Onlangs speelde ik met een groep collega’s en studenten (!) op de HHS een kleine theatervoorstelling op de docentendag van het LOOHRM, de landelijke organisatie van HRM-docenten. Ik experimenteer al een aantal jaren met theater en het leek mijn manager een goed idee om aan de collega’s van andere scholen te laten zien hoe dat uit kan pakken en welke bijdrage theater kan leveren aan het onderwijs.
De voorstelling ‘Ja, en daar sta je dan..’ ging over ‘handelingsverlegenheid’; het gevoel van onzekerheid en machteloosheid dat elke docent wel eens overvalt op het moment dat er in de klas onverwacht discussies over ‘gevoelige’ onderwerpen ontstaan. Meestal ben je daar als docent niet op voorbereid, je les gaat immers over iets anders, en als je al het gevoel gaat krijgen dat ‘de straat de klas binnenkomt’ is het vaak lastig te bepalen hoe je daar mee om moet gaan. Want het kan ontploffen. Ik heb het zelf vaak genoeg meegemaakt. De lompe, ongenuanceerde, generaliseerden opmerkingen uit het maatschappelijke debat komen ook regelmatig in klas terug. En dan ook nog vaak een tikkeltje scherper. De meest voorkomende reactie van docenten is dan te proberen te voorkomen dat het smeulende conflict ontaardt in een uitslaande brand en er vooral, vooral, niet inhoudelijk op in te gaan.
In 2015 publiceerde het ministerie van OCW het rapport ‘twee werelden twee werkelijkheden’ van Margalith Kleijwegt. Kleijwegt beschrijft daarin de worsteling van docenten die geconfronteerd worden met discussies tussen leerlingen n.a.v. de vluchtelingencrisis en de aanslagen in Parijs. De polarisatie, de groeiende kloof tussen ‘twee werkelijkheden’ moet door docenten worden overbrugd, zo stelt het rapport. Maar docenten vinden dat lastig. Want hoe overbrug je tegenstellingen zonder zelf het verwijt te krijgen een kant te kiezen? In hoeverre mag je als docent je eigen mening laten blijken? Wat doe je met opmerkingen en denkbeelden die in strijd zijn met bepaalde grondrechten? De gebeurtenissen in Amsterdam en het daaropvolgende maatschappelijke debat, o.a. over de rol van het onderwijs, laten zien hoe actueel en relevant dit soort vragen zijn.
Tijdens de voorstellingen speelden we scenes die geïnspireerd waren op de ervaringen die we de laatste jaren hebben opgedaan. En dat bleken er best veel te zijn. Racistische opmerkingen, homofobie, misogynie; we hebben het allemaal wel eens meegemaakt. En deels verdrongen, want de herinneringen aan dit soort incidenten, en dan vooral de twijfel of je het toen wel goed hebt aangepakt, is niet iets waar je nog graag aan terugdenkt.
En hier treedt de waarde van theater aan het licht. Wie theater maakt op grond van persoonlijke ervaringen moet met de billen bloot. Dat op zichzelf is al best spannend, al werkt het ook bevrijdend. Maar die kwetsbaarheid delen, bespreken, uitdiepen met anderen (en in ons geval ook met studenten) realiseert iets wat in het huidige maatschappelijke debat lijkt te ontbreken: een wederzijdse erkenning, respect en het verlangen naar een dieper begrip voor de standpunten van een ander. Theater maken met anderen is onderzoek doen, vanzelfsprekendheden bevragen, onzekerheid en twijfel toelaten en de essentie proberen te achterhalen. Theater (maken) kan, net als elke ander vorm van literatuur, de perfecte aanzet zijn tot het ‘goede gesprek’.
Het doel van de voorstelling was enerzijds de docenten HRM uit te nodigen het over handelingsverlegenheid te hebben. Omdat de vraag hoe je om moet gaan met situaties waarin ‘de straat de klas binnenkomt’ raakt aan de vraag wat het betekent docent te zijn. Maar minstens zo belangrijk was het doel docenten te laten zien wat de kracht van theater is. Theater maakt het mogelijk grip te krijgen op ‘lastige’ onderwerpen door die op een bepaalde manier te verbeelden. Het zet aan tot denken en kritische zelfreflectie en is in die zin een waardevolle aanvullende ‘tool’ voor het onderwijs.
Vooraf waren we een tikkeltje bevreesd voor de reacties. Wanneer je een publiek (en zeker wanneer het gaat om notoir eigenzinnige beroepsgroep als docenten) de spreekwoordelijke spiegel voorhoudt, is het niet altijd zeker of ze daar wel van gediend zijn. De reacties waren echter, gelukkig, voor het overgrote deel heel positief. We werden gecomplimenteerd over ons spel, maar vooral dat we het lef hadden gehad om het onderwerp op deze manier aan de orde te stellen. Want je eigen onzekerheid, twijfel en angsten zo te durven laten zien en dat ook nog eens samen met studenten te doen, is in de wereld van het onderwijs nog altijd geen sinecure.