Als kunstenaar onderzoeker ben ik verbonden aan het lectoraat Change management van De Haagse Hogeschool om mee te werken aan vernieuwing in organisaties. Ik ontwerp performances waarin ik samen met professionals herkenbare organisatievraagstukken (bijvoorbeeld ‘hoe om te gaan met het onzekere?’) op artistieke wijze benader. Het idee: juist in de gedeelde ervaring kan zich iets nieuws openbaren ten aanzien van het vraagstuk. Maar dan gaat de tl-verlichting aan, gaan we terug aan het werk en is de vraag: hoe werkt dat wat er in de performance plaatsvond door in het werk van alledag? Hoe kunnen kunstenaars daadwerkelijk een rol spelen in vernieuwing?

ING Kantoor Amsterdam, 2012. De manager van de afdeling waar ik mijn kunstexperiment doe heeft alle leden van de afdeling bij elkaar geroepen om in gesprek te treden met mij.
Wat we wilden met dit project om Marjolijn bij de ING uit te nodigen gebeurt helaas niet. Doel van dit project is dat wij als ING-ers van Marjolijn leren en Marjolijn meer leert van onze cultuur hier bij ING. We zouden vanuit nieuwsgierigheid naar elkaar kijken, maar dat zie ik niet gebeuren. Marjolijn danst tussen de tafels, tekent op de muur, schildert zich oranje en sluipt door de gangen, maar nu trekt ze zich steeds meer terug en jullie kijken naar haar als de joker van de afdeling. Ik wil van jullie weten wat er speelt en wat jullie zo lastig vinden, zodat dit project geen dissatisfier wordt.’[1]

Dit moment is een sleutelmoment in mijn carrière; dat de manager waar ik mee werkte het ongemak bij mij en de werknemers aangreep om het proces verder te brengen heeft de blauwdruk gevormd voor hoe ik als kunstenaar mijn werk onderdeel wil maken van onze samenleving. Niet in de white cube (museum) of de blackbox (het theater) maar werkend in organisaties, samenwerkend met de leden van die organisaties aan de praktijkvragen die op dat moment actueel zijn. Ik was geraakt dat het samen kon gaan: mijn autonomie als kunstenaar om met mijn nieuwsgierigheid, vrijheid en experimenteerdrift op onderzoek te gaan (inclusief ongemak), EN dit te kunnen doen binnen een structuur en daarmee iets te betekenen voor de vrijheid van mensen binnen die structuur. Dit verlangen om de kracht die ik ervaar in het autonome speelveld van de kunsten in te brengen in maatschappelijke contexten waar dit niet vanzelfsprekend is, vormt het spanningsveld voor mijn werk als kunstenaar.

De impact van de periferie
Vanuit deze motivatie is het ook gekomen dat ik me in 2020 aansloot bij het lectoraat Change Management geleid door lector Jacco van Uden. Centraal in de filosofie van het lectoraat staat de overtuiging dat wezenlijke vernieuwing nooit uit het centrum van de organisatiekunde komt, maar wordt aangejaagd door ontwikkelingen in de periferie, bijvoorbeeld op het grensvlak met andere vakgebieden zoals de kunsten.[2]

Deze visie sluit aan op de visie van de Master modern muziektheater T.I.M.E aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag waar ik in 2012 afstudeerde met een ‘Bedrijvenproject’ bij de ING. De Master T.I.M.E. heeft als visie dat kunstenaars met hun ‘afwijkende’ denk- en handelswijzen een integraal onderdeel zouden moeten zijn van de samenleving.[3] Zoals je ‘embedded journalism’ hebt waarbij journalisten worden geïntegreerd in militaire of andere operationele eenheden tijdens bijvoorbeeld conflicten of missies, zou je ook kunnen denken over ‘the embedded artist’.
Dit brengt diverse voordelen, nadelen, dilemma’s, risico’s en ethische kwesties met zich mee en vraagt erom dat opdrachtgever en kunstenaar beiden steeds onderzoekend naar hun rol en aard van de opdracht blijven kijken.[4]

De opdrachtgevers die graag met kunstenaars werken hebben in mijn ervaring met elkaar gemeen dat ze niet puur en alleen het bestaande willen optimaliseren als in: ‘wat kunnen we hier maandag mee’.  Ze delen nog een ander minder makkelijk te duiden motivatie die hen op het spoor van de kunstenaar brengt, maar die nog niet zo makkelijk te verwoorden is. Een motivatie die misschien nog het meest lijkt op ‘een verlangen naar alternatieven voor het bestaande’[5], zoals lector Designing the Future Tessa Cramer het eens zo mooi duidde. Een verlangen naar vernieuwing waarvan wel aangevoeld wordt dat dit wellicht niet van buitenaf opgelegd kan worden, maar waar wel ‘iets’ voor nodig is om werkelijkheid te worden.

Een verlangen naar alternatieven
Vanuit deze insteek leek het mij destijds bijzonder interessant om bij ING mijn afstudeerproject te doen. Een plek waar een ‘issue’ was dat zich zowel intern afspeelde (er werden op dat moment door de bankencrisis veel mensen ontslagen), als dat het raakte aan grote maatschappelijke vragen (wat is de rol en positie van een bank in onze maatschappij?). Ik kwam daar als kunstenaar een kunstproject ontwikkelen en het doel dat we hadden geformuleerd is ‘van elkaar leren’. Het kostte tijd voordat dit ook daadwerkelijk een gezamenlijk doel werd. Zoals blijkt uit de woorden van de manager ontstond er aanvankelijk vooral verwijdering en irritatie: ‘wat doet die meid hier, waarom gedraagt ze zich zo onaangepast en wat moet ik hiermee?’[6] Maar gedurende de maanden kon er in dit spanningsveld van de kunst interventies en ‘het leven in de organisatie’ een wederkerige relatie ontstaan die ook boeiend werd voor beide partijen.

Concreet zag dit er zo uit:

  • Ik maakte een wandwerk op de muur in de gang. Ik tekende gebeurtenissen die ik zag op het nieuws m.b.t. ING en die ik hoorde van medewerkers in de wandelgang. Mensen maakten praatjes met elkaar bij het wandwerk: ‘Wat is er vandaag weer bijgekomen? Wat zouden die streepjes daar betekenen, wat zie jij erin?’. Het deed ‘iets’ met de sfeer in de wandelgang en met de aard en inhoud van de interacties tussen de mensen.
  • Een van de medewerkers, één van de stillere, organiseerde een petitie omdat het wandwerk dat ik had gemaakt vernietigd moest worden omdat er geen officiële toestemming voor was aangevraagd. De petitie werd door de hele afdeling getekend, de manager merkte op dat er nog nooit zo’n uitdrukking van betrokkenheid op de eigen omgeving was geweest.
  • Als afscheid maakte ik samen met een medewerker en twee muzikanten een live video-performance waarin de gesprekken en gebeurtenissen van de afgelopen periode in de kantoortuin op een theatrale manier uitgedrukt werden. Uit eigen beweging hadden mensen zichzelf oranje uitgedost, zoals ik me in één van de eerste weken oranje had geschilderd voor hen. Er werd met elkaar gelachen om wat de revue gepasseerd had de afgelopen maanden, en ik kreeg een zelfgemaakte kaart van de medewerkers met hartjes en persoonlijke boodschappen.[7]

Ongrijpbaar
Ik heb na het project bij ING vaak de vraag gekregen: denk je nu dat dit project daadwerkelijk invloed heeft gehad op de cultuur van ING? Denk je dat dit project in die zin binnen de organisatie ‘nut’ heeft gehad? Vanuit mijn werkwijze als performancekunstenaar treedt daarin een paradox op; enerzijds wil ik werken met de kracht van wat er in het NU in het moment tussen en in mensen kan gebeuren. Anderzijds zie ik dat ongrijpbaar blijft hoe deze ontdekkingen en geraaktheden uit dat specifieke moment voort kunnen leven als het moment voorbij en de context weg is.

Als ik naar de harde feiten kijk van de impact van het ING-project, komt het project er niet per sé goed vanaf: Er is ‘iets’ met de sfeer gebeurd. Er is in de wandelgangen door mensen met elkaar gepraat over ongemakkelijke onderwerpen waarvan de uitkomsten verder nergens officiële gevolgen hebben gekregen. Er is ‘iets’ met de betrokkenheid tot de eigen omgeving gebeurd (maar het wandwerk is gewoon overgeschilderd na mijn vertrek). Kortom, het is vrij makkelijk om dit project weg te zetten als een ‘grappig dingetje voor erbij’ dat niet daadwerkelijk iets teweeg heeft gebracht.

Vruchtbare grond maken
Toch is dit project, om met de woorden van de ING-manager te spreken, geen dissatisfier geworden. De manager noemde dat er door de interacties en betrokkenheid op de kunstuitingen een type dialoog, reflectie en interactie tot stand was gekomen waardoor zij zich daadwerkelijk vragen was gaan stellen over de werkcultuur. En voor mij werd helder dat mijn kracht specifiek zit in het openen van mensen om op een andere manier naar het bestaande te kijken. Geraakt te worden en daarmee te voelen wat wezenlijk voor je is en dit te integreren in je werk. En in dit geval was dit ook de (heel open en ruime) opdracht geweest: wat kunnen we van elkaar leren?

Inmiddels weet ik dat mijn specifieke kunstenaarschap inderdaad past bij het proces van openbreken en innerlijke zaadjes planten; meer dan bij het ‘in de vorm gieten’. Dus eerder in de beginfase van verandering dan aan het einde. Om als het ware de vruchtbare grond te maken. Het kennen van je eigen werking als kunstenaar en welke plek jou past in relatie tot een opdracht, helpt om tot een betekenisvolle samenwerking te komen voor zowel opdrachtgever als kunstenaar.

Wat raakten wij aan?
Misschien zijn de ‘effecten’ en de ‘impact’ van alles dat te maken geeft met dit ‘heroverwegen van het bestaande en elkaar daarin ontmoeten’, niet zo makkelijk terug te zien in het officiële beleid van de betreffende organisatie. En ook niet terug te leiden tot heldere praktische acties op de korte termijn. Maar gaat het bij vragen die te maken hebben met dat ‘verlangen naar alternatieven’ voor een belangrijk deel over hoe mensen aangeraakt worden en wat er tussen mensen kan gebeuren vanuit die geraaktheid. Op korte termijn toont dit zich bijvoorbeeld in gefrustreerde momenten, verhelderende ervaringen, onbegrip, mooie gesprekken, onaffe pogingen, verassende persoonlijke initiatieven, verdrietige kopjes koffie, hartjes op kaarten, nieuwe vragen, enzovoort. De bewegingen en initiatieven die daar vervolgens uit kunnen ontstaan, krijgen wellicht pas veel later uitdrukking in concrete vormen in de organisatie.

Ik kijk ernaar uit om de vraag hoe het werk van de performancekunstenaar doorwerkt in de praktijk van alledag, het aankomende jaar nader vorm te geven en onderzoeken.
Ik zal in contact treden met opdrachtgevers en medemakers waar ik de afgelopen jaren mee gewerkt heb. Wat hebben we aangeraakt, hoe heeft dat jou bewogen, heeft dat iets in beweging gebracht? Als jij met me gewerkt hebt en daarover iets terug zou willen zeggen of maken, neem je dan contact met mij op? Ik wens ons een mooie, veelkleurige, verrassende oogst.

Groet van Marjolijn

Lees hier ook Essay 2 Impact: Als beweging tussen mensen


[1] Manager anoniem (8 februari 2012) Audio opname lunch sessies ‘Bedrijvenproject’ ING Amsterdam Master modern muziektheater T.I.M.E. Koninklijk Conservatorium Den Haag

[2] Jacco van Uden (4 oktober 2024) Tekst ‘Opdrachtomschrijving Marjolijn Zwakman’ Lectoraat Change Management https://lectoraatchangemanagement.nl/2019/02/07/over-het-lectoraat-change-management/

[3] Ines van der Scheer, Paul Koek, Paul Slangen (januari 2012) Brief ‘Bedrijvenproject’ Master modern muziektheater T.I.M.E. Koninklijk Conservatorium Den Haag

[4] Jacco van Uden (januari 2025) Mail ChatGPT ‘Embedded Artist, Embedded Journalism’

[5] Tessa Cramer (13 april 2022) Audio opname zoomsessie samenwerking onderzoek Onzekere Zaken Lectoraat Designing the future Fontys Academy for the Creative Economy

[6] Medewerkers anoniem (8 februari en 13 februari 2012) audio opnames lunch sessies ‘Bedrijvenproject’ ING Amsterdam Master modern muziektheater T.I.M.E. Koninklijk Conservatorium Den Haag

[7] Acties (januari 2012 – maart 2012) Uitgevoerd binnen het Bedrijvenproject ING Amsterdam Master modern muziektheater T.I.M.E. Koninklijk Conservatorium Den Haag

Teksredactie: Rozemarijn van West

Onbekend's avatar

Ik ben kunstenaar. In mijn performances en workshops onderzoek ik menselijke relaties in ‘het systeem’. Daarin ontregel ik tijdelijk de alledaagse orde waardoor vertrouwde situaties vervreemden. Het publiek krijgt een eigen actieve rol. Zo ontstaan nieuwe ervaringen en inzichten over wat er nog meer mogelijk is in contact, buiten de vastgelegde regels en protocollen. Ik werk aan projecten in het domein van de kunsten en samen met opdrachtgevers die bereid zijn om een bepaald risico te nemen om de spanning tussen systeem en mensen in hun organisatie te onderzoeken. Organisaties en (kunstenaars)initiatieven waar ik bij ben aangesloten: Academie voor onzekerheidsvaardigheid | The TurnClub | AOG School of Management | Circus Andersom

2 Comment on “Essay 1 Impact: Als ongrijpbare gebeurtenis

  1. Pingback: Essay 2 The Embedded Artist: Impact als beweging tussen mensen | LECTORAAT CHANGE MANAGEMENT - De Haagse Hogeschool

  2. Pingback: Essay 2 Impact: Als beweging tussen mensen | LECTORAAT CHANGE MANAGEMENT - De Haagse Hogeschool

Plaats een reactie