Als kunstenaar onderzoeker ben ik verbonden aan het lectoraat Change management van De Haagse Hogeschool om mee te werken aan vernieuwing in organisaties. Ik ontwerp performances waarin ik samen met professionals herkenbare organisatievraagstukken (bijvoorbeeld ‘hoe om te gaan met het onzekere?’) op artistieke wijze benader. Het idee: juist in de gedeelde ervaring kan zich iets nieuws openbaren ten aanzien van het vraagstuk. Maar dan gaat de tl-verlichting aan, gaan we terug aan het werk en is de vraag: hoe werkt dat wat er in de performance plaatsvond door in het werk van alledag? Hoe kunnen kunstenaars daadwerkelijk een rol spelen in vernieuwing?

In mijn eerste essay over de Embedded artist The Embedded Artist: Ongrijpbare impact is ook impact beschreef ik hoe ik als kunstenaar vruchtbare grond probeer te creëren voor het verlangen naar alternatieven in organisaties. In de hier volgende tekst kijk ik verder: hoe gaan we om met de geraaktheden en nieuwe inzichten die daarin kunnen ontstaan?

In between
In 2010 maakte ik als onderdeel van een tentoonstelling van de Gerrit Rietveld Academie het werk IN BETWEEN. Het was een donkere periode in mijn leven. Ik woonde in Amsterdam steeds op wisselende plekken, ik at te weinig en doolde dagen en nachten in mijn atelier. Op de Noordermarkt werkend in de kaaskraam kreeg ik waanbeelden, huilend rende ik over straat en sprong zonder ticket de trein in naar Den Haag, terug naar mijn geboortestad. Daar viel ik in de armen van mijn vader en lag dagen achtereen huilend op bed. Ten einde raad nam mijn vader me mee naar een ziekenhuis waar hij me wilde laten opnemen op een gesloten afdeling, veilig tussen vier muren.

Zo bleek dat echter niet te werken. Ik werd naar een psychiater doorgestuurd die me onderwierp aan verschillende tests en gesprekken: is het borderline, manische depressie, paranoia? De uitkomst was verassend: ‘Jongedame u hebt van alle persoonlijkheidsstoornissen een aspect in je maar er is geen uitschieter, dat maakt u een gemiddeld mens.’ Het advies luidde: goed eten en slapen, een vast huis vinden en er werd me aangeraden vooral niet te stoppen met mijn masterstudie aan de Gerrit Rietveld Academie: ‘Structuur en vastigheid is goed voor de menselijke geest’. Daarnaast werd me gevraagd waar ik op dit moment het meest behoefte aan had. Dat zag ik ineens heel duidelijk voor me: ‘Ik wil een witte lege ruimte waar ik niks hoef te presteren, zodat ik alle details in interacties, mijn gedachten en gevoelens die door me heen razen rustig kan exploreren. Even zonder goed of fout, zonder gevolgen, gewoon ernaar kijken, ermee zijn.’

Esthetische veiligheid
Om dit te ervaren nodigde ik mijn vader uit voor een experiment in mijn atelier dat ik wit had geschilderd. We keken elkaar voor langere tijd aan in de ogen, zonder te praten en namen beiden waar wat er tussen ons in dat contact gebeurde. Zo werd het werk IN BETWEEN geboren dat ik toonde als onderdeel van een tentoonstelling van de Gerrit Rietveld Academie.

Ik stileerde een witte ruimte met twee lichtblauwe stoelen waar mensen een koptelefoon op mochten zetten waaruit een zachte ruis te horen was. Ze mochten tegenover mijn vader gaan zitten om alles dat in deze interactie naar boven kwam rustig te exploreren. Mijn vader was bereid het experiment dat wij gedaan hadden nu ook met de bezoekers van de tentoonstelling te doen. De effecten waren helend, mijn vader was onder de indruk van de concentratie waar hij in terecht kwam, de mensen die hem bezocht hadden gaven aan geraakt te zijn, ook al wisten ze niet precies waarom en ik had een betekenisvol werk kunnen maken waardoor ik mijn masterstudie kon vervolgen.[1]

Wat ik terugkijkend op dit kunstwerk kan waarnemen is de menselijke basisbehoefte van mijzelf en mijn vader om veilig te zijn. In het leven van alledag volgen interacties en ervaringen elkaar zo snel op in geraaktheden, je ziet dingen gebeuren die je niet kan beheersen, maar die wel ‘iets’ met je doen. We zochten een vorm, de gesloten inrichting, de white cube, om ervaringen, gedachten en emoties op een manier te kunnen bevatten, ordenen en van betekenis te voorzien.
De esthetiek van de ruimtelijke enscenering en de spelregels van het contact in de performance, boden een vorm van toestemming om met de aandacht even alleen maar in het eigen lichaam te zijn. In een oordeelloze, ontvankelijke staat en niet direct in een actie of reactie te schieten. Dat gaf ruimte voor betekenisgeving en nieuwe inzichten.

Daarnaast voel ik dankbaarheid dat ik ‘iets heb weten te maken’ van die donkere periode in mijn leven. Deze ervaring, ‘ik kan hier zelf iets mee’, gaf me een bodem van veiligheid in mezelf en vertrouwen in een leven als scheppend kunstenaar. Tegelijkertijd zie ik ook dat deze kwaliteit ‘er iets van maken’ een gevaar in zich draagt. Het scheppingsproces vraagt om een ontvankelijke houding, zodat er ‘iets kan gebeuren’. Als je er te snel ‘iets van gaat maken’, kan dit de ontvankelijkheid en ruimte voor ‘wat er wil gebeuren’ verkleinen.

Impact als ding
Sinds 2013 verplaatste mijn werkterrein als kunstenaar zich van de white cube naar organisaties. Dit spanningsveld tussen ‘er iets van willen maken’ en ‘kijken wat er wil gebeuren’ toont zich nu ook in mijn werk als er gevraagd wordt wat de impact nu eigenlijk is van mijn kunstperformances met medewerkers van de organisaties.

Als ik aan beelden van impactmetingen denk (wat was de uitwerking, de invloed, het effect) en dit google verschijnen er helderkleurige staafdiagrammen waarin data zijn verwerkt tot overzichtelijke eenheden. Met zo’n fijne legenda waarin die eenheden in gekleurde blokjes uitgelegd worden en daarna terug te zien zijn in de diagrammen, Ik herken daarin de neiging om impact voor te stellen als een ‘ding’, een grijpbare vorm, zodat je er ‘er iets van maken’ in een beeld, een enscenering.

Daar is an sich helemaal niks mis mee, we hebben die veiligheid, schoonheid en ordening als mensen nodig en deze kan ons rust, ruimte en helderheid bieden. Maar als we ‘impact’ puur begrijpen als iets echts, ‘hards’, een ‘ding’, blijft alles wat niet uit te drukken is als een ‘ding’ onzichtbaar. Alleen dat wat wel ‘hard te maken is’ raakt verder geïnstitutionaliseerd in plannen, beoordelingskaders, regels en procedures[2]. En eist daar haar ruimte op, ten koste van de ruimte die er is voor het meer ongrijpbare ‘dat wil gebeuren’.
In de opdrachten die ik doe voor gemeentes, provincies, organisaties, hogescholen zie ik dat je daar een prijs voor betaalt. De bewegingsvrijheid die er te vinden is in de veranderlijke, oningevulde ruimte verkleint. Organisatie filosoof Mieke Moor heeft het in haar boek Tussen de regels, een esthetische beschouwing over geweld van organisatie, over een spanningsveld: enerzijds voeren we in organisaties dagelijks een strijd om ons leven en werk te beheersen. Anderzijds ligt er ook opluchting (en misschien opwinding) in de nog oningevulde ruimte. [3] 

Impact als beweging tussen mensen
Daarom was ik heel blij bij het lezen van de lectorale rede van Theo Niessen waarin hij beschrijft hoe we impact ook zouden kunnen begrijpen, een duiding die recht doet aan het ongrijpbare aspect van impact. En de noodzaak dat er georganiseerde tijd en ruimte is voor ‘dat wat nog niet is ingevuld’:

‘Impact is eerder een sociaal construct dan een objectieve norm en ‘ding’, impact is iets dat we met elkaar ‘produceren’: het ‘binnenkant-perspectief’ van impact. […]
Het binnenkant-perspectief verwijst naar de wijze waarop impact zich manifesteert binnen de directe, geleefde interacties van betrokkenen. […] Dit perspectief erkent impact niet als een extern stuur- of meetbaar eindresultaat (= buitenkant), maar als een responsief proces dat betekenis geeft en voortdurend vorm krijgt in gesprekken, ervaringen en relationele dynamieken.[4] 

In deze betekenis is ‘impact’ een bewegend dynamisch gegeven tussen mensen die met elkaar interacteren, waar vanuit er inzichten en initiatieven kunnen ontstaan. Om impact waar te nemen richt je je dan op het traceren van interacties, geraaktheid, ervaringen en relationele dynamieken die ontstaan zijn, en die ook van vorm zullen blijven veranderen.
Hoe zou deze opvatting van ‘impact’, impact als beweging tussen mensen, eruit kunnen zien?

Wat bewoog er tussen ons?
Ik wil de poging doen om het karakter van die beweeglijkheid en het ongrijpbare dat gebeurt tussen mensen, ervaarbaar te maken. Daarom wil ik je uitnodigen voor een experiment om ‘impact als beweging tussen mensen’ met mij te exploreren.

Heb jij in de periode 2013 – heden met mij gewerkt in de context van een organisatievraag? Als deelnemer, opdrachtgever of medemaker (of anderszinds)?
Dan is deze uitnodiging voor jou:

  • Kijk terug op het project waarin we samen optrokken en haal daar een moment uit, dat er voor jou uitspringt.
  • Reflecteer op dat moment en kijk of je daar ‘uitdrukking’ aan kan geven, op een voor jou passende wijze.
  • In een moment dat wij delen reageer ik op jouw ‘uitdrukking’.

In een 1:1 afspraak van 1,5 uur ontmoeten we elkaar. We komen fysiek samen op een plek, op een moment dat het je past.

Uiteindelijk mag uit de optelsom van deze ontmoetingen ‘een vorm ontstaan’ die ik tijdens een event vanuit De Haagse Hogeschool zal delen, met jullie en geïnteresseerden in het impactvraagstuk.

Ik hoor graag als je wilt deelnemen CONTACT.

Groet en mooie dag, Marjolijn Zwakman

Lees hier ook Essay 1 Impact: Als ongrijpbare gebeurtenis

Lees hier de gehele lectorale rede van Theo Niessen:

[1] Side note, dit werk zou een imitatie kunnen lijken van het werk van Marina Abramovic ‘The Artist is Present’ in het MoMa, maar dat stamt uit in 2012. Het werk ‘In Between’ komt voort uit een experiment in 2010, dat iets universeels aanraakt dat ook door anderen (kunstenaars) in vorm is gezet.

[2] Theo Niessen (2024). Lectorale rede. Impact als respons-abiliteit Een binnenkant-perspectief op impact in praktijkgericht onderzoek. Fontys, bladzijde 7

[3] Mieke Moor (2017). Tussen de regels. Een esthetische beschouwing over geweld van organisaties. Uitgeverij IJzer, bladzijde 102

[4] Theo Niessen (2024). Lectorale rede. Impact als respons-abiliteit Een binnenkant-perspectief op impact in praktijkgericht onderzoek. Fontys, bladzijde 8

Tekstredactie: Rozemarijn van West

Onbekend's avatar

Ik ben kunstenaar. In mijn performances en workshops onderzoek ik menselijke relaties in ‘het systeem’. Daarin ontregel ik tijdelijk de alledaagse orde waardoor vertrouwde situaties vervreemden. Het publiek krijgt een eigen actieve rol. Zo ontstaan nieuwe ervaringen en inzichten over wat er nog meer mogelijk is in contact, buiten de vastgelegde regels en protocollen. Ik werk aan projecten in het domein van de kunsten en samen met opdrachtgevers die bereid zijn om een bepaald risico te nemen om de spanning tussen systeem en mensen in hun organisatie te onderzoeken. Organisaties en (kunstenaars)initiatieven waar ik bij ben aangesloten: Academie voor onzekerheidsvaardigheid | The TurnClub | AOG School of Management | Circus Andersom

One Comment on “Essay 2 Impact: Als beweging tussen mensen

  1. Pingback: Essay 1 Impact: Als ongrijpbare gebeurtenis | LECTORAAT CHANGE MANAGEMENT - De Haagse Hogeschool

Plaats een reactie