Ongemak

Enige tijd geleden gaf een gastdocent, in het kader van het thema ‘Vitaliteit’ voor 1e-jaars studenten van de opleiding HRM, een college over het thema ‘pesten op het werk’. Tijdens het college sprak ze over de impact van pesten, discriminatie of andere vormen van grensoverschrijdend gedrag. Onderdeel van haar college was een korte videoclip waarin te zien is hoe een bouwvakker door zijn ‘collega’s’ wordt getreiterd. Het slachtoffer krijgt tot zijn middel een grote afvoerbuis over zich heen geschoven, waardoor hij niet alleen niets meer kan zien maar ook zijn armen niet meer kan gebruiken. Een tijdje wankelt hij, volstrekt hulpeloos en onder grote hilariteit, rond. Totdat, als ‘hoogtepunt’, een collega de ingeving krijgt de broek en onderbroek van het slachtoffer naar beneden te trekken. Even, heel kort, is zijn geslachtsdeel zichtbaar.

Toen de tegenspartelende bouwvakker door zijn collega’s in de buis wordt gepropt, reageerde een deel van de studenten in eerste instantie nogal lacherig op deze practical joke. Dat lachen sloeg echter om in pure verontwaardiging toen de broek naar beneden werd getrokken. Toen brak, zoals ze in mijn woonplaats zouden zeggen, de pleuris uit.
Aanvankelijk was ik nog in de veronderstelling dat de verontwaardiging werd opgeroepen door wat het slachtoffer werd aangedaan. Maar dat bleek niet het geval. Een groot deel van de studenten was verontwaardigd over het feit dat zij met deze beelden werden geconfronteerd. En dan niet de beelden waarop bouwvakker in de buis werd geschoven, maar die waarop, heel kort, zijn geslachtsdeel zichtbaar was. (Voor de goede orde: de videoclip was ‘echt’, niet in scene gezet en mocht worden gebruikt met uitdrukkelijke toestemming van het slachtoffer, inclusief het moment waarop de broek naar beneden gaat).

De woede van de studenten richtte zich in eerste instantie op de gastdocent. Die had hen moeten waarschuwen, zo luidde de kritiek. Dan hadden zij, zodra het geslachtdeel in beeld kwam, even hun ogen kunnen sluiten of weg kunnen kijken. Anderen vroegen zich af waarom die beelden niet geblurd waren. De gastdocent probeerde nog uit te leggen wat het doel van de video was: de studenten te laten ervaren hoe vernederend bepaalde vormen van pesten op de werkvloer kunnen zijn.
Aan een deel van de studenten was deze redenering echter niet besteed. Dat getreiter, die vernedering van het slachtoffer konden ze nog wel verdragen, sterker nog, tot op zekere hoogte vonden zij het zelfs wel enigszins grappig. Maar dat geslachtsdeel… dat was een brug te ver.

Dat de beelden als schokkend zouden worden ervaren was door ons ingecalculeerd, maar dat het schokeffect niet door de treiterij zelf, maar door een kort zichtbaar geslachtsdeel zou worden veroorzaakt hadden we weer niet verwacht. Daardoor leek de boodschap van het college nu wel verloren te zijn gegaan. Het gesprek in de klas na het gastcollege ging ook niet meer over de vraag hoe erg die treiterij voor het slachtoffer moest zijn geweest, maar of en op welke manier we rekening hadden moeten houden met de gevoelens van de studenten. Het was volgens velen ongepast wat we hadden gedaan. We hadden we de clip moeten stoppen op het moment dat de broek naar beneden wordt getrokken. We hadden de studenten beter moeten voorbereiden. We hadden … etc.

Later die dag, in de trein op weg naar huis, liet ik het hele incident nog eens aan mij voorbij trekken. Wat was er nu eigenlijk gebeurd? Was het college nu mislukt? Hadden we het anders aan moeten pakken? Aanvankelijk was ik vooral wat geërgerd omdat de studenten die zoveel stampij maakten meer begaan leken met hun eigen ongemak dan wat het slachtoffer werd aangedaan. Het kwam mij voor als een totaal gebrek aan empathie en zelfs een tikkeltje hypocriet. Met leedvermaak kijken naar hoe iemand wordt vernederd, maar dan wel ontploffen als er heel kort een ontbloot geslachtsdeel in beeld komt is, zo dacht ik, in feite ook een totale ontkenning van het leed dat het slachtoffer werd aangedaan. Staan we alleen open voor dat leed als het wordt gepresenteerd op een manier die ons niet tegen de haren instrijkt? Is het dan zo moeilijk om je even in te leven in iemand anders en niet voortdurend bezig te zijn met wat jij wel of niet ‘fijn’ vindt om naar te kijken? Het feit dat jij een fractie van een seconde bloot gesteld werd aan de confrontatie met een geslachtsdeel staat toch in geen verhouding tot de wat het slachtoffer werd aangedaan? En nu we het daar toch over hebben…Waarom is het zien van een geslachtsdeel zo schokkend?
Goed, ik weet het, studenten zijn jong, onzeker en alles wat ook maar in de verste verte verwijst naar seks of lichamelijkheid staat garant voor nerveus en onrustig geschuif op de stoelen. Daar kan ik nog wel mee leven. Maar hun protest werd ook ingegeven door de onderliggende claim op het veronderstelde recht om verschoond te blijven van beelden, ideeën of uitspraken die als kwetsend of ongemakkelijk kunnen worden ervaren. En met name dat zat mij dwars.

In een interview in Volkskrant van 19 augustus dit jaar beschreef schrijver Ilja Leonard Pfeijffer zijn ongemak toen hij tijdens zijn studie Symposium van de Griekse filosoof Plato las. In dat verhaal, geschreven rond 375-380 voor Christus, wordt de liefde van oudere mannen voor (te) jonge jongens bezongen. Het verhaal getuigt van een waardesysteem dat wij vandaag de dag moeilijk verteerbaar vinden, maar dat ongemak van toen waardeert Pfeijffer nu anders. “Ik was dankbaar dat ik geschokt was, want de confrontatie met een waardesysteem dat fundamenteel van het onze verschilt, is ongemakkelijk en daardoor bijzonder waardevol. Ongemak zet aan tot denken. Sterker nog, ongemak is een noodzakelijke voorwaarde voor een kritische evaluatie van je eigen vanzelfsprekende principes en uitgangspunten. Die kritische evaluatie hoeft niet per se te leiden tot een verandering van je principes, integendeel, ze kan deze principes ook steviger en robuuster maken, maar zonder ongemak blijf je noodzakelijkerwijs hangen in de blinde vanzelfsprekendheid van je eigen gelijk en daar wordt een mens niet beter van en de wereld evenmin”.

Misschien lijkt het een te grote stap om de confrontatie met de vernedering van iemand wiens broek naar beneden getrokken wordt te zien als een confrontatie met een ander waardesysteem. Maar in beide gevallen gaat het om het ongemak dat die confrontatie teweeg brengt. Zo beschouwd was het hele incident misschien juist wel heel nuttig. Want het leek er sterk op dat het moment dat de broek naar beneden ging ook het moment was waarop iedereen zich pas echt realiseerde wat hier gebeurde. Zó ziet vernedering er uit en zó voelt dat. De verontwaardiging was een uiting van een sterke identificatie met het slachtoffer. Kennelijk voelden de studenten, letterlijk, aan dat de vernedering deels ook hen leek te worden aangedaan. Een vorm van plaatsvervangende schaamte die geen gebrek aan empathie liet zien, juist dat zij zich heel goed konden verplaatsten in het slachtoffer.

Moet je dit soort beelden laten zien? Ik denk van wel, want hoewel we in de nabespreking kansen hebben laten liggen en meer en beter aan ‘nazorg’ hadden moeten doen, is de hele gebeurtenis wel een voorbeeld van waar, naar mijn mening, onderwijs óók over zou moeten gaan. Het ervaren van ongemak is inherent aan de confrontatie met situaties, gebeurtenissen of perspectieven die vervelend of schokkend zijn. Onderwijs heeft ook de taak studenten uit te dagen om zich tot die situaties en perspectieven te verhouden. Nee, het is niet leuk om als toekomstig HRM-professional te horen (en te zien) dat de arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie in sommige delen van Azië mensonterend zijn. Maar het is wél hoe het er daar soms aan toe gaat. En dat geldt ook voor grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer; uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden blijkt dat 13 procent van de Nederlandse werknemers in 2021 te kampen had met grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer. Voor vrouwelijke werknemers lag dit cijfer op 21%. Kwesties als dit maken, helaas, deel uit van de toekomstige beroepspraktijk. Studenten die HRM studeren moeten hier ‘iets’ mee. Da’s niet leuk, maar wel een realiteit waarmee men moet dealen. Het filmpje was weerzinwekkend, maar weerzin, ongemak, zegt ook veel over degene die het ervaart. En dat kan het begin zijn van een bepaalde vorm van reflectie die recht doet aan de situatie én het slachtoffer.

De ‘veilige omgeving’ die een school moet bieden wil niet zeggen dat alles wat naar en vervelend is dan maar moet worden buitengesloten. Er bestaat, denk ik, geen recht om niet geschokt te hoeven worden. Onderwijs bestaat er ook uit studenten uit te dagen zich te verhouden tot wat zich in de werkelijke wereld aandient. De wereld is niet iets waar zij buiten staan en waaruit ze de ervaringen kunnen kiezen die ze willen (en die ze niet willen). En ja, daar hoort soms ook de ongewilde confrontatie met een bloot geslachtsdeel bij…

Plaats een reactie