Wat doe je bij de HHS

Ik ben hogeschooldocent en  ontwikkelaar voor diverse ingenieursopleidingen in Delft aan de Faculteit Technologie, Innovatie en Samenleving. Ik heb mijn basis daar bij de opleiding Technische Bedrijfskunde, waarvoor ik ook afstudeerders en stagairs begeleid – vooral als die in het buitenland gestationeerd zijn.

Momenteel verzorg ik de volgende cursussen: Beroepsethiek, Techniekfilosofie, Internationalisering en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.  Onderwijsprojecten die ik momenteel -mede- coördineer zijn: Project Westland-Experience (in de Propedeuse TBK) en Technology for Health (in het laatste jaar TBK). Beleidsmatig ben ik o.a. aanspreekpunt voor deze opleiding op de zwaartepunten  Internationalisering en Wereldburgerschap.

Wat is je achtergrond

Ik studeerde filosofie en sociologie aan de universiteit van Amsterdam, werkte voor onderzoeksinstituten SISWO  en NWO en sindsdien als docent in alle takken van de praktische wijsbegeerte (wijsgerige ethiek, sociale en politieke filosofie, techniekfilosofie, rechtsfilosofie) aan de universiteiten van Amsterdam, Groningen, Delft en Leiden en aan hogescholen in Wageningen en Rijswijk. Toen de Technische Hogeschool Rijswijk fuseerde met de HHS verhuisde ik mee naar onze duurzame nieuwbouw in Delft. Binnen de HHS werkte ik verder o.a. voor lector Marli Huijer en was ik ook lid van kenniskring Filosofie en Beroepspraktijk. Naast hogeschooldocent ben ik sinds 2004 tevens gedetacheerd universitair docent beroepsethiek; de laatste acht jaar vooral voor de rechtenfaculteit van de UvA. En tenslotte heb ik met vrienden een eigen stichting waarin ik mijn beroepsethische skills combineren kan met mijn kunst- en cultuurhistorische interesses; bijvoorbeeld tijdens multimediale trainingen aan bankiers.

Wat doe je voor onderzoek

Al mijn onderzoek gaat over eenzelfde thema, namelijk ‘civic resilience’ of burgerveerkracht; het bevindt zich op de raakvlakken van praktische wijsbegeerte, stadssociologie, recht en sociale psychologie. Ik publiceerde in het verleden al over burgerschap en multiculturalisme; de laatste jaren richtte ik me –mede onder invloed van mijn onderwijs aan juristen- op moraalpsychologische effecten van toegenomen straf-baarstelling op allerlei soorten disrespect. In 2015-16 heb ik bij NWO promotieonderzoek over dit thema aangevraagd. Kortgezegd: door voortgaande jurisprudentie (denk aan vrijspraken zoals in het beruchte Wildersproces 2011) is er een categorie ontstaan van uitingen van ‘wettig’ disrespect. Elke zich liberaal noemende rechtsorde moet vooronderstellen dat volwaardige burgers veerkrachtig kunnen reageren op dit type uitingen wanneer zij daar ongevraagd mee geconfronteerd worden in het publieke domein. Maar vooralsnog onbreekt het ons aan normatieve concepten om die stille vereisten van weerbaar burgerschap te expliciteren en te rechtvaardigen. De hele aanvraag kan je hier nalezen; ze werd net niet gehonoreerd door NWO. Dat selectieproces leerde me hoe lastig het is om innovatief ethisch onderzoek goed over het voetlicht te krijgen waarvan de kernvraag ‘abstract’ wijsgerig is maar waarvan de toepassingen volgens alle beoordelaars super actueel en relevant zijn. Er blijft echter genoeg te doen! Want in het kader van de kenniskring CM onderzoek ik ditzelfde thema bij onderwijs aan professionals die midden in het publieke domein komen te werken. Veel opleidingen ervaren een toenemende roep om ‘meer weerbare professionals’, bijvoorbeeld bij de politie en in de zorg. En niet alleen in Nederland – dat bleek bijvoorbeeld zomer 2016 toen ik in Japan vanuit internationaal perspectief kon kijken naar de beroepsvorming van ingenieurs, met name in relatie tot het thema vergrijzing en robotisering.