij, en gaat het team gewoon door. Er is een nieuwe teamcaptain. Het zijn rituelen geworden die hoop geven.”

Creativiteit als herstelmiddel

Creativiteit is voor Sandra meer dan een hobby; het is een manier om jongeren te helpen helen. “Kunst is een interventie,” zegt ze. “Het gaat niet alleen om iets moois maken, maar om jezelf leren kennen. Om te ontdekken dat je iets kunt, dat je ertoe doet.” Ze vertelt hoe een muur in Teylingereind door jongeren beschilderd gaat worden, samen met kunstenaar Genge. “Dat zijn momenten van trots,” zegt ze. “Even geen label, geen delict, geen straf. Alleen jij, je idee, en iets wat je achterlaat.”

Een wereld vol wantrouwen

Sandra’s werkveld draait om zorg en veiligheid, maar die twee staan vaak op gespannen voet. “In het gevangenissysteem wordt veiligheid bijna altijd gezien als controle en orde,” legt ze uit. “Maar echte veiligheid gaat over vertrouwen en autonomie. En dat is eigenlijk zorg bieden.” Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. “Jongeren in detentie worden per definitie niet vertrouwd. Ze zijn gevangenen. Maar als je mensen voortdurend vanuit wantrouwen behandelt, dan gaan ze zich ook zo gedragen. Veel maatregelen die zogenaamd om veiligheid draaien, maken het juist onveiliger.” Een schrijnend voorbeeld ziet ze bij het personeelstekort. “Als er niet genoeg mensen op de groep zijn, worden jongeren opgesloten in hun cel. Dan zeggen ze: ‘Dat is veiliger.’ Maar jongeren die te lang achter de deur zitten, worden onrustig en boos. Dat maakt het juist gevaarlijker.”

Vertrouwen geven door mens te zijn

Hoe bouw je vertrouwen op in zo’n omgeving? Sandra twijfelt geen moment: “Door jezelf te laten zien. Door eerlijk te zijn.” Ze vertelt hoe ze vaak persoonlijke dingen deelt met jongeren, iets wat binnen het systeem eigenlijk wordt afgeraden. “Er wordt gezegd: vertel niet waar je woont, of dat je kinderen hebt. Maar dat vind ik onzin. Als iemand mijn naam googelt, vind je alles al. En zoals een jongere tegen me zei: ‘Wat denk je nou, dat ik als ik vrij ben me met jullie bezig ga houden?’ Dat vond ik zo’n verhelderend inzicht.” Ze glimlacht. “Ik vertel over mijn kind, mijn vakantie, mijn twijfels. Gewoon omdat ik mens ben. En dat is precies wat ik van hen ook vraag: mens zijn. Dat is hoe vertrouwen ontstaat.”

Een systeem dat niet werkt

Sandra is kritisch over het gevangenissysteem zelf. “Iedereen weet dat het niet werkt,” zegt ze. “We weten wat wel werkt: kleinschaligheid, resocialisatie, ontwikkeling. Maar het systeem blijft gericht op straffen, macht en autoriteit.”Ze benadrukt dat het ook een systeem is dat ongelijkheid in stand houdt. “Alle jongeren binnen zijn van kleur, en bijna al het personeel is wit. Dat moeten we onder ogen zien. En het is niet genoeg om te zeggen dat we iedereen gelijk behandelen, je moet actief werken aan die ongelijkheid. Anders blijft het bestaan.”

Leren van meerdere perspectieven

Via oud-gevangenisdirecteur Frans Douw, met wie ze samen ‘leuke mensen lunches’ organiseert, leerde Sandra de kracht van perspectieven kennen. “Frans organiseert met zijn stichting “Herstel & Terugkeer” ontmoetingsdagen waar we daders, slachtoffers, familieleden en professionals samenbrengen. We willen dat mensen niet in hun eigen bubbel blijven hangen. Want pas als je de ander echt ontmoet, kun je iets veranderen.” Ze herinnert zich een opmerking van Frans die haar altijd is bijgebleven: “Iedereen wist waar ik woonde. En dat vond ik geen risico, maar vertrouwen.” Dat principe neemt ze elke dag mee haar werk in.

De realiteit van straf

Sandra heeft geleerd dat je alleen iets kunt veranderen als je bereid bent te kijken naar het hele verhaal, ook het moeilijke deel. “Sommige mensen zeggen: ‘Het maakt me niet uit wat iemand heeft gedaan, ik hoef het niet te weten.’ Maar dat klopt niet altijd voor mij. Je moet iemand in zijn geheel zien. Dus ook zijn delict. Want anders ontken je een deel van wie hij is.” Ze vertelt dat het confronterend kan zijn om jongeren aardig te vinden die vreselijke dingen hebben gedaan. “Maar juist dat is menselijkheid. Dat je het allebei kunt zien: hij is een leuke jongen, én hij heeft iets vreselijks gedaan.” Over straffen is ze duidelijk: “Sommige jongeren zitten veel te lang vast. Overvallen of vermogensdelicten, daar krijgen ze, door steeds te blijven verlengen, soms vele jaren PIJ-maatregel voor. Dat vind ik echt zorgelijk. Het zijn nog pubers, met een brein dat niet af is. En hoe langer ze binnen zitten, zeker met onvoldoende behandeling, hoe meer je ze te kort doet. Zoals een jongen tegen me zei: ‘Een kunstwerk moet je aflaten als het klaar is. Als je blijft prutsen, verpest je het.’ En dat is precies wat er met ons als jongeren gebeurt die te lang binnen moeten blijven.”

De kracht van verbinding

Wat haar werk het mooiste maakt, is de menselijkheid die ze tegenkomt op plekken waar je dat het minst verwacht. “In zulke donkere omgevingen is vaak juist veel verbinding,” zegt ze zacht. “Er is humor, energie, liefde. Laatst hadden we een podcast met een jonge kunstenaar en het was zó’n intelligent gesprek, vol lachen en herkenning. Dat zijn de momenten waarop ik denk: ja, dáár doe ik het voor.” Sandra’s blik op zorg en veiligheid is duidelijk: “Echte veiligheid komt niet uit controle, maar uit vertrouwen. En echte zorg begint bij het zien van de mens, ook als die fout is gegaan.”

Plaats een reactie